Kort na de verspreiding van m'n blogtekst van afgelopen zaterdag kreeg ik een mail van een vriend die zich verbaasde over de relatief positieve strekking van de inhoud ervan.
Was ik vergeten hoe weinig transparant de benoeming van Varamitra tot hoofd BGV bij Justitie was geweest, hoe weinig transparant de benoeming van André van der Braak tot VU-hoogleraar was geweest, hoe weinig transparant de erkenningsbeslissing van de BUN door het ministerie van Justitie was geweest en hoe weinig transparant de totstandkoming de opleiding tot 'buddhist chaplain' aka BGVer bij de VU is geweest ?
Nee hoor, dat weet ik nog best en mijn (morele) oordeel erover is niet veranderd; maar ik zie deze zaken graag in een wat breder perspectief.
Twee perspectieven eigenlijk:
– Dat van de mens (en zeker ook de boeddhist) die geneigd is tot het kwaad, zelfs als zou hij/zij een boeddhanatuur hebben (een geloofsartikel dat tot nadeel heeft dat de morele remming op die neiging tot het slechte ontbreekt) ; waarbij in het Nederlandse boeddhisme naast de baantjesjagerij nog eens komt een wat ik noemen wil institutionele onhandigheid en onvermogen tot elkaar bekritiseren.
– Dat van de geestelijke verzorging in het algemeen
Geestelijke verzorging werd vroeger in het gewone leven in dorp en stad beoefend door dominees (en katholieke geestelijken maar daarvan weet ik minder)
Deze pastorale functie , vooral bij grote overgangen in het leven zoals geboorte, dood en huwelijk door een specialist daarin werd betaald door de gelovigen zelf. Begrijpelijk dat een jaar of vijftig geleden (ik maak ruwe schatting) bij de opkomst van de verzorgingsstaat werd geredeneerd dat deze pastorale functie ook ten goede moest komen aan degenen die (onvrijwillig) verbleven in totale instituties zoals leger, gevangenis en ziekenhuis. Een functie die al snel niet alleen door christenen werd uitgeoefend maak ook door humanistische geestelijk raadslieden.
Toen vervolgens een jaar of tien geleden de individualisering en secularisering de 'gewone' pastorale functie in stad en vervolgens dorp steeds marginaler maakte, kwamen de boeddhisten nog eens een keer kijken en riepen 'wij ook'; wij zijn ook een religie en willen ook een zuil.
En Justitie, uit één of andere systeemdwang, versterkte die oproep. Zo is het gekomen: niet de vraag maar het institutionele aanbod bepaalde.
Alleen nu staat ook de geestelijke verzorging in de gezondheidszorg (verreweg de grootste werkgever van geestelijk verzorgers) onder druk. Het aantal 'ligdagen' in ziekenhuizen neemt alsmaar af en ook in verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen verblijven minder mensen: ze moeten het thuis maar zien te rooien, een groot deel van de (financiering van de) zorg wordt verplaatst van AWBZ naar gemeenten.
Zover ik weet kent de WMO niet de functie 'geestelijke verzorging', en daar ligt toch (helaas) de toekomst.
Kortom: zelfs al lijkt de klungeligheid van de VU-opleiding tot BGV-er wel wat minder aan het worden, het blijft een opleiding richting werkloosheid; speciaal voor boeddhisten, omdat ook nog eens het aantal boeddhisten (of mensen met affiniteit tot) in Nederland en de groei ervan schromelijk is overschat. Waarom? Zie het begin van deze tekst.
Dit alles dus ondanks dat ik de functie 'geestelijke verzorging' op zich een goed hart toedraag, want de mens kan af en toe bij grote overgangen (zoals, ik noem maar wat, de dood) best wat klankbord gebruiken. Een geschoold klankbord.
Ook door mensen zonder 'zendende instantie', want m'n kritiek op het verschijnsel BZI is er ook nog, beste mailschrijver.
Twee opmerkingen nog daarbij:
– Het fenomeen 'geestelijke verzorging' is geen specifiek Nederlands verschijnsel; in bijvoorbeeld de Verenigde Staten bloeit het ook (al is de verzuilingsdraai erin wel een beetje Nederlands). En ook de boeddhistisch geestelijke verzorging. Vergelijk de inspirerende Amerikaanse boeken hierover die ik eerder in blogs heb besproken. En vergelijk de ook in Nederland bekende en gewaardeerde Joan Halifax.
– Ik waardeer André van der Braak als filosoof en hoop dat hij zich verder als boeddholoog ontwikkelt. Maar als hoofd van een beroepsopleiding (van BGVers) is hij m.i. minder geschikt, dat moet hij doen van de VU, denk ik. Maar goed, die opleiding is over een jaar of vijf wel voorbij.
Posts tonen met het label BZI. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BZI. Alle posts tonen
zondag 16 maart 2014
zaterdag 15 maart 2014
Docenten boeddhistische geestelijke verzorging gezocht (door de VU); en nogmaals: weg met de BZI en weg met 'boeddhistisch leiderschap'
Het staat (nog) niet op de website of twitterpagina van de faculteit godgeleerdheid zelf (en al helemaal niet in het BoeddhistischDagblad, die heeft niets met universitaire opleidingen en wacht tot het nieuws naar hun toekomt), maar de VU zoekt docenten, zo meld de website ' Nieuwwij ' . Ook te vinden op Vacatures bij de VU .
Eerst de informatie, daarna wat commentaar.
===========================================================
Vacatures: Docenten boeddhistische geestelijke verzorging
… Sinds september 2012 worden aan de faculteit verschillende opleidingen Boeddhisme aangeboden. In het kader van de in september 2014 te starten postdoctorale ambtsopleiding Boeddhisme, heeft de faculteit een vacature voor verschillende docenten boeddhistische geestelijke verzorging. De ambtsopleiding is een vervolg op de eenjarige masterspecialisatie Spiritual Care accent Boeddhisme (die opleidt tot de basiskwalificatie geestelijk verzorger) en leidt op tot ‘Buddhist Chaplain’: iemand die beschikt over de competenties om op professionele wijze, geworteld binnen de boeddhistische traditie, hulp en begeleiding te verlenen aan mensen met levensvragen of als zij in crisissituaties verkeren. Daarnaast kan hij of zij op professionele wijze advies geven aan (non)profit organisaties en bedrijven op het gebied van humaniteit en ethiek. Zie voor meer informatie: www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/opleidingen/postacedemische-opleidingen/index.asp
Functie-inhoud
De docenten boeddhistische geestelijke verzorging voor de ambtsopleiding zullen een aanstelling voor 12 maanden krijgen met een nog nader te bepalen aanstellingsomvang (tussen 0,2 fte en 0,5 fte). Van hen wordt verwacht de volgende activiteiten uit te voeren:
Het verzorgen van de vakken:
- Oriëntatie op de ambtspraktijk;
- Ethische dilemma’s in de beroepspraktijk boeddhistische geestelijke begeleiding;
- Mindfulness in de context van geestelijke verzorging.
Begeleiden van stage/leeronderzoek:
- Vieringen en rituelen;
- Leiderschap en community building in een multireligieuze context;
- Boeddhistische geestelijke begeleiding.
Stagecoördinatie
- Begeleiden eindseminar en stageverslag;
- (mogelijk) begeleiden van studenten bij stage in de masterfase.
Functie-eisen
- Ruime ervaring in het werkveld van (boeddhistische) geestelijke verzorging;
- Aantoonbare kennis van en ervaring met het boeddhisme;
- Bij voorkeur geworteld in een boeddhistische traditie;
- Afgeronde academische opleiding op het gebied van geestelijke verzorging of daarmee vergelijkbaar (gepromoveerde kandidaten verdienen de voorkeur);
- Kennis en open houding t.a.v. de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke richtingen in Nederland;
- Affiniteit met minimaal twee levensbeschouwelijke stromingen;
- Goede schrijf- en spreekvaardigheid in het Nederlands en Engels;
- Goede sociale, communicatieve en organisatorische vaardigheden;
- Creativiteit en flexibiliteit;
- In teamverband willen en kunnen werken, maar ook een grote mate aan zelfstandigheid bezitten.
Bijzonderheden
De arbeidsovereenkomst wordt in eerste instantie aangegaan voor een periode van één jaar, met uitzicht op een verlenging.
…
Informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
prof.dr. André van der Braak:
tel.: 020 59 83066
e-mail: a.vander.braak@vu.nl
Sollicitatie
Schriftelijke sollicitaties voorzien van Curriculum Vitae met twee referenties, alsmede een motivatiebrief, kunt u onder vermelding van het vacaturenummer in de e-mail header of linksboven op uw brief en envelop voor woensdag 27 maart 2014 sturen naar: Vrije Universiteit Amsterdam ….
===========================================================
Mijn eerste reactie was:
Toch nog, ik heb hier al een jaar op aangedrongen; zie bijvoorbeeld mijn blogs http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/weer-een-stapje-gezet-richting-vu.html en http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/10/veracademisering-en-verwildering-in-wat.html .
Een paar opmerkingen over de tekst:
Merkwaardig is dat er 'docenten' worden gevraagd maar ik nergens heb gevonden hoeveel docenten . Klopt dat ?
Weg met de fantasieën over 'boeddhistisch leiderschap'
Wat heeft de VU toch met 'leiderschap' ? Waarom wordt dat gecombineerd met boeddhistisch geestelijke verzorging? Is leiding kunnen ontvangen niet minstens zo interessant als leiding geven? (Niet omdat ik zo'n slavenziel heb; integendeel, ik heb iets tegen 'leiderschap') En het georganiseerde boeddhisme zelf heeft ook geen leiders nodig.
Mijn eerdere kritiek op de BGV-opleiding is weer een stukje verminderd.
Er rest de faculteit der godgeleerdheid nog één opgave:
van de stichting 'Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) afkomen .
Want dit orgaan is onzichtbaar, is incompetent en is overbodig.
De faculteit der godgeleerdheid kan nu definitief beter de kaarten zetten op het fenomeen 'ongebonden spiritualiteit ' en 'ongebonden geestelijke verzorging ', zoals beschreven in de Nota van de Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging en door mij in m'n blog van oktober 2013 samengevat.
Eerst de informatie, daarna wat commentaar.
===========================================================
Vacatures: Docenten boeddhistische geestelijke verzorging
… Sinds september 2012 worden aan de faculteit verschillende opleidingen Boeddhisme aangeboden. In het kader van de in september 2014 te starten postdoctorale ambtsopleiding Boeddhisme, heeft de faculteit een vacature voor verschillende docenten boeddhistische geestelijke verzorging. De ambtsopleiding is een vervolg op de eenjarige masterspecialisatie Spiritual Care accent Boeddhisme (die opleidt tot de basiskwalificatie geestelijk verzorger) en leidt op tot ‘Buddhist Chaplain’: iemand die beschikt over de competenties om op professionele wijze, geworteld binnen de boeddhistische traditie, hulp en begeleiding te verlenen aan mensen met levensvragen of als zij in crisissituaties verkeren. Daarnaast kan hij of zij op professionele wijze advies geven aan (non)profit organisaties en bedrijven op het gebied van humaniteit en ethiek. Zie voor meer informatie: www.godgeleerdheid.vu.nl/nl/opleidingen/postacedemische-opleidingen/index.asp
Functie-inhoud
De docenten boeddhistische geestelijke verzorging voor de ambtsopleiding zullen een aanstelling voor 12 maanden krijgen met een nog nader te bepalen aanstellingsomvang (tussen 0,2 fte en 0,5 fte). Van hen wordt verwacht de volgende activiteiten uit te voeren:
Het verzorgen van de vakken:
- Oriëntatie op de ambtspraktijk;
- Ethische dilemma’s in de beroepspraktijk boeddhistische geestelijke begeleiding;
- Mindfulness in de context van geestelijke verzorging.
Begeleiden van stage/leeronderzoek:
- Vieringen en rituelen;
- Leiderschap en community building in een multireligieuze context;
- Boeddhistische geestelijke begeleiding.
Stagecoördinatie
- Begeleiden eindseminar en stageverslag;
- (mogelijk) begeleiden van studenten bij stage in de masterfase.
Functie-eisen
- Ruime ervaring in het werkveld van (boeddhistische) geestelijke verzorging;
- Aantoonbare kennis van en ervaring met het boeddhisme;
- Bij voorkeur geworteld in een boeddhistische traditie;
- Afgeronde academische opleiding op het gebied van geestelijke verzorging of daarmee vergelijkbaar (gepromoveerde kandidaten verdienen de voorkeur);
- Kennis en open houding t.a.v. de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke richtingen in Nederland;
- Affiniteit met minimaal twee levensbeschouwelijke stromingen;
- Goede schrijf- en spreekvaardigheid in het Nederlands en Engels;
- Goede sociale, communicatieve en organisatorische vaardigheden;
- Creativiteit en flexibiliteit;
- In teamverband willen en kunnen werken, maar ook een grote mate aan zelfstandigheid bezitten.
Bijzonderheden
De arbeidsovereenkomst wordt in eerste instantie aangegaan voor een periode van één jaar, met uitzicht op een verlenging.
…
Informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
prof.dr. André van der Braak:
tel.: 020 59 83066
e-mail: a.vander.braak@vu.nl
Sollicitatie
Schriftelijke sollicitaties voorzien van Curriculum Vitae met twee referenties, alsmede een motivatiebrief, kunt u onder vermelding van het vacaturenummer in de e-mail header of linksboven op uw brief en envelop voor woensdag 27 maart 2014 sturen naar: Vrije Universiteit Amsterdam ….
===========================================================
Mijn eerste reactie was:
Toch nog, ik heb hier al een jaar op aangedrongen; zie bijvoorbeeld mijn blogs http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/12/weer-een-stapje-gezet-richting-vu.html en http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/10/veracademisering-en-verwildering-in-wat.html .
Een paar opmerkingen over de tekst:
Merkwaardig is dat er 'docenten' worden gevraagd maar ik nergens heb gevonden hoeveel docenten . Klopt dat ?
Weg met de fantasieën over 'boeddhistisch leiderschap'
Wat heeft de VU toch met 'leiderschap' ? Waarom wordt dat gecombineerd met boeddhistisch geestelijke verzorging? Is leiding kunnen ontvangen niet minstens zo interessant als leiding geven? (Niet omdat ik zo'n slavenziel heb; integendeel, ik heb iets tegen 'leiderschap') En het georganiseerde boeddhisme zelf heeft ook geen leiders nodig.
Mijn eerdere kritiek op de BGV-opleiding is weer een stukje verminderd.
Er rest de faculteit der godgeleerdheid nog één opgave:
van de stichting 'Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) afkomen .
Want dit orgaan is onzichtbaar, is incompetent en is overbodig.
De faculteit der godgeleerdheid kan nu definitief beter de kaarten zetten op het fenomeen 'ongebonden spiritualiteit ' en 'ongebonden geestelijke verzorging ', zoals beschreven in de Nota van de Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging en door mij in m'n blog van oktober 2013 samengevat.
zondag 1 december 2013
Weer een stapje gezet richting VU-opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger. De vragen blijven
De website van de faculteit Godgeleerdheid van de VU vertoont nieuws. Met meer stelligheid dan voorheen wordt meegedeeld dat in september 2014 de 'ambtsopleiding' tot 'buddhist chaplain' gaat starten: Zie 'Postacademisch' .
Er wordt in verwezen naar een nieuwe versie van het document
' Academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (door) André van der Braak ' dat een fractie veranderd is ten opzichte van de versie van februari.
Eerder in deze blog had ik twijfel aan het starten van deze opleiding in 2014 geuit:
zie een VU-blog-overzicht .
Het heet postacademisch maar dat is eerlijk gezegd nogal overdreven, het is eigenlijk gewoon het tweede jaar na een éénjarige master (die meer een beroepsopleiding dan academisch van aard is).
Twee problemen zijn er nog steeds en zijn levensgroot:
– Nog steeds heeft de VU geen docent die zelf boeddhistisch geestelijk verzorger is (geweest); iets dat voor mij de waarde van deze opleiding ernstig vermindert.
Er wordt naar het door mij aanbevolen boek van Giles en Miller (graag gedaan) verwezen maar de student moet zelf maar uitzoeken wat en hoe. Ik vind dit echt genant. Zelfs als zo'n docent er nog komt, dan nog heeft deze geen rol kunnen spelen in de nu lopende (eerste) jaar van de master en bij het opstellen van het curriculum voor het tweede jaar, de ambtsopleiding. Ook de bestuursleden van de BZI, inclusief de informele secretaris, zijn zelf geen BGV-er !
Hier een ander boek , van Danny Fisher, titel: 'Benefit Beings!: The Buddhist Guide to Professional Chaplaincy', waaruit een van de huidige VU docenten zich wellicht zelf de professie BGV-er enigszins aan kan leren.
– Nog steeds wordt beweerd “Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt daarom aangeraden om voor de start van de opleiding een valideringsgesprek aan te vragen bij de BZI ” terwijl de BZI volstrekt onbereikbaar is (en – ik blijf het zeggen – incompetent is).
Overigens: de term 'valideringsgesprek' is nieuw, in februari stond er nog 'toetsingsgesprek': een stuk minder gewichtig.
Helaas wordt niet genoemd dat een 'zendingsbrief' voor een boeddhist niet alleen door de BZI kan worden afgegeven. Een ongeorganiseerde/ongebonden boeddhist kan ook erkend worden als geestelijk verzorger door de op te richten 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit ' zoals ik op 19 oktober aangaf.
Er wordt in verwezen naar een nieuwe versie van het document
' Academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger (door) André van der Braak ' dat een fractie veranderd is ten opzichte van de versie van februari.
Eerder in deze blog had ik twijfel aan het starten van deze opleiding in 2014 geuit:
zie een VU-blog-overzicht .
Het heet postacademisch maar dat is eerlijk gezegd nogal overdreven, het is eigenlijk gewoon het tweede jaar na een éénjarige master (die meer een beroepsopleiding dan academisch van aard is).
Twee problemen zijn er nog steeds en zijn levensgroot:
– Nog steeds heeft de VU geen docent die zelf boeddhistisch geestelijk verzorger is (geweest); iets dat voor mij de waarde van deze opleiding ernstig vermindert.
Er wordt naar het door mij aanbevolen boek van Giles en Miller (graag gedaan) verwezen maar de student moet zelf maar uitzoeken wat en hoe. Ik vind dit echt genant. Zelfs als zo'n docent er nog komt, dan nog heeft deze geen rol kunnen spelen in de nu lopende (eerste) jaar van de master en bij het opstellen van het curriculum voor het tweede jaar, de ambtsopleiding. Ook de bestuursleden van de BZI, inclusief de informele secretaris, zijn zelf geen BGV-er !
Hier een ander boek , van Danny Fisher, titel: 'Benefit Beings!: The Buddhist Guide to Professional Chaplaincy', waaruit een van de huidige VU docenten zich wellicht zelf de professie BGV-er enigszins aan kan leren.
– Nog steeds wordt beweerd “Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt daarom aangeraden om voor de start van de opleiding een valideringsgesprek aan te vragen bij de BZI ” terwijl de BZI volstrekt onbereikbaar is (en – ik blijf het zeggen – incompetent is).
Overigens: de term 'valideringsgesprek' is nieuw, in februari stond er nog 'toetsingsgesprek': een stuk minder gewichtig.
Helaas wordt niet genoemd dat een 'zendingsbrief' voor een boeddhist niet alleen door de BZI kan worden afgegeven. Een ongeorganiseerde/ongebonden boeddhist kan ook erkend worden als geestelijk verzorger door de op te richten 'Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit ' zoals ik op 19 oktober aangaf.
Labels:
boeddhologie,
BZI,
ervaring,
geestelijk verzorger,
VU
zaterdag 19 oktober 2013
Veracademisering en verwildering; in wat voor een wereld komt de Boeddhist als GV terecht? En GV in zorginstelling geen monopolie voor de BZI
Weer wat nieuws van het front van de boeddhistisch geestelijke verzorging en de opleiding daartoe.
Merkwaardig genoeg beperkt van de kant van de VU, wel wat van de BUN en de BZI.
Klein nieuws is dat de term 'buddhist chaplain', destijds vol trots gebracht als misverstandvrij begrip, al weer verlaten is. Men spreekt weer gewoon van BGV (of BGVer).
A. Een soort briefwisseling met VU-hoogleraren
Mijn verbazing dat de VU wel de éénjarige master 'spiritual care' is gestart afgelopen september maar nog niet heeft duidelijk gemaakt wat de inhoud van de erop volgende 'ambtsopleiding' wordt; en dat VU noch BZI (aan de studenten) duidelijk heeft gemaakt aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de ambtsopleiding te kunnen volgen (een briefje van een leraar van een BUN-lid bijvoorbeeld?) of om die met een 'zendingsbrief' te kunnen afronden
Dit hoewel ze dat in de website godgeleerdheid wel wordt aangeraden:
" Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. .... Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. ”
Mijn twijfel over het doorgaan van de ambtsopleiding en mijn vragen over de procedure heb ik voorgelegd aan het ministerie van OCW die daar immers speciaal geld (€ 260.000 per jaar) voor beschikbaar heeft gesteld. Het ministerie adviseert me, m'n vragen aan de VU voor te leggen.
Het contact met de VU heb ik opgenomen, zowel van boeddhisme-hoogleraar André van der Braak als met Ruard Ganzevoort, de hoogleraar die de opleiding 'spiritual care' coördineert.
Hier alleen m'n meest recente email aan André van der Braak, verstuurd 30 september 2013
De 'duistere passage' waarnaar ik verwijs, bevindt zich in de paragraaf 'De DAR' van de 'Ledenmail van 25 september', zie hieronder.
Op deze mail aan André van der Braak heb ik (nog) geen antwoord gekregen.
(Andere mails had ik ook als bijlage geplaatst maar heb ik weer verwijderd.)
" Beste André
Je moet me mijn bemoeizucht maar niet kwalijk nemen; de activiteiten van de VU beïnvloeden de receptie van het boeddhisme in Nederland en dat is ook mijn zaak.
De notitie uit februari kende ik.
Je zegt dat "we" hard bezig zijn de ambtsopleiding uit te werken?
- Is dat de 'curriculumcommissie' als bedoeld in de 'Samenwerkingsovereenkomst VU-BZI' van 31 maart 2012? Want dat hoort wel, (of denk ik dan als Theravadin te formalistisch en moet ik meer met de losse Chan-slag werken?)
- Hoort tot dat 'we' ook een door de VGVZ geregistreerd boeddhistisch geestelijk verzorger?
– Wordt trouwens zo'n persoon al geworven want die deskundigheid is er bij de VU op dit moment niet. En ik herhaal het maar eens: dat is toch eigenlijk zeer merkwaardig, niet alleen in de ambtsopleiding maar ook al in de nu lopende master.
– Is het resultaat van jullie harde werk ook iets dat in het openbaar (bv in de boeddhistische gemeenschap, dat is breder dan de BZI/BUN) bediscussieerd gaat worden?
– Ligt het niet op de weg van de VU om de BZI aan te spreken op hun volstrekt ontbreken van openbare communicatie?
– Verder ben ik benieuwd naar jouw interpretatie van de vrij duistere passage in de brief van André Kalden.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
PS Even voor de zekerheid: ik ambieer geen baantje "
B. Het bestuur van de BUN en van de BZI (of Varamitra) geven de lezers informatie
De informatie waar ik het over wil hebben, bevindt zich in twee downloadbare documenten:
'Ledenmail 25 september' ; en
'BZI Al gaande wordt de weg gebaand ', in 'Stukken ALV 16 nov'.
Citaat uit de Ledenmail 25 september
"Zo heeft de DAR (Dharma Advies Raad) zich … In die informatieronde is binnen de DAR onder meer de veracademisering van het beroep van boeddhistisch geestelijk verzorgende aan de orde gekomen die onder invloed van overheidseisen met medewerking van de BUN plaatsvindt.
Ook is gesproken over de(on)wenselijkheid van uitbreiding van de centralistische rol van de BUN in relatie tot de overheid en BVG, naar de benoeming van boeddhistisch geestelijk verzorgenden in zorginstellingen. Allemaal geen eenvoudige onderwerpen, maar van groot belang voor zowel de beroepsgroep als de wijze waarop we als BUN het boeddhisme in onze maatschappij willen organiseren, of juist niet willen organiseren. Daarbij speelt o.m. de vraag tot welke grens de BUN het recht heeft bepalen voor die organisatie in Nederland te zijn daar waar het boeddhisme zich kenmerkt door decentrale organisatie.”
Twee begrippen wil ik bespreken:
* 'Veracademisering '
Nogal vreemd dat dat nu aan de orde komt. Het was glashelder een voorwaarde van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie; en zowel bij de voorlopige erkenning in 2008 (van de BUN door Justitie) als bij de definitieve erkening in 2012 is als als voorwaarde opgenomen. Heeft de BUN toen zitten slapen?
Ik krijg het gevoel dat er iets anders speelt, iets dat bij de leraren van de DAR sterker speelt als bij de bestuurders van de BUN(-leden); namelijk het besef dat de boeddhistisch geestelijk verzorgers wel veel overeenkomst vertonen met de boeddhistische leraren en hun eigen specifieke lineage-procedures.
* '(On)wenselijkheid van de centralistische rol van de BUN '.
Ik neem aan dat men hiermee ook de centralistische rol van de BZI bedoelt. En die is er, want het ministerie van Justitie denkt in sterke mate centralistisch en de BZI is daardoor nogal geïndoctrineerd; zie hieronder bij 'verwildering'.
Het lijkt er op dat de leraren zeggen: eigenlijk moet (wellicht, we zijn voorzichtig en vriendelijk als boeddhisten) niet de BZI maar de (leraar van) de sangha waar de student/aspirant BGVer beoefent, de zendingsbrief voor zijn verantwoordelijkheid nemen. Terecht zeggen ze dat vanuit de opvatting dat de BUN geen leergezag heeft.
De BZI-notitie 'AL GAANDE WORDT DE WEG GEBAAND '; een citaat:
“De beroepsverenigingen voor geestelijk verzorgers binnen de zorgsector zijn bezig met een grondige herbezinning op de plaatsbepaling en legitimatie van de geestelijke verzorging. Anders dan bij Justitie en Defensie is er o.a. geen eenduidig aanstellingsbeleid binnen de zorgsector. Dit heeft de laatste jaren geleid tot een zekere verwildering van de geestelijke verzorging. Zelfbenoemde geestelijk verzorgers zonder binding aan een religieuze en/of levensbeschouwelijke traditie deden hun intrede in de zorgsector. Het streven van de beroepsverenigingen is om tot een eenduidig aanstellingsbeleid te komen, waarin onder andere d.m.v. een zendingsbrief, een verankering is gegarandeerd in de traditie waaraan de geestelijke verzorger verbonden is. Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken. Naast de zendingsbrief, zal een inschrijving in het kwaliteitsregister geestelijke verzorging een voorwaarde tot aanstelling zijn.
De BZI volgt de ontwikkelingen in de zorgsector nauwgezet, maar net als bij Defensie bestaat ook hier geen behoefte om een plaats te claimen.”
Wat kanttekeningen bij deze tekst:
* Is de 'beroepsvereniging' daarmee bezig ?
Jammer dat de BZI de lezer niet in de gelegenheid stelt de oorspronkelijke teksten hierover te lezen. Geen bronvermelding. Dat is bepaald geen academische benadering !
Ik heb ze via de website van de VGVZ (Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen) gevonden:
Persverklaring van de 'Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging' van april 2013
En de volledige ' Eindnota ' van de regiegroep :
De 'Persverklaring' bevat als essentie:
“In de zorg werkzame geestelijk verzorgers kunnen binnenkort alleen nog benoemd worden als zij geregistreerd staan als geestelijk verzorger in een beroepsregister. Met die registratie is hun bekwaamheid en hun bevoegdheid gegarandeerd. ...
Op dit moment werkt een toenemend aantal geestelijk verzorgers zonder bevoegdheidsverklaring. Dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Geestelijk verzorgers die geen binding willen aangaan met een specifieke levensbeschouwelijke stroming kunnen op dit moment nergens terecht voor een bevoegdheidsverklaring. Er bestaat geen orgaan dat hun levensbeschouwelijke competentie – onontbeerlijk voor dit werk – toetst. Om daar verandering in te brengen zal een Raad voor onafhankelijke spiritualiteit worden opgericht. “ (Onderstreping door Joop R)
* 'Verwildering '. Als het ooit duidelijk dat dat de BZI het Justitie-denken heeft overgenomen, dan is het wel bij het gebruik (in zeer afkeurende zin) van deze term. Een term die ook geen informatie bevat (en in Perverklaring of Eindnota ook niet voorkomt).
* 'Zelfbenoemde geestelijk verzorgers '. Wat een vreemde uitdrukking. Het waren de zorginstellingen (ziekenhuizen en zo) die benoemden; en de geestelijk verzorgers noemden zich geestelijk verzorgers omdat ze daartoe gediplomeerd waren.
* Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken '
De sleutelzin in dit document. En een zin waarin de Eindnota van de Regiegroep (en de Persverklaring) niet correct wordt weergegeven.
De 'Eindnota' stelt “dat de groep zogenoemde ongebonden geestelijk verzorgers omwille van een juist begrip nader gedifferentieerd moet worden in verschillende deelgroepen i.c.
· de deelgroep die om bijzondere redenen geen zending kan ontvangen van het genootschap waarmee men zich verbonden voelt, maar deze wel graag zou willen hebben
· de deelgroep die gerekend kan worden tot de ongebonden spirituelen, een kwantitatief en kwalitatief herkenbare en beschrijfbare groep
· de deelgroep die los van enige vorm van herkenbare spiritualiteit algemene geestelijke verzorging wil bieden "
Mijn conclusie uit deze ontwikkeling is dat de BZI – m.b.t. de zorg – niet de monopolist is wat betreft het 'zendende instantie' zijn. De term 'zendende instantie' wordt trouwens niet meer gebruikt, het gaat om het orgaan dat een bevoegdheidsverklaring kan afgeven voor een individuele geestelijk verzorger. Tip: verander de naam BZI in BOG
=======================================================================
Update 25 oktober: dit schreef ik te snel, de term komt wel een paar keer in de 'Eindnota' voor.
=======================================================================
Toegespitst op de boeddhisten die de master bij de VU met een bul hebben afgesloten: degenen die bij een sangha zijn aangesloten kunnen de bevoegdheidverklaring van de BZI krijgen òf van de Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit. En boeddhisten zonder sangha kunnen dat laatste ook. Datzelfde geldt de afronding van de master met de ambtsopleiding. Er is geen enkele reden ongebonden boeddhisten niet tot deze opleiding toe te laten, èn met goed gevolg te laten afsluiten
De VU moet daarbij wel snel duidelijk maken hoe en door wie dat 'met goed gevolg' wordt bepaald !
* 'Geen behoefte om een plaats claimen in de zorgsector'
Overbodige bescheidenheid want er is geen plek om iets te claimen, de zorginstellingen zijn (wat dit betreft) autonoom.
C. Tenslotte als curiositeit een artikel in het Boeddhistisch Dagblad BD op 17 oktober
Het begint gebruikelijk: Joop Hoek citeert BUN-berichten of parafraseert ze lichtjes.
Maar het eindigt met:
"De vraag zal volgens critici op de huidige gang van zaken aan de orde moeten komen of een academische achtergrond voor boeddhistische geestelijke verzorgers in de zorg noodzakelijk is en tot norm wordt verheven. "
Hee denk ik, welke critici dan? Deze passage staat helemaal niet in de brief van de voorzitter. Er zijn een paar leraren die, en met reden, zeer ongelukkig over de eis van Justitie zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat hij (Joop Ha) die bedoelt.
Bedoelt hij mij dan? Kan ik me ook niet voorstellen, ik heb op van alles kritiek maar niet op de 'veracademisering'. Ik houd juist van moeilijk; soms denk ik: nou wil ik weer eens een moeilijk boek gaan lezen, bv over de vraag of vòòr de Big Bang de tijd al bestaat of over de wijze van verspreiding van het boeddhisme van India naar China aan het begin van onze jaartelling.
Net zo als ik graag een academisch gevormd chirurg in een ziekenhuis tegenkom, is dat met de geestelijk verzorger het geval; wat niet wegneemt dat 'postacademisch' over-educatie is.
Tot ik de laatste regel van dit bericht lees:
"Bron BUN, alternatieve troonrede BD."
Joop Hoek bedoelt zichzelf, en verwijst naar de door hem geschreven alternatieve troonrede waarin duidelijk werd dat hij geestelijke verzorging van academisch niveau niet nodig vond. Geniaal. Ik had als reactie destijds in het BD geschreven dat dit juist bewees dat het BD geen spreekbuis van de BUN is, maar daar werden lezers ook weer boos op (en toen werden alle reacties verwijderd).
Maar misschien is dit toch wel de (persoonlijke) opvatting van André Kalden, als Tibetaans boeddhist, die hij als BUN-voorzitter niet kan ventileren.
Merkwaardig genoeg beperkt van de kant van de VU, wel wat van de BUN en de BZI.
Klein nieuws is dat de term 'buddhist chaplain', destijds vol trots gebracht als misverstandvrij begrip, al weer verlaten is. Men spreekt weer gewoon van BGV (of BGVer).
A. Een soort briefwisseling met VU-hoogleraren
Mijn verbazing dat de VU wel de éénjarige master 'spiritual care' is gestart afgelopen september maar nog niet heeft duidelijk gemaakt wat de inhoud van de erop volgende 'ambtsopleiding' wordt; en dat VU noch BZI (aan de studenten) duidelijk heeft gemaakt aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de ambtsopleiding te kunnen volgen (een briefje van een leraar van een BUN-lid bijvoorbeeld?) of om die met een 'zendingsbrief' te kunnen afronden
Dit hoewel ze dat in de website godgeleerdheid wel wordt aangeraden:
" Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. .... Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. ”
Mijn twijfel over het doorgaan van de ambtsopleiding en mijn vragen over de procedure heb ik voorgelegd aan het ministerie van OCW die daar immers speciaal geld (€ 260.000 per jaar) voor beschikbaar heeft gesteld. Het ministerie adviseert me, m'n vragen aan de VU voor te leggen.
Het contact met de VU heb ik opgenomen, zowel van boeddhisme-hoogleraar André van der Braak als met Ruard Ganzevoort, de hoogleraar die de opleiding 'spiritual care' coördineert.
Hier alleen m'n meest recente email aan André van der Braak, verstuurd 30 september 2013
De 'duistere passage' waarnaar ik verwijs, bevindt zich in de paragraaf 'De DAR' van de 'Ledenmail van 25 september', zie hieronder.
Op deze mail aan André van der Braak heb ik (nog) geen antwoord gekregen.
(Andere mails had ik ook als bijlage geplaatst maar heb ik weer verwijderd.)
" Beste André
Je moet me mijn bemoeizucht maar niet kwalijk nemen; de activiteiten van de VU beïnvloeden de receptie van het boeddhisme in Nederland en dat is ook mijn zaak.
De notitie uit februari kende ik.
Je zegt dat "we" hard bezig zijn de ambtsopleiding uit te werken?
- Is dat de 'curriculumcommissie' als bedoeld in de 'Samenwerkingsovereenkomst VU-BZI' van 31 maart 2012? Want dat hoort wel, (of denk ik dan als Theravadin te formalistisch en moet ik meer met de losse Chan-slag werken?)
- Hoort tot dat 'we' ook een door de VGVZ geregistreerd boeddhistisch geestelijk verzorger?
– Wordt trouwens zo'n persoon al geworven want die deskundigheid is er bij de VU op dit moment niet. En ik herhaal het maar eens: dat is toch eigenlijk zeer merkwaardig, niet alleen in de ambtsopleiding maar ook al in de nu lopende master.
– Is het resultaat van jullie harde werk ook iets dat in het openbaar (bv in de boeddhistische gemeenschap, dat is breder dan de BZI/BUN) bediscussieerd gaat worden?
– Ligt het niet op de weg van de VU om de BZI aan te spreken op hun volstrekt ontbreken van openbare communicatie?
– Verder ben ik benieuwd naar jouw interpretatie van de vrij duistere passage in de brief van André Kalden.
Vriendelijke groet
Joop Romeijn
PS Even voor de zekerheid: ik ambieer geen baantje "
B. Het bestuur van de BUN en van de BZI (of Varamitra) geven de lezers informatie
De informatie waar ik het over wil hebben, bevindt zich in twee downloadbare documenten:
'Ledenmail 25 september' ; en
'BZI Al gaande wordt de weg gebaand ', in 'Stukken ALV 16 nov'.
Citaat uit de Ledenmail 25 september
"Zo heeft de DAR (Dharma Advies Raad) zich … In die informatieronde is binnen de DAR onder meer de veracademisering van het beroep van boeddhistisch geestelijk verzorgende aan de orde gekomen die onder invloed van overheidseisen met medewerking van de BUN plaatsvindt.
Ook is gesproken over de(on)wenselijkheid van uitbreiding van de centralistische rol van de BUN in relatie tot de overheid en BVG, naar de benoeming van boeddhistisch geestelijk verzorgenden in zorginstellingen. Allemaal geen eenvoudige onderwerpen, maar van groot belang voor zowel de beroepsgroep als de wijze waarop we als BUN het boeddhisme in onze maatschappij willen organiseren, of juist niet willen organiseren. Daarbij speelt o.m. de vraag tot welke grens de BUN het recht heeft bepalen voor die organisatie in Nederland te zijn daar waar het boeddhisme zich kenmerkt door decentrale organisatie.”
Twee begrippen wil ik bespreken:
* 'Veracademisering '
Nogal vreemd dat dat nu aan de orde komt. Het was glashelder een voorwaarde van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie; en zowel bij de voorlopige erkenning in 2008 (van de BUN door Justitie) als bij de definitieve erkening in 2012 is als als voorwaarde opgenomen. Heeft de BUN toen zitten slapen?
Ik krijg het gevoel dat er iets anders speelt, iets dat bij de leraren van de DAR sterker speelt als bij de bestuurders van de BUN(-leden); namelijk het besef dat de boeddhistisch geestelijk verzorgers wel veel overeenkomst vertonen met de boeddhistische leraren en hun eigen specifieke lineage-procedures.
* '(On)wenselijkheid van de centralistische rol van de BUN '.
Ik neem aan dat men hiermee ook de centralistische rol van de BZI bedoelt. En die is er, want het ministerie van Justitie denkt in sterke mate centralistisch en de BZI is daardoor nogal geïndoctrineerd; zie hieronder bij 'verwildering'.
Het lijkt er op dat de leraren zeggen: eigenlijk moet (wellicht, we zijn voorzichtig en vriendelijk als boeddhisten) niet de BZI maar de (leraar van) de sangha waar de student/aspirant BGVer beoefent, de zendingsbrief voor zijn verantwoordelijkheid nemen. Terecht zeggen ze dat vanuit de opvatting dat de BUN geen leergezag heeft.
De BZI-notitie 'AL GAANDE WORDT DE WEG GEBAAND '; een citaat:
“De beroepsverenigingen voor geestelijk verzorgers binnen de zorgsector zijn bezig met een grondige herbezinning op de plaatsbepaling en legitimatie van de geestelijke verzorging. Anders dan bij Justitie en Defensie is er o.a. geen eenduidig aanstellingsbeleid binnen de zorgsector. Dit heeft de laatste jaren geleid tot een zekere verwildering van de geestelijke verzorging. Zelfbenoemde geestelijk verzorgers zonder binding aan een religieuze en/of levensbeschouwelijke traditie deden hun intrede in de zorgsector. Het streven van de beroepsverenigingen is om tot een eenduidig aanstellingsbeleid te komen, waarin onder andere d.m.v. een zendingsbrief, een verankering is gegarandeerd in de traditie waaraan de geestelijke verzorger verbonden is. Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken. Naast de zendingsbrief, zal een inschrijving in het kwaliteitsregister geestelijke verzorging een voorwaarde tot aanstelling zijn.
De BZI volgt de ontwikkelingen in de zorgsector nauwgezet, maar net als bij Defensie bestaat ook hier geen behoefte om een plaats te claimen.”
Wat kanttekeningen bij deze tekst:
* Is de 'beroepsvereniging' daarmee bezig ?
Jammer dat de BZI de lezer niet in de gelegenheid stelt de oorspronkelijke teksten hierover te lezen. Geen bronvermelding. Dat is bepaald geen academische benadering !
Ik heb ze via de website van de VGVZ (Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen) gevonden:
Persverklaring van de 'Regiegroep Toekomstig Bestel Geestelijke Verzorging' van april 2013
En de volledige ' Eindnota ' van de regiegroep :
De 'Persverklaring' bevat als essentie:
“In de zorg werkzame geestelijk verzorgers kunnen binnenkort alleen nog benoemd worden als zij geregistreerd staan als geestelijk verzorger in een beroepsregister. Met die registratie is hun bekwaamheid en hun bevoegdheid gegarandeerd. ...
Op dit moment werkt een toenemend aantal geestelijk verzorgers zonder bevoegdheidsverklaring. Dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Geestelijk verzorgers die geen binding willen aangaan met een specifieke levensbeschouwelijke stroming kunnen op dit moment nergens terecht voor een bevoegdheidsverklaring. Er bestaat geen orgaan dat hun levensbeschouwelijke competentie – onontbeerlijk voor dit werk – toetst. Om daar verandering in te brengen zal een Raad voor onafhankelijke spiritualiteit worden opgericht. “ (Onderstreping door Joop R)
* 'Verwildering '. Als het ooit duidelijk dat dat de BZI het Justitie-denken heeft overgenomen, dan is het wel bij het gebruik (in zeer afkeurende zin) van deze term. Een term die ook geen informatie bevat (en in Perverklaring of Eindnota ook niet voorkomt).
* 'Zelfbenoemde geestelijk verzorgers '. Wat een vreemde uitdrukking. Het waren de zorginstellingen (ziekenhuizen en zo) die benoemden; en de geestelijk verzorgers noemden zich geestelijk verzorgers omdat ze daartoe gediplomeerd waren.
* Voor de niet traditiegebonden, algemene geestelijk verzorgers, wordt een aparte organisatie opgericht, welke de zendingsbrief zal verstrekken '
De sleutelzin in dit document. En een zin waarin de Eindnota van de Regiegroep (en de Persverklaring) niet correct wordt weergegeven.
De 'Eindnota' stelt “dat de groep zogenoemde ongebonden geestelijk verzorgers omwille van een juist begrip nader gedifferentieerd moet worden in verschillende deelgroepen i.c.
· de deelgroep die om bijzondere redenen geen zending kan ontvangen van het genootschap waarmee men zich verbonden voelt, maar deze wel graag zou willen hebben
· de deelgroep die gerekend kan worden tot de ongebonden spirituelen, een kwantitatief en kwalitatief herkenbare en beschrijfbare groep
· de deelgroep die los van enige vorm van herkenbare spiritualiteit algemene geestelijke verzorging wil bieden "
Mijn conclusie uit deze ontwikkeling is dat de BZI – m.b.t. de zorg – niet de monopolist is wat betreft het 'zendende instantie' zijn. De term 'zendende instantie' wordt trouwens niet meer gebruikt, het gaat om het orgaan dat een bevoegdheidsverklaring kan afgeven voor een individuele geestelijk verzorger. Tip: verander de naam BZI in BOG
=======================================================================
Update 25 oktober: dit schreef ik te snel, de term komt wel een paar keer in de 'Eindnota' voor.
=======================================================================
Toegespitst op de boeddhisten die de master bij de VU met een bul hebben afgesloten: degenen die bij een sangha zijn aangesloten kunnen de bevoegdheidverklaring van de BZI krijgen òf van de Raad voor Onafhankelijke Spiritualiteit. En boeddhisten zonder sangha kunnen dat laatste ook. Datzelfde geldt de afronding van de master met de ambtsopleiding. Er is geen enkele reden ongebonden boeddhisten niet tot deze opleiding toe te laten, èn met goed gevolg te laten afsluiten
De VU moet daarbij wel snel duidelijk maken hoe en door wie dat 'met goed gevolg' wordt bepaald !
* 'Geen behoefte om een plaats claimen in de zorgsector'
Overbodige bescheidenheid want er is geen plek om iets te claimen, de zorginstellingen zijn (wat dit betreft) autonoom.
C. Tenslotte als curiositeit een artikel in het Boeddhistisch Dagblad BD op 17 oktober
Het begint gebruikelijk: Joop Hoek citeert BUN-berichten of parafraseert ze lichtjes.
Maar het eindigt met:
"De vraag zal volgens critici op de huidige gang van zaken aan de orde moeten komen of een academische achtergrond voor boeddhistische geestelijke verzorgers in de zorg noodzakelijk is en tot norm wordt verheven. "
Hee denk ik, welke critici dan? Deze passage staat helemaal niet in de brief van de voorzitter. Er zijn een paar leraren die, en met reden, zeer ongelukkig over de eis van Justitie zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat hij (Joop Ha) die bedoelt.
Bedoelt hij mij dan? Kan ik me ook niet voorstellen, ik heb op van alles kritiek maar niet op de 'veracademisering'. Ik houd juist van moeilijk; soms denk ik: nou wil ik weer eens een moeilijk boek gaan lezen, bv over de vraag of vòòr de Big Bang de tijd al bestaat of over de wijze van verspreiding van het boeddhisme van India naar China aan het begin van onze jaartelling.
Net zo als ik graag een academisch gevormd chirurg in een ziekenhuis tegenkom, is dat met de geestelijk verzorger het geval; wat niet wegneemt dat 'postacademisch' over-educatie is.
Tot ik de laatste regel van dit bericht lees:
"Bron BUN, alternatieve troonrede BD."
Joop Hoek bedoelt zichzelf, en verwijst naar de door hem geschreven alternatieve troonrede waarin duidelijk werd dat hij geestelijke verzorging van academisch niveau niet nodig vond. Geniaal. Ik had als reactie destijds in het BD geschreven dat dit juist bewees dat het BD geen spreekbuis van de BUN is, maar daar werden lezers ook weer boos op (en toen werden alle reacties verwijderd).
Maar misschien is dit toch wel de (persoonlijke) opvatting van André Kalden, als Tibetaans boeddhist, die hij als BUN-voorzitter niet kan ventileren.
maandag 15 juli 2013
Van goed los – Wat (boeddhistisch) los goed
Een paar kortere stukjes dit keer.
Voor mij is er overigens geen komkommertijd.
De Dharma en de Dharma-politie (een mooie kwalificatie die Gertjan Mulder mij en een paar vrienden ooit gaf) gaat altijd door.
A. Het 'Zuivere Land Boeddhisme' en de behoefte aan 'Eén Dhamma'
Verleden week plaatste ik hier m'n blog Waar is het Zuivere Land Boeddhisme begonnen ? Jan Nattier gaat de Indische wortels na
Toen ik dit meldde bij de redactie van het blad EKO, waaruit ik het had overgenomen, vernam ik dat ook deel 2 van de vertaling van het artikel van Jan Nattier uitgekomen was.
Ook dit deel wil ik hier in m'n blog overnemen. Maar niet teveel zware stuff tegelijk en bovendien wil ik me eerst verder in het Zuivere Land Boeddhisme verdiepen.
En een paar eerste antwoorden proberen te geven op de vraag:
Waarom toch die behoefte aan 'Eén Dhamma' die ook weer uit dit essay van Nattier blijkt? Vooral als zij refereert aan de Lotus Sutra
Maar die behoefte – of (wat voor mij hetzelfde is) de overtuiging – dat er in feite maar één Dhamma, één Boeddhisme, één voertuig is , is ook hedendaags. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek ' One Dhamma ' van Joseph Goldstein , wat eenzijdig in het Nederlands vertaald als 'De opkomst van een Westers Boeddisme '.
Ik denk dat er meerdere boeddhismen zijn waartussen wezenlijke verschillen bestaan, zowel in doel als in methoden.
Ik heb ook niet de behoefte aan één Dhamma.
En ik heb ook niet behoefte aan de verschillende boeddhistische tradities in een (hiërarchische) volgorde te zetten, met mijn Dharma bovenaan, zoals men dat gebruikelijk doet.
=========================================================
B. Brieven aan de VU en erover
De opleiding tot 'Boeddhistisch Geestelijk Verzorger ', in een vlaag van hoogmoed ook wel genoemd ' Buddhist Chaplain ', blijft me bezighouden, vooral de onduidelijkheden daarin.
De afgelopen weken heb ik daarover twee series vragen aan de VU gesteld.
B – 1 Op 3 juli vroeg ik per mail:
Ik heb een paar vragen waarvan men mij van de kant van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) geadviseerd heeft die aan de VU voor te leggen
Dit vanuit mijn betrokkenheid bij het boeddhisme, de geestelijke vorming en als blogger.
Er wordt (in het bericht ) gesteld:
"... en een eenjarige ambtsopleiding. Na het afronden hiervan kan men, indien voldaan is aan aanvullende voorwaarden zoals geworteld zijn in een boeddhistische traditie, een zending aanvragen bij de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI). "
- Betekent dat "geworteld zijn" persé het lid zijn van een sangha, als dan niet lid van de BUN?
- Kan ook een ongeorganiseerde boeddhist zo'n "zending" krijgen?
- Welke zijn de "aanvullende voorwaarden", c.q. wanneer worden deze bekend gemaakt?
Verder staat er "De verwachting is dat zij niet alleen bij justitie, maar ook in zorginstellingen, bij politie, de krijgsmacht en als zelfstandige aan het werk zullen gaan."
- Waarop is die "verwachting" gebaseerd, met name die van politie en krijgmacht is op geen enkele mij bekend onderzoek of beleidsstuk gebaseerd?
Elders , namelijk op de website van de VU wordt door prof van der Braak de studenten aanbevolen:
"Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt aangeraden om voor de start van de opleiding een toetsingsgesprek aan te vragen bij de BZI "
- Wie zijn de leden van de BZI?
- Wat is het (email)adres van de BZI?
- Wat is de relatie tussen de BZI en het hoofd boeddhistisch geestelijke verzorging bij Justitie?
Op de webite van de BUN las ik dat een nieuwe werkgroep uit de BUN, genaamd de "Dharma Advies Raad (DAR)" deze maand overleg heeft met de BZI
- Is dit een informeel of een formeel overleg?
- Is er een agenda van dit overleg?
- Komt er een openbaar verslag van?
- Nemen ook vertegenwoordigers van de VU (bv prof van der Braak) deel aan dit overleg?
B – 2 Op 11 juli vroeg ik, ook per mail, aan het Faculteitsbureau der Godgeleerdheid:
Een paar vragen ten behoeve van mijn 'Boeddhistische blog' ...
Het betreft de uitvoering van de 31 maart 2012 gesloten "Overeenkomst voor samenwerking van de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit met de Stichting Boeddhistische Zendende Instantie (BZI)". ....
Mijn vragen zijn:
- Is de 'Curriculumcommissie' zoals beschreven in artikel 3 van de 'Overeenkomst' inmiddels samengesteld, en wie zitten er in?
- Heeft de 'Curriculumcommissie' inmiddels voorstellen gedaan (artikel 4) aan het FB (FaculteitsBestuur) over de inhoud van de (ambts)opleiding; en heeft het FB daar op gereageerd?
- Is er (verder) overleg geweest tussen de BZI en het FB en/of prof. van der Braak over de invulling van de ambtsopleiding?
- Wanneer en op grond waarvan wordt definitief besloten of de eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (in september 2014 of later) doorgaat en op grond van welke criteria?
De eerste reactie die ik van de VU kreeg, was dat de vragen aan André van der Braak zijn doorgespeeld met het verzoek mij te antwoorden. Dat is lastig omdat juist de relatie tussen André en de BZI onduidelijk is en de strijd mogelijk gaat over het aantal masters van de VU.
B – 3 Geen vraag maar een (door feiten onderbouwde) mening
Op 9 juli plaatste ik een reactie in *OpenBoeddhisme* op het artikel " BZI onzichtbaar in VU-opleiding "
Mijn reactie:
Een tussenkop van een paragraaf van dit artikel had kunnen zijn:
Ook boeddhisme onzichtbaar in master-opleiding
Terecht constateert • Open Boeddhisme • dat nog steeds niets over de inhoud van de ‘boeddhistisch ambtsopleiding’ die september 2014 zou gaan starten, bekend is.
Maar het niet ingevuld zijn van de boeddhistische dimensie gaat verder. Hierboven wordt het ‘zachte’ deel van de VU-website aangehaald, met mooie woorden van onder meer André van der Braak, die vooral bedoeld lijken om studenten te werven (en de BUN te paaien).
Elders op de website staat het ‘harde’ deel: de invulling van de master-opleiding, de eisen: ' Master Theology and Religious Studies 1 year, specialization Spiritual Care'
In deze tekst komt het woord ‘boeddhisme’ helemaal niet meer voor. Wel vakken als ‘Dogmatics and Ecumenics, Church History en Biblical Studies. Kortom: traditionele VU-thema’s.
Het vak ‘Spiritual Care’ is generiek of op z’n best interreligieus, zo lijkt het.
Het lijkt er op dat de student zelf zijn of haar stage moet organiseren en dat daar het boeddhistische (geestelijke verzorgings) leerproces moet plaatsvinden. Maar bij wie dan?
Vandaar mijn toenemende twijfel: komt die VU-opleiding tot ‘boeddhistisch geestelijke verzorger’, ook bekend als ‘buddhist chaplain’, er eigenlijk wel, de komende jaren?
=========================================================
C. Respons op Publieke Omroep – Oproep
Op 6 juli plaatste ik de blog 'Een boeddhistische publieke omroep en boeddhisme bij de publieke omroep – Een oproep ' joopromeijn.blogspot.nl/2013/07/een-boeddhistische-publieke-omroep-en.html
Uit de respons op mijn 'oproep ' (en het ontbreken er van) leid ik af dat:
– De kans dat er een boeddhistisch (aspirant-)ledenomroep komt, lijkt me uitgesloten; de mensen zijn er niet, de wil is er niet en het organisatorisch vermogen is er niet.
– De kans dat door mij met name genoemde partijen gaan samenwerken, lijkt me zeer klein, waar dan ook over.
– De manier van besteden van de 9 miljoen (per jaar, vanaf 2016) leeft nog volstrekt niet.
– Relatief nog het meest lijkt het te leven bij de BOS-Radio.
Om op het laatste punt door te gaan: In de systematiek van het Commissariaat voor de Media hebben de boeddhisten ongeveer een aantal van 7 procent van de 'levensbeschouwelijken', ruim zeshonderd duizend van de negen miljoen euro per jaar dus.
De staatssecretaris heeft de Raad voor Cultuur begin juli advies gevraagd inzake de toekomst van de publieke omroep. Eén van de vragen is: “ Op welke manier kan de publieke omroep speciale aandacht besteden aan de culturele en levensbeschouwelijke programmering? ”
Voor mij staan twee punten vast:
– Het zou dom zijn als de boeddhisten (wie dan ook) zouden wachten tot 2015 of tot het uitkomen van bovengenoemd advies om te gaan lobbyen over de invulling ervan.
– Het zou naïef en ongewenst zijn dit aan BUN en/of BOS over te laten.
=========================================================
D. Vrouwvijandig boeddhisme?
Op 10 juli verscheen in het BoeddhistischDagblad een artikel van Andre Baets over de vrouwvijandigheid van het boeddhisme, zie hier . Naast wat meedoen aan gekibbel heb ik ook een serieuze reactie geplaatst :
Helemaal rechtlijnig is het verband niet maar ik zie een relatie tussen het inherente hiërarchische denken dat kenmerkend is voor (de meeste vormen van) het boeddhisme en de vrouwvijandigheid ervan.
Hiërarchie niet alleen tussen leraar en leerling , meer en minder gevorderde, de abt en de gewone monnik.
Maar ook in de beoefening op individueel niveau: steeds ‘hogere’ niveaus/stadia willen bereiken, of het nu nana’s of bumi’s of stappen van satori zijn. En dat niet alleen bij de ‘geleidelijke’ verlichting maar ook bij de ‘plotselinge’ vorm.
Een makkelijk ontstaand gevolg is dat men in het boeddhisme dan ook over inferieure en superieure mensen gaat praten. En dus …
Kan dat denken er uit? Misschien, al weet ik niet precies hoe, want dan moet er wel veel ont-dacht worden: de leraar-leerling verhouding, de reïncarnatie-opvatting, de doelen van sommige meditatie-vormen etc.
Maar gelukkig blijft er dan nog genoeg Dharma over.
=========================================================
E. Boeddhistische boeken, waar zijn ze gebleven?
Verleden week was ik weer eens in een middelgrote boekhandel in een middelgrote stad. Als altijd ging ik ook even kijken naar boeken over het boeddhisme.
Waar een paar jaar geleden er nog twee planken vol waren, is dat aantal gedecimeerd tot een twintigtal boeddhistische boeken in een zee van esoterische werken.
Ik denk dat de idee, ook te lezen op de website van de VU, "De belangstelling voor het boeddhisme is sterk groeiende in Nederland ", achterhaald is.
Erg is dat niet: het was voor een groot deel niet een echte groei, maar een hype.
Nu blijft een niet-modieuze religie/levensbeschouwing over, plus mogelijk een iets mindvollere samenleving.
Voor mij is er overigens geen komkommertijd.
De Dharma en de Dharma-politie (een mooie kwalificatie die Gertjan Mulder mij en een paar vrienden ooit gaf) gaat altijd door.
A. Het 'Zuivere Land Boeddhisme' en de behoefte aan 'Eén Dhamma'
Verleden week plaatste ik hier m'n blog Waar is het Zuivere Land Boeddhisme begonnen ? Jan Nattier gaat de Indische wortels na
Toen ik dit meldde bij de redactie van het blad EKO, waaruit ik het had overgenomen, vernam ik dat ook deel 2 van de vertaling van het artikel van Jan Nattier uitgekomen was.
Ook dit deel wil ik hier in m'n blog overnemen. Maar niet teveel zware stuff tegelijk en bovendien wil ik me eerst verder in het Zuivere Land Boeddhisme verdiepen.
En een paar eerste antwoorden proberen te geven op de vraag:
Waarom toch die behoefte aan 'Eén Dhamma' die ook weer uit dit essay van Nattier blijkt? Vooral als zij refereert aan de Lotus Sutra
Maar die behoefte – of (wat voor mij hetzelfde is) de overtuiging – dat er in feite maar één Dhamma, één Boeddhisme, één voertuig is , is ook hedendaags. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het boek ' One Dhamma ' van Joseph Goldstein , wat eenzijdig in het Nederlands vertaald als 'De opkomst van een Westers Boeddisme '.
Ik denk dat er meerdere boeddhismen zijn waartussen wezenlijke verschillen bestaan, zowel in doel als in methoden.
Ik heb ook niet de behoefte aan één Dhamma.
En ik heb ook niet behoefte aan de verschillende boeddhistische tradities in een (hiërarchische) volgorde te zetten, met mijn Dharma bovenaan, zoals men dat gebruikelijk doet.
=========================================================
B. Brieven aan de VU en erover
De opleiding tot 'Boeddhistisch Geestelijk Verzorger ', in een vlaag van hoogmoed ook wel genoemd ' Buddhist Chaplain ', blijft me bezighouden, vooral de onduidelijkheden daarin.
De afgelopen weken heb ik daarover twee series vragen aan de VU gesteld.
B – 1 Op 3 juli vroeg ik per mail:
Ik heb een paar vragen waarvan men mij van de kant van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) geadviseerd heeft die aan de VU voor te leggen
Dit vanuit mijn betrokkenheid bij het boeddhisme, de geestelijke vorming en als blogger.
Er wordt (in het bericht ) gesteld:
"... en een eenjarige ambtsopleiding. Na het afronden hiervan kan men, indien voldaan is aan aanvullende voorwaarden zoals geworteld zijn in een boeddhistische traditie, een zending aanvragen bij de Boeddhistische Zendende Instantie (BZI). "
- Betekent dat "geworteld zijn" persé het lid zijn van een sangha, als dan niet lid van de BUN?
- Kan ook een ongeorganiseerde boeddhist zo'n "zending" krijgen?
- Welke zijn de "aanvullende voorwaarden", c.q. wanneer worden deze bekend gemaakt?
Verder staat er "De verwachting is dat zij niet alleen bij justitie, maar ook in zorginstellingen, bij politie, de krijgsmacht en als zelfstandige aan het werk zullen gaan."
- Waarop is die "verwachting" gebaseerd, met name die van politie en krijgmacht is op geen enkele mij bekend onderzoek of beleidsstuk gebaseerd?
Elders , namelijk op de website van de VU wordt door prof van der Braak de studenten aanbevolen:
"Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt aangeraden om voor de start van de opleiding een toetsingsgesprek aan te vragen bij de BZI "
- Wie zijn de leden van de BZI?
- Wat is het (email)adres van de BZI?
- Wat is de relatie tussen de BZI en het hoofd boeddhistisch geestelijke verzorging bij Justitie?
Op de webite van de BUN las ik dat een nieuwe werkgroep uit de BUN, genaamd de "Dharma Advies Raad (DAR)" deze maand overleg heeft met de BZI
- Is dit een informeel of een formeel overleg?
- Is er een agenda van dit overleg?
- Komt er een openbaar verslag van?
- Nemen ook vertegenwoordigers van de VU (bv prof van der Braak) deel aan dit overleg?
B – 2 Op 11 juli vroeg ik, ook per mail, aan het Faculteitsbureau der Godgeleerdheid:
Een paar vragen ten behoeve van mijn 'Boeddhistische blog' ...
Het betreft de uitvoering van de 31 maart 2012 gesloten "Overeenkomst voor samenwerking van de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit met de Stichting Boeddhistische Zendende Instantie (BZI)". ....
Mijn vragen zijn:
- Is de 'Curriculumcommissie' zoals beschreven in artikel 3 van de 'Overeenkomst' inmiddels samengesteld, en wie zitten er in?
- Heeft de 'Curriculumcommissie' inmiddels voorstellen gedaan (artikel 4) aan het FB (FaculteitsBestuur) over de inhoud van de (ambts)opleiding; en heeft het FB daar op gereageerd?
- Is er (verder) overleg geweest tussen de BZI en het FB en/of prof. van der Braak over de invulling van de ambtsopleiding?
- Wanneer en op grond waarvan wordt definitief besloten of de eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (in september 2014 of later) doorgaat en op grond van welke criteria?
De eerste reactie die ik van de VU kreeg, was dat de vragen aan André van der Braak zijn doorgespeeld met het verzoek mij te antwoorden. Dat is lastig omdat juist de relatie tussen André en de BZI onduidelijk is en de strijd mogelijk gaat over het aantal masters van de VU.
B – 3 Geen vraag maar een (door feiten onderbouwde) mening
Op 9 juli plaatste ik een reactie in *OpenBoeddhisme* op het artikel " BZI onzichtbaar in VU-opleiding "
Mijn reactie:
Een tussenkop van een paragraaf van dit artikel had kunnen zijn:
Ook boeddhisme onzichtbaar in master-opleiding
Terecht constateert • Open Boeddhisme • dat nog steeds niets over de inhoud van de ‘boeddhistisch ambtsopleiding’ die september 2014 zou gaan starten, bekend is.
Maar het niet ingevuld zijn van de boeddhistische dimensie gaat verder. Hierboven wordt het ‘zachte’ deel van de VU-website aangehaald, met mooie woorden van onder meer André van der Braak, die vooral bedoeld lijken om studenten te werven (en de BUN te paaien).
Elders op de website staat het ‘harde’ deel: de invulling van de master-opleiding, de eisen: ' Master Theology and Religious Studies 1 year, specialization Spiritual Care'
In deze tekst komt het woord ‘boeddhisme’ helemaal niet meer voor. Wel vakken als ‘Dogmatics and Ecumenics, Church History en Biblical Studies. Kortom: traditionele VU-thema’s.
Het vak ‘Spiritual Care’ is generiek of op z’n best interreligieus, zo lijkt het.
Het lijkt er op dat de student zelf zijn of haar stage moet organiseren en dat daar het boeddhistische (geestelijke verzorgings) leerproces moet plaatsvinden. Maar bij wie dan?
Vandaar mijn toenemende twijfel: komt die VU-opleiding tot ‘boeddhistisch geestelijke verzorger’, ook bekend als ‘buddhist chaplain’, er eigenlijk wel, de komende jaren?
=========================================================
C. Respons op Publieke Omroep – Oproep
Op 6 juli plaatste ik de blog 'Een boeddhistische publieke omroep en boeddhisme bij de publieke omroep – Een oproep ' joopromeijn.blogspot.nl/2013/07/een-boeddhistische-publieke-omroep-en.html
Uit de respons op mijn 'oproep ' (en het ontbreken er van) leid ik af dat:
– De kans dat er een boeddhistisch (aspirant-)ledenomroep komt, lijkt me uitgesloten; de mensen zijn er niet, de wil is er niet en het organisatorisch vermogen is er niet.
– De kans dat door mij met name genoemde partijen gaan samenwerken, lijkt me zeer klein, waar dan ook over.
– De manier van besteden van de 9 miljoen (per jaar, vanaf 2016) leeft nog volstrekt niet.
– Relatief nog het meest lijkt het te leven bij de BOS-Radio.
Om op het laatste punt door te gaan: In de systematiek van het Commissariaat voor de Media hebben de boeddhisten ongeveer een aantal van 7 procent van de 'levensbeschouwelijken', ruim zeshonderd duizend van de negen miljoen euro per jaar dus.
De staatssecretaris heeft de Raad voor Cultuur begin juli advies gevraagd inzake de toekomst van de publieke omroep. Eén van de vragen is: “ Op welke manier kan de publieke omroep speciale aandacht besteden aan de culturele en levensbeschouwelijke programmering? ”
Voor mij staan twee punten vast:
– Het zou dom zijn als de boeddhisten (wie dan ook) zouden wachten tot 2015 of tot het uitkomen van bovengenoemd advies om te gaan lobbyen over de invulling ervan.
– Het zou naïef en ongewenst zijn dit aan BUN en/of BOS over te laten.
=========================================================
D. Vrouwvijandig boeddhisme?
Op 10 juli verscheen in het BoeddhistischDagblad een artikel van Andre Baets over de vrouwvijandigheid van het boeddhisme, zie hier . Naast wat meedoen aan gekibbel heb ik ook een serieuze reactie geplaatst :
Helemaal rechtlijnig is het verband niet maar ik zie een relatie tussen het inherente hiërarchische denken dat kenmerkend is voor (de meeste vormen van) het boeddhisme en de vrouwvijandigheid ervan.
Hiërarchie niet alleen tussen leraar en leerling , meer en minder gevorderde, de abt en de gewone monnik.
Maar ook in de beoefening op individueel niveau: steeds ‘hogere’ niveaus/stadia willen bereiken, of het nu nana’s of bumi’s of stappen van satori zijn. En dat niet alleen bij de ‘geleidelijke’ verlichting maar ook bij de ‘plotselinge’ vorm.
Een makkelijk ontstaand gevolg is dat men in het boeddhisme dan ook over inferieure en superieure mensen gaat praten. En dus …
Kan dat denken er uit? Misschien, al weet ik niet precies hoe, want dan moet er wel veel ont-dacht worden: de leraar-leerling verhouding, de reïncarnatie-opvatting, de doelen van sommige meditatie-vormen etc.
Maar gelukkig blijft er dan nog genoeg Dharma over.
=========================================================
E. Boeddhistische boeken, waar zijn ze gebleven?
Verleden week was ik weer eens in een middelgrote boekhandel in een middelgrote stad. Als altijd ging ik ook even kijken naar boeken over het boeddhisme.
Waar een paar jaar geleden er nog twee planken vol waren, is dat aantal gedecimeerd tot een twintigtal boeddhistische boeken in een zee van esoterische werken.
Ik denk dat de idee, ook te lezen op de website van de VU, "De belangstelling voor het boeddhisme is sterk groeiende in Nederland ", achterhaald is.
Erg is dat niet: het was voor een groot deel niet een echte groei, maar een hype.
Nu blijft een niet-modieuze religie/levensbeschouwing over, plus mogelijk een iets mindvollere samenleving.
donderdag 6 juni 2013
Follow-up van 'Een staatssecretaris als beschermer van sommige boeddhisten'
Verleden week plaatste ik hier een afschrift van m'n recente brief aan staatssecretaris Fred Teeven ( hier )
Hier wat follow-up, vooral veroorzaakt door (de agenda van) de ledenvergadering van de BUN op 8 juni.
Naast de 'Update' die ik al zette in de post verleden week, twee 'reacties' van mij in het BoeddhistischDagblad, eigenlijk geen reacties maar kleine commentariërende berichten.
De vraag die ik mezelf stelde: in hoeverre is de brief aan Teeven over de BUN achterhaald door de aankondigingen in de agenda en bijbehorende voorzittersbrief ? boeddhisme.nl/download/Agenda_ALV_8_juni_2013.pdf
boeddhisme.nl/download/BUN_ledenmail_2_juni_2013.pdf
Op een paar punten ligt de situatie nu iets anders: er wordt een initiatief aangekondigd t.a.v. de ongeorganiseerden, met nog onbekende inhoud maar het is niet helemaal onder het tapijt (tenzij de ledenvergadering het afschiet, wat in lijn met een eerder meerderheidsstandpunt zou zijn: alleen een georganiseerde boeddhist is een echte boeddhist, vond men nog niet zo lang geleden).
Zie ook m'n bijdrage van 6 juni (hieronder)
Het is denkbaar (maar in mijn inschatting onwaarschijnlijk) dat er wat betreft de VU-opleiding tot 'buddhist chaplain' op 8 juni wel duidelijkheid komt, vooral als de BZI omzeild kan worden.
De andere onderwerpen in de brief aan Teeven blijven onverkort overeind staan, wat mij betreft.
=======================================================================
Een aangepaste UPDATE van 4 mei
Van Groucho Marx is de uitspraak: "Ik wil niet lid zijn van een club die mensen zoals ik als lid accepteert "
Daar moet ik weer aan denken nu ik lees dat het bestuur van de BUN toch voorstelt (aan ledenvergadering van 8 juni) een werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten in te stellen '. Verdere gegevens over deze instelling ontbreken.
Maar ook zonder dat zou ik zeggen: DOE HET NIET !
Dat zeg ik tegen de ongeorganiseerden, inclusief het door John Willemsens gestarte Nederlands Boeddhisten Netwerk: ga niet op een eventuele uitnodiging in.
De eenvoudige vraag is namelijk: participatie waar aan ?
Ik weet daar echt geen antwoord op.
Dat zou ik ook aan de vertegenwoordigers van de leden van de BUN kunnen zeggen maar daar zie ik van af omdat ik de hele BUN niet zie zitten.
Bron: Agenda (BUN-)ALV van 8 juni
=======================================================================
(Reactie in het BD van 4 juni)
Nog eentje dan, tenslotte zijn de vorige ‘Nieuwsbrieven’ van de BUN-voorzitter ook steeds in het BD weergegeven.
Dit weekend is uitgekomen brief van de BUN-voorzitter
De in mijn ogen merkwaardigste (gezien de door Ron Sinnige beschreven doelbewuste acties van de BUN-voorzitter) tekst is deze:
“Zen.nl
Er is discussie ontstaan binnen de Zen-traditie. In dit kader is op verzoek van een van onze leden het agendapunt Zen.nl opgenomen. De BUN is een vereniging van organisaties tot nut, etc. Wij staan als BUN verder buiten de interne gang van zaken bij aangesloten leden; wij hebben geen controlerende taak. Een statutaire bevoegdheid in die richting ontbreekt ook. Leden kunnen tijdens de ALV elkaar wel vragen stellen over de interne gang van zaken. Dit is de reden om dit agendapunt op te nemen.”
Merkwaardig ook dat geen relatie wordt gelegd met de ‘Lerarenraad’ die – zo wordt ons meegedeeld – ‘Dharma Advies Raad (DAR)‘ gaat heten. Die DAR zou zich toch over problemen als bij Zen.Nl moeten kunnen buigen?
Jammer trouwens dat de DAR geen van de sangha’s onafhankelijke leden heeft, bv ethici.
=======================================================================
(Reactie in het BD van 5 juni)
Eéntje dan nog, iemand moet toch het gesprek gaande houden.
En over sommige onderwerpen moeten niet alleen de bestuurders van de BUN praten, die gaan elke maatschappelijk betrokken boeddhist aan (dank je, Biesheuvel)
De Boeddhistisch Geestelijke Verzorging is ook zo’n vervolgverhaal.
Beide boven genoemde BUN-pdf’s gaan daar ook – zij het zeer kort – over.
André van der Braak houdt als VU-hoogleraar (tevens Zen-boeddhist) een inleiding over de master-opleiding, die gevolgd zou moeten worden door een ‘ambtsopleiding’ waarover de VU nog geen besluit heeft genomen, zover ik hun website begrijp.
Hij heeft ter voorbereiding een document toegezonden dat uit februari stamt en op essentiele punten onduidelijk blijkt, zo heb ik in m’n blog http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/03/de-vu-opleiding-tot-boeddhistisch.html van 14 maart plus update (n.a.v. een mail van van der Braak aan mij) van 19 maart beschreven.
Daarin heb ik het ook over de in mijn ogen incompetente BZI gehad, de dochterstichting van de BUN die het contract met de VU over de ambtsopleiding heeft getekend. De BZI lijkt wat terzijde geschoven: Justitie-ambtenaar Varamitra gaat verdere informatie geven en het draagvlak bij de sangha’s creëren moet nu plaatsvinden via de net gestarte Dharma Advies Raad. Alsof de studenten daar iets aan hebben.
Of er echt besluiten genomen worden in de ledenvergadering zaterdag, is me niet duidelijk, meestal zijn de leden al blij als ze wat informatie krijgen, de beroepsboeddhisten blijven aan de knoppen zitten.
Verder blijft mijn mening dat je ook boeddhistisch geestelijk verzorger kan zijn of worden zonder ‘brief’ van een leraar van een BUN-lid, en waarschijnlijk zelfs zonder de ‘ambtsopleiding’ te hebben gevolgd (de gezondheidszorginstellingen zullen in de meeste gevallen wel een master eisen).
=======================================================================
(Reactie in het BD èn in LinkedIn op 6 juni)
Op de agenda van de BUN-ledenvergadering staat ook:
'(12.) Besluit tot instelling werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten '
Verdere toelichting ontbreekt. Ik ben benieuwd want sinds een paar mensen (waaronder ik) in 2009 voorstellen in die richting deden, waren (bestuurs)leden van de BUN er fel tegen, om drie redenen:
– Het geeft praktische problemen met stemrecht en zo, en bovendien wil Justitie het niet;
– Er dreigen een aantal lastige zogeheten 'ongebonden boeddhisten' (inderdaad, waaronder ik) de BUN in te komen;
– Het kan principieel niet want een 'echte' boeddhist neemt toevlucht tot de Boeddha en tot de Dhamma/Dharma en tot de Sangha, en die 'ongeorganiseerden' willen kennelijk geen toevlucht tot de Sangha nemen en zijn dus gemankeerde 'boeddhisten' (dat in een discussie elders bleek dat de leraren die dit stelden eigenlijk bedoelden: toevlucht nemen tot de leraar – en dus de spirituele superioriteit van de leraar accepteren - maar dat staat niet in de Dhamma dus dat wordt omfloerst gezegd)
Hoe men zaterdag (8 juni) met deze grote bezwaren omgaat: geen idee.
Tegelijk is er nieuws van het ' Nederlands Boeddhisten Netwerk ' (NBN, in oprichting). Ik heb geen Facebook-account en vind het te vroeg: het is beter dat eerst de BUN zich opheft.
Een eerste bijeenkomst is op 29 juni, in Deventer.
Ik hoop nu maar dat de BUN zich niet positief uitspreekt over de NBN of stelt dat dit in plaats kan komen c.q. de start kan zijn van de participatie van de ongeorganiseerde boeddhisten aan de BUN. Dat zou een 'kiss of death' zijn.
Een NBN zou in mijn ogen de monopolie-claim van de BUN op zendtijd (maar dat is geen groot probleem meer want dat is over 2 jaar toch voorbij) en op het mogen 'zenden' van 'buddhist chaplains' (en dus bepalen wie dat mag zijn) moeten bestrijden.
Kortom: het is nog geen komkommertijd in boeddhistisch Nederland.
Hier wat follow-up, vooral veroorzaakt door (de agenda van) de ledenvergadering van de BUN op 8 juni.
Naast de 'Update' die ik al zette in de post verleden week, twee 'reacties' van mij in het BoeddhistischDagblad, eigenlijk geen reacties maar kleine commentariërende berichten.
De vraag die ik mezelf stelde: in hoeverre is de brief aan Teeven over de BUN achterhaald door de aankondigingen in de agenda en bijbehorende voorzittersbrief ? boeddhisme.nl/download/Agenda_ALV_8_juni_2013.pdf
boeddhisme.nl/download/BUN_ledenmail_2_juni_2013.pdf
Op een paar punten ligt de situatie nu iets anders: er wordt een initiatief aangekondigd t.a.v. de ongeorganiseerden, met nog onbekende inhoud maar het is niet helemaal onder het tapijt (tenzij de ledenvergadering het afschiet, wat in lijn met een eerder meerderheidsstandpunt zou zijn: alleen een georganiseerde boeddhist is een echte boeddhist, vond men nog niet zo lang geleden).
Zie ook m'n bijdrage van 6 juni (hieronder)
Het is denkbaar (maar in mijn inschatting onwaarschijnlijk) dat er wat betreft de VU-opleiding tot 'buddhist chaplain' op 8 juni wel duidelijkheid komt, vooral als de BZI omzeild kan worden.
De andere onderwerpen in de brief aan Teeven blijven onverkort overeind staan, wat mij betreft.
=======================================================================
Een aangepaste UPDATE van 4 mei
Van Groucho Marx is de uitspraak: "Ik wil niet lid zijn van een club die mensen zoals ik als lid accepteert "
Daar moet ik weer aan denken nu ik lees dat het bestuur van de BUN toch voorstelt (aan ledenvergadering van 8 juni) een werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten in te stellen '. Verdere gegevens over deze instelling ontbreken.
Maar ook zonder dat zou ik zeggen: DOE HET NIET !
Dat zeg ik tegen de ongeorganiseerden, inclusief het door John Willemsens gestarte Nederlands Boeddhisten Netwerk: ga niet op een eventuele uitnodiging in.
De eenvoudige vraag is namelijk: participatie waar aan ?
Ik weet daar echt geen antwoord op.
Dat zou ik ook aan de vertegenwoordigers van de leden van de BUN kunnen zeggen maar daar zie ik van af omdat ik de hele BUN niet zie zitten.
Bron: Agenda (BUN-)ALV van 8 juni
=======================================================================
(Reactie in het BD van 4 juni)
Nog eentje dan, tenslotte zijn de vorige ‘Nieuwsbrieven’ van de BUN-voorzitter ook steeds in het BD weergegeven.
Dit weekend is uitgekomen brief van de BUN-voorzitter
De in mijn ogen merkwaardigste (gezien de door Ron Sinnige beschreven doelbewuste acties van de BUN-voorzitter) tekst is deze:
“Zen.nl
Er is discussie ontstaan binnen de Zen-traditie. In dit kader is op verzoek van een van onze leden het agendapunt Zen.nl opgenomen. De BUN is een vereniging van organisaties tot nut, etc. Wij staan als BUN verder buiten de interne gang van zaken bij aangesloten leden; wij hebben geen controlerende taak. Een statutaire bevoegdheid in die richting ontbreekt ook. Leden kunnen tijdens de ALV elkaar wel vragen stellen over de interne gang van zaken. Dit is de reden om dit agendapunt op te nemen.”
Merkwaardig ook dat geen relatie wordt gelegd met de ‘Lerarenraad’ die – zo wordt ons meegedeeld – ‘Dharma Advies Raad (DAR)‘ gaat heten. Die DAR zou zich toch over problemen als bij Zen.Nl moeten kunnen buigen?
Jammer trouwens dat de DAR geen van de sangha’s onafhankelijke leden heeft, bv ethici.
=======================================================================
(Reactie in het BD van 5 juni)
Eéntje dan nog, iemand moet toch het gesprek gaande houden.
En over sommige onderwerpen moeten niet alleen de bestuurders van de BUN praten, die gaan elke maatschappelijk betrokken boeddhist aan (dank je, Biesheuvel)
De Boeddhistisch Geestelijke Verzorging is ook zo’n vervolgverhaal.
Beide boven genoemde BUN-pdf’s gaan daar ook – zij het zeer kort – over.
André van der Braak houdt als VU-hoogleraar (tevens Zen-boeddhist) een inleiding over de master-opleiding, die gevolgd zou moeten worden door een ‘ambtsopleiding’ waarover de VU nog geen besluit heeft genomen, zover ik hun website begrijp.
Hij heeft ter voorbereiding een document toegezonden dat uit februari stamt en op essentiele punten onduidelijk blijkt, zo heb ik in m’n blog http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/03/de-vu-opleiding-tot-boeddhistisch.html van 14 maart plus update (n.a.v. een mail van van der Braak aan mij) van 19 maart beschreven.
Daarin heb ik het ook over de in mijn ogen incompetente BZI gehad, de dochterstichting van de BUN die het contract met de VU over de ambtsopleiding heeft getekend. De BZI lijkt wat terzijde geschoven: Justitie-ambtenaar Varamitra gaat verdere informatie geven en het draagvlak bij de sangha’s creëren moet nu plaatsvinden via de net gestarte Dharma Advies Raad. Alsof de studenten daar iets aan hebben.
Of er echt besluiten genomen worden in de ledenvergadering zaterdag, is me niet duidelijk, meestal zijn de leden al blij als ze wat informatie krijgen, de beroepsboeddhisten blijven aan de knoppen zitten.
Verder blijft mijn mening dat je ook boeddhistisch geestelijk verzorger kan zijn of worden zonder ‘brief’ van een leraar van een BUN-lid, en waarschijnlijk zelfs zonder de ‘ambtsopleiding’ te hebben gevolgd (de gezondheidszorginstellingen zullen in de meeste gevallen wel een master eisen).
=======================================================================
(Reactie in het BD èn in LinkedIn op 6 juni)
Op de agenda van de BUN-ledenvergadering staat ook:
'(12.) Besluit tot instelling werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten '
Verdere toelichting ontbreekt. Ik ben benieuwd want sinds een paar mensen (waaronder ik) in 2009 voorstellen in die richting deden, waren (bestuurs)leden van de BUN er fel tegen, om drie redenen:
– Het geeft praktische problemen met stemrecht en zo, en bovendien wil Justitie het niet;
– Er dreigen een aantal lastige zogeheten 'ongebonden boeddhisten' (inderdaad, waaronder ik) de BUN in te komen;
– Het kan principieel niet want een 'echte' boeddhist neemt toevlucht tot de Boeddha en tot de Dhamma/Dharma en tot de Sangha, en die 'ongeorganiseerden' willen kennelijk geen toevlucht tot de Sangha nemen en zijn dus gemankeerde 'boeddhisten' (dat in een discussie elders bleek dat de leraren die dit stelden eigenlijk bedoelden: toevlucht nemen tot de leraar – en dus de spirituele superioriteit van de leraar accepteren - maar dat staat niet in de Dhamma dus dat wordt omfloerst gezegd)
Hoe men zaterdag (8 juni) met deze grote bezwaren omgaat: geen idee.
Tegelijk is er nieuws van het ' Nederlands Boeddhisten Netwerk ' (NBN, in oprichting). Ik heb geen Facebook-account en vind het te vroeg: het is beter dat eerst de BUN zich opheft.
Een eerste bijeenkomst is op 29 juni, in Deventer.
Ik hoop nu maar dat de BUN zich niet positief uitspreekt over de NBN of stelt dat dit in plaats kan komen c.q. de start kan zijn van de participatie van de ongeorganiseerde boeddhisten aan de BUN. Dat zou een 'kiss of death' zijn.
Een NBN zou in mijn ogen de monopolie-claim van de BUN op zendtijd (maar dat is geen groot probleem meer want dat is over 2 jaar toch voorbij) en op het mogen 'zenden' van 'buddhist chaplains' (en dus bepalen wie dat mag zijn) moeten bestrijden.
Kortom: het is nog geen komkommertijd in boeddhistisch Nederland.
maandag 20 mei 2013
Een jaar Boeddhistisch Dagblad
Het BD bestaat deze week een jaar. Het eerste artikel, ' Dalai Lama bezoekt Huy, België ' , verscheen op 25 mei 2012, zie pagina http://boeddhistischdagblad.nl/page/107/ misschien is het al weer page 108/ of 109/ als u dit leest.
Ruim 100 pages, met 10 artikelen per pagina (page), dat zijn er dus ruim 1000, drie per dag ; dat is veel, dat is te veel, vind ik.
Maar laat ik met het positieve beginnen.
De boeddhistische journalistieke wereld was tot een jaar geleden weliswaar niet woest en ledig, d.w.z. saai, maar naast *OpenBoeddhisme* (bijna anderhalf jaar geleden gestart) en mijn blog (herstart twee en een half jaar geleden) was er niet zo veel. De BOS deed er op de radio mondjesmaat aan, maar volstrekt a-kritisch, de BOS-televisie helemaal niet en ook het kwartaalblad ' BoedhaMagazine ' benadrukte vooral het positieve.
Daarmee vergeleken is de huidige situatie behoorlijk dynamisch; de (journalistieke) blogs vullen elkaar aan en beconcurreren elkaar lichtjes (al wordt dat niet zo gezegd), wat betreft primeurs.
Vooral de toon is gemiddeld wat anders geworden; het was een paar jaar geleden nog uiterst ongebruikelijk ook maar iets kritisch van een ander (persoon of organisatie) te zeggen, onmiddellijk werd tot 'zuiver spreken' gemaand, maar dat hoefde bijna niet: de cultuur was eenvoudig lief zijn voor elkaar. 'Ik bewonder jou en jij bewondert mij.'
Nu krijgt een raar telefoontje van de BUN-voorzitter aan Ron Sinnige (met het verzoek tot radio-stilte ) de aandacht die in het normale maatschappelijke leven ook bij zo'n actie van een bestuurder gebruikelijk is. Ook aandacht – in tweede instantie – in het BD, en kondigt de redacteur aan, deze voorzitter er in een aangekondigd interview over door te zagen (een term die hij niet gebruikte).
Niet dat het BD zo kritisch is (minder kritisch dan ze zelf denken in ieder geval), er is wel discussie mogelijk naar aanleiding van de er geplaatste artikelen.
Over veel onderwerpen ook.
Voor de lezer zijn wel 'tags' te zien maar geen 'tag-cloud' zodat de thema's onderscheiden lastig is, maar niet onmogelijk. Lang niet alle artikelen zijn echter van tags voorzien, met name de van andere (blogs) overgenomen artikelen niet, en die vormen een groot percentage.
=================================================================
Update 22 mei
Sinds gisteren heeft het BD een tag-cloud. Zou ik dan toch invloed hebben?
Nu nog een paar inhoudelijke wensen ingewilligd en ik word helemaal gelukkig.
=================================================================
Ik noem er toch een paar:
Genoemde Dalai Lama krijgt ruim 40 artikelen, 'Tibetaans boeddhisme' maar een handjevol: veel artikelen met de tag 'Dalai Lama' gaan over Tibet en Tibetanen maar niet over het boeddhisme, over de Dharma zelf, wel allerlei typen 'politieke' uitspraken van hem.
Ook zelfverbrandingen van Tibetanen hebben veel artikelen gevuld (evenveel als 'plofkippen', hoewel die twee niets met elkaar te maken hebben).
Toch is het geringe aantal artikelen over (de beoefening van) het Tibetaans boeddhisme (Vajrayana) opvallend. Er zijn best Tibetaans-boeddhistische bloggers actief (ik ken er minstens één) en anderen zijn vast wel bereid vanuit hun ervaring te schrijven.
Maar kennelijk zijn er veel lezers met interesse in het land, het volk en de cultuur van de Tibetanen zonder veel behoefte zich in de (moeilijke) inhoud van het Tibetaans boeddhisme te verdiepen, laat staan het zelf te beoefenen.
Theravada en Vipassana en Pali Canon scoren – samen – ruim twintig keer.
De 'tags' Zen en Zen-boeddhisme samen ruim dertig keer.
Zelfs Zen.Nl komt veel aan de orde in dit jaar, ik ben echt niet de enige die dit kartel steeds noemt.
Een van de interessante ervan is de bespreking door Maarten Barckhof van Ritskes 'Leer voelen wat je wilt voelen ', zie hier uit het begin van het BD.
Een citaat er uit “ Wat mij … opvalt, is de stelligheid waarmee persoonlijke ontdekkingen worden gepresenteerd, en het idee van maakbaarheid en verandering dat uit zowel de titel van het boek als de voordracht lijkt te spreken. Ik ervoer weinig ruimte voor eigen ervaring en acceptatie. ”
Een bespreking met voorspellend karakter.
En nog veel meer onderwerpen. Vaak ook met een Belgische bron, voor mij terra incognita.
Teveel, ik schreef het hierboven al en heb het ook in reacties in het BD wel geschreven. Te veel trivia en te veel onderwerpen die weinig tot niets met het boeddhisme en de beoefening er van te maken hebben . Maar opnieuw moet ik het bescheiden toegeven: veel lezers houden er van.
Eén van de opvallende zaken van het BD is wat 'gewone' kranten ook wel hebben maar je hier niet verwacht: het snel achter zich laten van een onderwerp . Weinig 'nazorg', weinig na een paar maanden nog eens checken hoe het er mee staat.
Maar ik vrees dat ook de lezers kort van memorie zijn.
Eigenlijk is Joop Hoek, de (hoofd)redacteur te aardig en wil hij ook graag aardig gevonden worden; misschien een goede eigenschap voor een boeddhist maar iets minder gewenst voor een journalist.
(Ik vind hem vaak ook aardig, zeker in z'n mailtjes aan mij en dat vind ik lastig)
Een ander heikel maar ook voor hem gevoelig punt: het in eerste instantie kommentaarloos letterlijk weergeven van persberichten, bijvoorbeeld van het BUN-bestuur, maar ook van het ministerie van Justitie, de VU en de BOS.
Joop Hoek ontkent dit maar ik blijf het beeld houden van heel lang (zo'n vijftig jaar) geleden dat Trouw opschreef wat de AR wilde, de Volkskrant van de KVP was en het Vrije Volk van de PvdA.
Een dieptepunt was (wat mij betreft) de manier van coveren van de beslissing van staatssecretaris Teeven van Justitie om de BUN te erkennen, ondanks een advies van het Kaski, dat niet definitief te doen. Dat speelde zich medio december 2012 af, met als dieptepunt (vond ik) het artikel “Rang is alleen Rang als er Rang op staat ” (zie hier of lees het juist maar niet )
Daar staan veel mooie artikelen, zelf geschreven of zelf gevonden, tegenover.
In die zin is het BD inmiddels onmisbaar geworden. Begrijpelijk dat veel lezers een soort abonnement op de ochtend- of de avond-edititie (het verschil is te verwaarlozen) hebben genomen; ik niet, ik surf er gewoon een paar keer per dag heen.
Het academische, de boeddhologie, krijgt weinig aandacht in het BD. Niet zo raar want veel van de lezers (vermoed ik) zijn daar ook niet in geïnteresseerd. Ik wel, mijn blog wel en ook dat van *OpenBoeddhisme* bijvoorbeeld.
Een gevolg is wel dat het hele tot stand komen (als het doorgaat) van de ambtsopleiding 'buddhist chaplain' en voorafgaand daaraan bachelor- en master-opleiding bij de VU de lezers grotendeels onthouden is. Inclusief de vreemde rol van de Boeddhistisch Zendende Instantie de BZI, een mooie kluif voor een journalist.
Maar één jaar is niet veel. En een dagblad met één schrijvende redacteur ook niet.
Aanvulling met een onderzoeksjournalist zou geen kwaad kunnen. En een beetje minder harmonieuze relatie met het BUN-bestuur ook niet trouwens, de behoefte het gezellig te houden kan wel wat minder.
Eerlijk gezegd vind ik soms de discussie (reacties op reacties) interessanter dan de artikelen zelf; het modereren ervan – dat redactielid (tevens webmaster) Paul van Buuren doet, is lastig, zou nog meer tijd vragen. Niet alleen onwelvoegelijke taal schrappen (met enige gene moet ik toegeven: ook wel van mij een enkele keer), maar vooral ook het on-topic houden van de discussie wat nu nog nauwelijks gebeurt.
Eigenlijk is het BD een dagblad en een discussieforum in één, misschien wel een lastige combinatie.
Nog één puntje BUN dan, in relatie (of juist niet) tot het Boeddhistisch Dagblad.
Op 24 oktober 2012 publiceerde Joop Hoek als redacteur het volgende hier volledig geciteerde artikel: “Waarom ongebonden boeddhisten lid zouden worden van de BUN ?
In verband met een journalistieke productie die deze week in het Boeddhistisch Dagblad wordt geplaatst, willen we graag reacties van zogenoemde ongebonden (niet aan een sangha verbonden) boeddhisten horen op de vraag: Willen zij als niet georganiseerde boeddhist lid worden van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). Wat verwachten zij van dat lidmaatschap? Hoe zou het stemrecht geregeld moeten worden van deze ongebondenen? Zouden de ongebondenen zich moeten verenigen en als groep aansluiting zoeken bij de BUN? Zijn de ongebondenen bereid contributie te betalen aan de BUN? Waarom zijn ze ongebonden? "
(Zie hier )
Liefst 43 reacties volgden hierop. Sommige dachten dat het BD deze vraag had gesteld op verzoek van de BUN-voorzitter, hij ontkende dat.
Mijn vraag nu is: hoe zit het met die aangekondigde journalistieke productie? Of gingen de reacties niet de goede richting in?
En mijn vraag is: hoe zit het met de aankondiging van de BUN in die periode (en de zomer er voor) dat in het voorjaar van 2013 een voorstel in de BUN-ledenvergadering besproken zou worden over het wel (of niet) betrekken van ongebonden aka ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN?
Een ledenvergadering die op 9 juni aanstaande plaatsvindt !
Dat kan een prachtig artikel worden in het kader van het eerste jubileumnummer van het Boeddhistisch Dagblad, met mogelijk een primeur.
Laat ik het samenvattend en afsluitend zo zeggen , en voor mijn doen zeer positief: ga maar door, met een aantal verbeteringen (weglatingen).
Maar laat ik er gelijk bij zeggen: ik hoop ook dat *OpenBoeddhisme*, het andere journalistieke blog, doorgaat en de andere – meer vanuit hun persoonlijke ervaringen schrijvende – bloggers doorgaan.
En dat de nieuwsgierigheid van de (boeddhistische) lezer hoe de zaken echt in elkaar zitten, verder toeneemt.
En dat tenslotte de grote en kleine machthebbers in boeddhistisch Nederland het bestaan van al deze media (een beetje) lastig blijven vinden.
Ruim 100 pages, met 10 artikelen per pagina (page), dat zijn er dus ruim 1000, drie per dag ; dat is veel, dat is te veel, vind ik.
Maar laat ik met het positieve beginnen.
De boeddhistische journalistieke wereld was tot een jaar geleden weliswaar niet woest en ledig, d.w.z. saai, maar naast *OpenBoeddhisme* (bijna anderhalf jaar geleden gestart) en mijn blog (herstart twee en een half jaar geleden) was er niet zo veel. De BOS deed er op de radio mondjesmaat aan, maar volstrekt a-kritisch, de BOS-televisie helemaal niet en ook het kwartaalblad ' BoedhaMagazine ' benadrukte vooral het positieve.
Daarmee vergeleken is de huidige situatie behoorlijk dynamisch; de (journalistieke) blogs vullen elkaar aan en beconcurreren elkaar lichtjes (al wordt dat niet zo gezegd), wat betreft primeurs.
Vooral de toon is gemiddeld wat anders geworden; het was een paar jaar geleden nog uiterst ongebruikelijk ook maar iets kritisch van een ander (persoon of organisatie) te zeggen, onmiddellijk werd tot 'zuiver spreken' gemaand, maar dat hoefde bijna niet: de cultuur was eenvoudig lief zijn voor elkaar. 'Ik bewonder jou en jij bewondert mij.'
Nu krijgt een raar telefoontje van de BUN-voorzitter aan Ron Sinnige (met het verzoek tot radio-stilte ) de aandacht die in het normale maatschappelijke leven ook bij zo'n actie van een bestuurder gebruikelijk is. Ook aandacht – in tweede instantie – in het BD, en kondigt de redacteur aan, deze voorzitter er in een aangekondigd interview over door te zagen (een term die hij niet gebruikte).
Niet dat het BD zo kritisch is (minder kritisch dan ze zelf denken in ieder geval), er is wel discussie mogelijk naar aanleiding van de er geplaatste artikelen.
Over veel onderwerpen ook.
Voor de lezer zijn wel 'tags' te zien maar geen 'tag-cloud' zodat de thema's onderscheiden lastig is, maar niet onmogelijk. Lang niet alle artikelen zijn echter van tags voorzien, met name de van andere (blogs) overgenomen artikelen niet, en die vormen een groot percentage.
=================================================================
Update 22 mei
Sinds gisteren heeft het BD een tag-cloud. Zou ik dan toch invloed hebben?
Nu nog een paar inhoudelijke wensen ingewilligd en ik word helemaal gelukkig.
=================================================================
Ik noem er toch een paar:
Genoemde Dalai Lama krijgt ruim 40 artikelen, 'Tibetaans boeddhisme' maar een handjevol: veel artikelen met de tag 'Dalai Lama' gaan over Tibet en Tibetanen maar niet over het boeddhisme, over de Dharma zelf, wel allerlei typen 'politieke' uitspraken van hem.
Ook zelfverbrandingen van Tibetanen hebben veel artikelen gevuld (evenveel als 'plofkippen', hoewel die twee niets met elkaar te maken hebben).
Toch is het geringe aantal artikelen over (de beoefening van) het Tibetaans boeddhisme (Vajrayana) opvallend. Er zijn best Tibetaans-boeddhistische bloggers actief (ik ken er minstens één) en anderen zijn vast wel bereid vanuit hun ervaring te schrijven.
Maar kennelijk zijn er veel lezers met interesse in het land, het volk en de cultuur van de Tibetanen zonder veel behoefte zich in de (moeilijke) inhoud van het Tibetaans boeddhisme te verdiepen, laat staan het zelf te beoefenen.
Theravada en Vipassana en Pali Canon scoren – samen – ruim twintig keer.
De 'tags' Zen en Zen-boeddhisme samen ruim dertig keer.
Zelfs Zen.Nl komt veel aan de orde in dit jaar, ik ben echt niet de enige die dit kartel steeds noemt.
Een van de interessante ervan is de bespreking door Maarten Barckhof van Ritskes 'Leer voelen wat je wilt voelen ', zie hier uit het begin van het BD.
Een citaat er uit “ Wat mij … opvalt, is de stelligheid waarmee persoonlijke ontdekkingen worden gepresenteerd, en het idee van maakbaarheid en verandering dat uit zowel de titel van het boek als de voordracht lijkt te spreken. Ik ervoer weinig ruimte voor eigen ervaring en acceptatie. ”
Een bespreking met voorspellend karakter.
En nog veel meer onderwerpen. Vaak ook met een Belgische bron, voor mij terra incognita.
Teveel, ik schreef het hierboven al en heb het ook in reacties in het BD wel geschreven. Te veel trivia en te veel onderwerpen die weinig tot niets met het boeddhisme en de beoefening er van te maken hebben . Maar opnieuw moet ik het bescheiden toegeven: veel lezers houden er van.
Eén van de opvallende zaken van het BD is wat 'gewone' kranten ook wel hebben maar je hier niet verwacht: het snel achter zich laten van een onderwerp . Weinig 'nazorg', weinig na een paar maanden nog eens checken hoe het er mee staat.
Maar ik vrees dat ook de lezers kort van memorie zijn.
Eigenlijk is Joop Hoek, de (hoofd)redacteur te aardig en wil hij ook graag aardig gevonden worden; misschien een goede eigenschap voor een boeddhist maar iets minder gewenst voor een journalist.
(Ik vind hem vaak ook aardig, zeker in z'n mailtjes aan mij en dat vind ik lastig)
Een ander heikel maar ook voor hem gevoelig punt: het in eerste instantie kommentaarloos letterlijk weergeven van persberichten, bijvoorbeeld van het BUN-bestuur, maar ook van het ministerie van Justitie, de VU en de BOS.
Joop Hoek ontkent dit maar ik blijf het beeld houden van heel lang (zo'n vijftig jaar) geleden dat Trouw opschreef wat de AR wilde, de Volkskrant van de KVP was en het Vrije Volk van de PvdA.
Een dieptepunt was (wat mij betreft) de manier van coveren van de beslissing van staatssecretaris Teeven van Justitie om de BUN te erkennen, ondanks een advies van het Kaski, dat niet definitief te doen. Dat speelde zich medio december 2012 af, met als dieptepunt (vond ik) het artikel “Rang is alleen Rang als er Rang op staat ” (zie hier of lees het juist maar niet )
Daar staan veel mooie artikelen, zelf geschreven of zelf gevonden, tegenover.
In die zin is het BD inmiddels onmisbaar geworden. Begrijpelijk dat veel lezers een soort abonnement op de ochtend- of de avond-edititie (het verschil is te verwaarlozen) hebben genomen; ik niet, ik surf er gewoon een paar keer per dag heen.
Het academische, de boeddhologie, krijgt weinig aandacht in het BD. Niet zo raar want veel van de lezers (vermoed ik) zijn daar ook niet in geïnteresseerd. Ik wel, mijn blog wel en ook dat van *OpenBoeddhisme* bijvoorbeeld.
Een gevolg is wel dat het hele tot stand komen (als het doorgaat) van de ambtsopleiding 'buddhist chaplain' en voorafgaand daaraan bachelor- en master-opleiding bij de VU de lezers grotendeels onthouden is. Inclusief de vreemde rol van de Boeddhistisch Zendende Instantie de BZI, een mooie kluif voor een journalist.
Maar één jaar is niet veel. En een dagblad met één schrijvende redacteur ook niet.
Aanvulling met een onderzoeksjournalist zou geen kwaad kunnen. En een beetje minder harmonieuze relatie met het BUN-bestuur ook niet trouwens, de behoefte het gezellig te houden kan wel wat minder.
Eerlijk gezegd vind ik soms de discussie (reacties op reacties) interessanter dan de artikelen zelf; het modereren ervan – dat redactielid (tevens webmaster) Paul van Buuren doet, is lastig, zou nog meer tijd vragen. Niet alleen onwelvoegelijke taal schrappen (met enige gene moet ik toegeven: ook wel van mij een enkele keer), maar vooral ook het on-topic houden van de discussie wat nu nog nauwelijks gebeurt.
Eigenlijk is het BD een dagblad en een discussieforum in één, misschien wel een lastige combinatie.
Nog één puntje BUN dan, in relatie (of juist niet) tot het Boeddhistisch Dagblad.
Op 24 oktober 2012 publiceerde Joop Hoek als redacteur het volgende hier volledig geciteerde artikel: “Waarom ongebonden boeddhisten lid zouden worden van de BUN ?
In verband met een journalistieke productie die deze week in het Boeddhistisch Dagblad wordt geplaatst, willen we graag reacties van zogenoemde ongebonden (niet aan een sangha verbonden) boeddhisten horen op de vraag: Willen zij als niet georganiseerde boeddhist lid worden van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). Wat verwachten zij van dat lidmaatschap? Hoe zou het stemrecht geregeld moeten worden van deze ongebondenen? Zouden de ongebondenen zich moeten verenigen en als groep aansluiting zoeken bij de BUN? Zijn de ongebondenen bereid contributie te betalen aan de BUN? Waarom zijn ze ongebonden? "
(Zie hier )
Liefst 43 reacties volgden hierop. Sommige dachten dat het BD deze vraag had gesteld op verzoek van de BUN-voorzitter, hij ontkende dat.
Mijn vraag nu is: hoe zit het met die aangekondigde journalistieke productie? Of gingen de reacties niet de goede richting in?
En mijn vraag is: hoe zit het met de aankondiging van de BUN in die periode (en de zomer er voor) dat in het voorjaar van 2013 een voorstel in de BUN-ledenvergadering besproken zou worden over het wel (of niet) betrekken van ongebonden aka ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN?
Een ledenvergadering die op 9 juni aanstaande plaatsvindt !
Dat kan een prachtig artikel worden in het kader van het eerste jubileumnummer van het Boeddhistisch Dagblad, met mogelijk een primeur.
Laat ik het samenvattend en afsluitend zo zeggen , en voor mijn doen zeer positief: ga maar door, met een aantal verbeteringen (weglatingen).
Maar laat ik er gelijk bij zeggen: ik hoop ook dat *OpenBoeddhisme*, het andere journalistieke blog, doorgaat en de andere – meer vanuit hun persoonlijke ervaringen schrijvende – bloggers doorgaan.
En dat de nieuwsgierigheid van de (boeddhistische) lezer hoe de zaken echt in elkaar zitten, verder toeneemt.
En dat tenslotte de grote en kleine machthebbers in boeddhistisch Nederland het bestaan van al deze media (een beetje) lastig blijven vinden.
donderdag 28 maart 2013
De betekenis van de BUN voor de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) en daarvan afhankelijken
De afgelopen week is in veel publicaties ingegaan op de gevolgen voor de BOS als de BUN de vereiste terugbetaling plus boete (€ 52.500) niet op kan brengen en failliet gaat.
Zowel *OpenBoeddhisme* , mijn blog van 23 maart als krantenartikelen in de NRC (26 maart), de Volkskrant en Trouw online (27 maart) richtten zich daar op.
Begrijpelijk want het is door het gedrag van de BOS dat de BUN in onoverkomelijke financiële problemen gekomen lijkt te zijn en de BOS is, als onderdeel van de publieke omroep, het meest bekend.
Een faillissement en/of opheffing van de BUN heeft echter ook grote gevolgen voor de andere dochter van de BUN, de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) en voor personen en organisaties die direct met de BZI te maken hebben.
Eerst wat (juridische) feiten:
De Stichting BZI is formeel 23 april 2010 opgericht, maar gedroeg zich al veel eerder als stichting; zie statuten
De delegatieovereenkomst BUN-BZI, hier , aangevuld met een brief van het bestuur van de BUN van 16 januari 2012 aan BZI en VU (formeel nooit gepubliceerd en bedoeld om kennelijk bestaande onduidelijkheid of onzekerheid weg te nemen). Citaat er uit:
“ Met deze verklaring wil het BUN-bestuur duidelijk maken aan de BZI dat de BZI binnen het vigerende mandaat gemachtigd is om namens het BUN-bestuur op te treden met betrekking tot de boeddhistische ambtsopleiding, inclusief alle activiteiten die daar deel van uitmaken, zoals bijvoorbeeld:
- het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de VU
- het opstellen van een profiel voor boeddhistisch chaplain
- het zitting nemen in een curriculumcommissie die de programmaonderdelen van de opleiding samenstelt.
Op basis van deze brief is er de overeenkomst van de VU (faculteit godgeleerdheid) en de BZI van 31 maart 2012: hier
Op basis van deze overeenkomst heeft de VU bij het ministerie van Onderwijs een aanvraag ingediend voor de financiering van een 'boeddhistische ambtsopleiding', een aanvraag die zomer 2012 gehonoreerd is. De stukken van deze aanvraag staan op de site van *OpenBoeddhisme*
Op basis daarvan heeft de VU het aangedurfd een masteropleiding 'Spiritual Care' met een boeddhisme-variant voor te bereiden, een master die september dit jaar zal starten. Zie hier en mijn blogs van 14 en 19 maart daarover.
(Voor de duidelijkheid: de ambtsopleiding volgt op de éénjarige master)
Op basis van de door de VU aangekondigde opleiding tenslotte heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie in december 2012 de BUN definitief erkend (als zendende instantie). Eén van de eerdere eisen van Justitie immers was dat boeddhistisch geestelijk verzorgers in gevangenissen minstens een master-opleiding hebben gevolgd in hun vak; en dat die opleiding er dus moest zijn.
Kortom: een kaartenhuis
Indien de BUN ophoudt te bestaan (in juridische zin maar waarschijnlijk ook al in feitelijke zin bij een faillissement) wordt de BZI als stichting niet automatisch uitgeschreven uit het register van de Kamer van Koophandel, maar de overeenkomsten van de BZI met de VU en met Justitie komen in de lucht te hangen .
Het is de vraag hoe de staatssecretaris van Justitie hierop reageert.
Het is de vraag hoe het ministerie van Onderwijs (die de ambtsopleiding financiert) reageert
Voor beide overheden en bewindslieden is het de vraag of nog voldaan wordt aan de subsidie- en erkenningsvoorwaarden.
En het is de vraag hoe de VU hierop reageert. De master 'Spiritual Care' zelf is m.i. zeker niet dit en volgend jaar in gevaar maar waarschijnlijk wel de ambtsopleiding die daarop (beginnend 2014 of later) een vervolg is.
Hoe het ministerie van Veiligheid en Justitie reageert t.a.v. de huidige in dienst zijnde boeddhistisch geestelijk verzorgers en het hoofd daarvan, weet ik niet. Justitie heeft immers in het verleden alles (inclusief overrulen van het evaluatie-advies van het KASKI) in het werk gesteld dit onderdeel van hun dienst te handhaven.
Tenslotte is er de vraag die pas op veel langere termijn beantwoord kan worden: zullen werkgevers van gezondheidszorg-instellingen die een boeddhistisch geestelijk verzorger aan willen stellen, enige waarde hechten aan een 'zendingsbrief' die een sollicitant van de BZI heeft meegekregen, aannemend dat de BZI dan nog formeel bestaat?
Zoals ik eerder schreef, hechten ze daar waarschijnlijk nu al weinig waarde aan, en dat zal door de ontwikkelingen bepaald niet versterkt worden.
Kortom: als de BZI al blijft bestaan bij het verdwijnen van de BUN, wat zijn hun handtekeningen dan nog waard en wat is hun autoriteit dan nog?
Ik heb al eens, ook in correspondentie met de VU, een alternatief voor de BZI voorgesteld (toen nog gewoon uitgaand van het bestaan van de BUN en de BZI), specifiek voor boeddhistisch geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg en voor vrijgevestigden:
Een instantie waarbij afgestudeerde (master) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) . Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen. De geestelijk verzorgers zelf vormen het bestuur. Het BGVG wordt tevens een sector van de ' Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen ; zie hier .
Voor de context, zie ook hier .
Ik realiseer me dat dit voorstel het risico met zich meebrengt dat bepaalde personen of groepen (sangha's) er mee aan de haal gaan en uit de brokstukken van de BUN/BZI zo'n genootschap formeren. Ik ben echter niet risicomijdend, ik blijf voor transparantie pleiten en blijf strijdbaar.
A.s. zondag 31 maart (Eerste Paasdag) had het een feestelijke dag voor de boeddhistisch geestelijke verzorging kunnen worden: precies een jaar geleden tekenden de voorzitter van de BZI, de voorzitter van de VU en de decaan van de faculteit der Godgeleerdheid van de VU de 'Overeenkomst voor samenwerking ' .
Zullen we er iets van merken?
Of zal het bestuur van de BUN dan nog steeds niets van zich hebben laten horen?
Zowel *OpenBoeddhisme* , mijn blog van 23 maart als krantenartikelen in de NRC (26 maart), de Volkskrant en Trouw online (27 maart) richtten zich daar op.
Begrijpelijk want het is door het gedrag van de BOS dat de BUN in onoverkomelijke financiële problemen gekomen lijkt te zijn en de BOS is, als onderdeel van de publieke omroep, het meest bekend.
Een faillissement en/of opheffing van de BUN heeft echter ook grote gevolgen voor de andere dochter van de BUN, de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) en voor personen en organisaties die direct met de BZI te maken hebben.
Eerst wat (juridische) feiten:
De Stichting BZI is formeel 23 april 2010 opgericht, maar gedroeg zich al veel eerder als stichting; zie statuten
De delegatieovereenkomst BUN-BZI, hier , aangevuld met een brief van het bestuur van de BUN van 16 januari 2012 aan BZI en VU (formeel nooit gepubliceerd en bedoeld om kennelijk bestaande onduidelijkheid of onzekerheid weg te nemen). Citaat er uit:
“ Met deze verklaring wil het BUN-bestuur duidelijk maken aan de BZI dat de BZI binnen het vigerende mandaat gemachtigd is om namens het BUN-bestuur op te treden met betrekking tot de boeddhistische ambtsopleiding, inclusief alle activiteiten die daar deel van uitmaken, zoals bijvoorbeeld:
- het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de VU
- het opstellen van een profiel voor boeddhistisch chaplain
- het zitting nemen in een curriculumcommissie die de programmaonderdelen van de opleiding samenstelt.
Op basis van deze brief is er de overeenkomst van de VU (faculteit godgeleerdheid) en de BZI van 31 maart 2012: hier
Op basis van deze overeenkomst heeft de VU bij het ministerie van Onderwijs een aanvraag ingediend voor de financiering van een 'boeddhistische ambtsopleiding', een aanvraag die zomer 2012 gehonoreerd is. De stukken van deze aanvraag staan op de site van *OpenBoeddhisme*
Op basis daarvan heeft de VU het aangedurfd een masteropleiding 'Spiritual Care' met een boeddhisme-variant voor te bereiden, een master die september dit jaar zal starten. Zie hier en mijn blogs van 14 en 19 maart daarover.
(Voor de duidelijkheid: de ambtsopleiding volgt op de éénjarige master)
Op basis van de door de VU aangekondigde opleiding tenslotte heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie in december 2012 de BUN definitief erkend (als zendende instantie). Eén van de eerdere eisen van Justitie immers was dat boeddhistisch geestelijk verzorgers in gevangenissen minstens een master-opleiding hebben gevolgd in hun vak; en dat die opleiding er dus moest zijn.
Kortom: een kaartenhuis
Indien de BUN ophoudt te bestaan (in juridische zin maar waarschijnlijk ook al in feitelijke zin bij een faillissement) wordt de BZI als stichting niet automatisch uitgeschreven uit het register van de Kamer van Koophandel, maar de overeenkomsten van de BZI met de VU en met Justitie komen in de lucht te hangen .
Het is de vraag hoe de staatssecretaris van Justitie hierop reageert.
Het is de vraag hoe het ministerie van Onderwijs (die de ambtsopleiding financiert) reageert
Voor beide overheden en bewindslieden is het de vraag of nog voldaan wordt aan de subsidie- en erkenningsvoorwaarden.
En het is de vraag hoe de VU hierop reageert. De master 'Spiritual Care' zelf is m.i. zeker niet dit en volgend jaar in gevaar maar waarschijnlijk wel de ambtsopleiding die daarop (beginnend 2014 of later) een vervolg is.
Hoe het ministerie van Veiligheid en Justitie reageert t.a.v. de huidige in dienst zijnde boeddhistisch geestelijk verzorgers en het hoofd daarvan, weet ik niet. Justitie heeft immers in het verleden alles (inclusief overrulen van het evaluatie-advies van het KASKI) in het werk gesteld dit onderdeel van hun dienst te handhaven.
Tenslotte is er de vraag die pas op veel langere termijn beantwoord kan worden: zullen werkgevers van gezondheidszorg-instellingen die een boeddhistisch geestelijk verzorger aan willen stellen, enige waarde hechten aan een 'zendingsbrief' die een sollicitant van de BZI heeft meegekregen, aannemend dat de BZI dan nog formeel bestaat?
Zoals ik eerder schreef, hechten ze daar waarschijnlijk nu al weinig waarde aan, en dat zal door de ontwikkelingen bepaald niet versterkt worden.
Kortom: als de BZI al blijft bestaan bij het verdwijnen van de BUN, wat zijn hun handtekeningen dan nog waard en wat is hun autoriteit dan nog?
Ik heb al eens, ook in correspondentie met de VU, een alternatief voor de BZI voorgesteld (toen nog gewoon uitgaand van het bestaan van de BUN en de BZI), specifiek voor boeddhistisch geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg en voor vrijgevestigden:
Een instantie waarbij afgestudeerde (master) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) . Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen. De geestelijk verzorgers zelf vormen het bestuur. Het BGVG wordt tevens een sector van de ' Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen ; zie hier .
Voor de context, zie ook hier .
Ik realiseer me dat dit voorstel het risico met zich meebrengt dat bepaalde personen of groepen (sangha's) er mee aan de haal gaan en uit de brokstukken van de BUN/BZI zo'n genootschap formeren. Ik ben echter niet risicomijdend, ik blijf voor transparantie pleiten en blijf strijdbaar.
A.s. zondag 31 maart (Eerste Paasdag) had het een feestelijke dag voor de boeddhistisch geestelijke verzorging kunnen worden: precies een jaar geleden tekenden de voorzitter van de BZI, de voorzitter van de VU en de decaan van de faculteit der Godgeleerdheid van de VU de 'Overeenkomst voor samenwerking ' .
Zullen we er iets van merken?
Of zal het bestuur van de BUN dan nog steeds niets van zich hebben laten horen?
dinsdag 19 maart 2013
De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger komt naderbij - UPDATE
Naar aanleiding van mijn blog van 14 maart heeft André van der Braak mij in een mail een paar correcties en aanvullingen doorgegeven.
Deze zijn (ik zet ze cursief om ze te onderscheiden van mijn commentaar, het zijn niet steeds letterlijke citaten):
– Bert van Baar is niet de mede-auteur van dit document; dit was een technisch misverstand ;
Commentaar : hij is waarschijnlijk (waarom is dit niet niet bekendgemaakt?) wel lid van de zogeheten curriculum-commissie, genoemd in dit document .
– Voor protestantse geestelijke verzorging kunnen studenten aan de VU terecht bij een van de vele seminaries die vanuit verschillende protestantse gezindten worden aangeboden;
- In de BZI zitten – naast de al genoemde Artho Jansen en Gertjan Mulder ook Jo Beckers van 'Thich Nhat Hanh';
Commentaar : bedoeld zal zijn 'Van een Nederlandse Leven in Aandacht – sangha'; als de naam van de leraar en niet de naam van de sangha genoemd moet worden, is Artho Jansen van Varamitra en Gertjan Mulder van Maurice Knegtel of Maezumi Roshi en Genpo Roshi (je weet wel).
Helaas heeft de BZI nog steeds geen heldere tekst over hun rol afgescheiden en geen correspondentieadres en moet ik ze als gezelschap (niet als individuen) incompetent blijven noemen.
- Studenten die de ambtsopleiding willen volgen wordt aangeraden om, voorafgaand aan het beginnen aan de ambtsopleiding, een toetsingsgesprek met de BZI aan te vragen. Dat is dus niet deze zomer , maar volgende zomer.
Commentaar : ik ben blij dat deze passage in het document op de VU-website anders gelezen moet worden dan er (volgens mij) staat.
De VU raadt dit de studenten aan, ik doe dat nadrukkelijk niet. Er kan een klein risico zitten in het zonder toetsing vooraf (door een BZI-functionaris) gaan volgen van de ambtsopleiding, maar ik ben ervan overtuigd dat het ontbreken van deze toetsing voor werkgevers in de gezondheidszorg geen argument zal zijn om een kwalitatief goed boeddhist die de master 'geestelijk verzorger' heeft, niet aan te nemen.
Alleen voor wie geestelijk verzorger bij Justitie wil zijn, ligt dat anders; ik zou zeggen; laat de BZI zich ook maar tot die werkgever beperken.
– De eenjarige master is een basisopleiding GV, en daar kan men mee solliciteren op GV-vacatures. In de praktijk zullen veel werkgevers echter aanvullende scholing vereisen (je kunt niet in één jaar volwaardig GV-er worden); in het geval van BGV is dat dus de eenjarige ambtsopleiding.
Commentaar : ik ben het daar mee eens, daarom adviseer ik de VU, de éénjarige master om te bouwen tot een tweejarige. En om zich te herbezinnen over de vraag of ze de subsidievoorwaarden van het ministerie van Onderwijs, horend bij extra geld voor zogeheten ambtsopleidingen, nog wel willen blijven accepteren.
De invulling van het tweede jaar zal onderwerp van discussie moeten zijn, ik heb grote twijfel bij de formulering van de vijf taken van een BGV-er, zoals genoemd in paragraaf 5 van het onderhavige VU-document.
Aan die discussie zullen meer boeddhisten dan die van de BUN moeten kunnen participeren!
Deze zijn (ik zet ze cursief om ze te onderscheiden van mijn commentaar, het zijn niet steeds letterlijke citaten):
– Bert van Baar is niet de mede-auteur van dit document; dit was een technisch misverstand ;
Commentaar : hij is waarschijnlijk (waarom is dit niet niet bekendgemaakt?) wel lid van de zogeheten curriculum-commissie, genoemd in dit document .
– Voor protestantse geestelijke verzorging kunnen studenten aan de VU terecht bij een van de vele seminaries die vanuit verschillende protestantse gezindten worden aangeboden;
- In de BZI zitten – naast de al genoemde Artho Jansen en Gertjan Mulder ook Jo Beckers van 'Thich Nhat Hanh';
Commentaar : bedoeld zal zijn 'Van een Nederlandse Leven in Aandacht – sangha'; als de naam van de leraar en niet de naam van de sangha genoemd moet worden, is Artho Jansen van Varamitra en Gertjan Mulder van Maurice Knegtel of Maezumi Roshi en Genpo Roshi (je weet wel).
Helaas heeft de BZI nog steeds geen heldere tekst over hun rol afgescheiden en geen correspondentieadres en moet ik ze als gezelschap (niet als individuen) incompetent blijven noemen.
- Studenten die de ambtsopleiding willen volgen wordt aangeraden om, voorafgaand aan het beginnen aan de ambtsopleiding, een toetsingsgesprek met de BZI aan te vragen. Dat is dus niet deze zomer , maar volgende zomer.
Commentaar : ik ben blij dat deze passage in het document op de VU-website anders gelezen moet worden dan er (volgens mij) staat.
De VU raadt dit de studenten aan, ik doe dat nadrukkelijk niet. Er kan een klein risico zitten in het zonder toetsing vooraf (door een BZI-functionaris) gaan volgen van de ambtsopleiding, maar ik ben ervan overtuigd dat het ontbreken van deze toetsing voor werkgevers in de gezondheidszorg geen argument zal zijn om een kwalitatief goed boeddhist die de master 'geestelijk verzorger' heeft, niet aan te nemen.
Alleen voor wie geestelijk verzorger bij Justitie wil zijn, ligt dat anders; ik zou zeggen; laat de BZI zich ook maar tot die werkgever beperken.
– De eenjarige master is een basisopleiding GV, en daar kan men mee solliciteren op GV-vacatures. In de praktijk zullen veel werkgevers echter aanvullende scholing vereisen (je kunt niet in één jaar volwaardig GV-er worden); in het geval van BGV is dat dus de eenjarige ambtsopleiding.
Commentaar : ik ben het daar mee eens, daarom adviseer ik de VU, de éénjarige master om te bouwen tot een tweejarige. En om zich te herbezinnen over de vraag of ze de subsidievoorwaarden van het ministerie van Onderwijs, horend bij extra geld voor zogeheten ambtsopleidingen, nog wel willen blijven accepteren.
De invulling van het tweede jaar zal onderwerp van discussie moeten zijn, ik heb grote twijfel bij de formulering van de vijf taken van een BGV-er, zoals genoemd in paragraaf 5 van het onderhavige VU-document.
Aan die discussie zullen meer boeddhisten dan die van de BUN moeten kunnen participeren!
donderdag 14 maart 2013
De VU opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger komt naderbij
==============================================================================
UPDATE
Zie ook mijn blog van 19 maart .
==============================================================================
Sinds eind februari staat op de VU website het document: “Academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger .“ Zie hier en hier .
Tot voor kort was er alleen informatie over de éénjarige master, zoals ik heb beschreven en becommentarieerd op 13 februari, zie hier
Nu dus ook over de ambtsopleiding die na de master gevolgd kan worden.
Ik benadruk dat 'kan' want enerzijds hoeft het niet en anderzijds kan het ook niet altijd (voor elke student). Daarover meer aan het eind van deze tekst.
Het document begint met “Dit is een levend document dat een werk in uitvoering is. Deze beschrijving van de opleiding kan nog verdere wijzigingen ondergaan. “ Mogelijk levert deze blog een bijdrage aan dit 'work in progress'.
Laat ik om te beginnen de auteurs van dit stuk een compliment maken. Niet alleen André van der Braak maar ook Bert van Baar die – in de pdf zichtbaar te maken – als eerste auteur vermeld wordt.
Het biedt veel informatie aan potentiële studenten maar ook aan andere boeddhisten die willen weten of de (protestanten bij de) VU niet met hun boeddhisme aan de haal gaat.
Een beetje vreemd vind ik in paragraaf 1 de opmerking " ... specialisatie Spiritual Care. Deze richt zich zowel op traditiespecifieke geestelijke verzorging (boeddhistische, hindoeïstische en islamitische geestelijke verzorging) als op algemene geestelijke verzorging. ”
Ik zou zeggen: hallo, vrienden van de VU, cijferen jullie jezelf en je verleden nu niet al te veel weg; waar is de protestante geestelijke verzorging nu gebleven?
Of is 'de algemene geestelijke verzorging' eigenlijk 'de protestante geestelijke verzorging' ?
Met name de “ Invulling boeddhistische opleiding in de masterfase “ (paragraaf 2) en de uitwerkingen daarvan in de paragrafen 3 en 4 zijn helder.
Ik herken daar ook een aantal suggesties in die ik in eerdere blogs van mij heb gedaan, maar een document als dit moet kennelijk zonder bronvermelding geplaatst worden.
Twee kritiekpunten op de invulling van dit masterjaar:
(1) Paragraaf 4 spreekt over “ Boeddhistische ethiek in het werkveld (detentie, defensie, gezondheidszorg)
Defensie kent geen onderdeel boeddhistisch geestelijke verzorging en wat mij betreft moet dat ook zo blijven. Of is de lobby dit ook op gang te brengen, nog steeds werkzaam?
(2) 'Rituelen' krijgen in deze beschrijving relatief veel aandacht. Te veel, vind ik.
Ook voor mij hebben rituelen in mijn beoefening een betekenis. Maar het is een beperkte betekenis. In andere boeddhistische tradities is die functie groter, bv in het Tibetaans boeddhisme; mogelijk speelt de eigen achtergrond van de auteur van dit document (en dan doel ik op van Baar) een rol hierbij.
Maar los van het verschil tussen (de rol van ritueel binnen) boeddhistische tradities is er het feit dat onvoldoende de doelgroep van boeddhistische geestelijke verzorging nagegaan is.
Die doelgroep bestaat (helaas is deze hele studie gestart zonder enige 'marktverkenning') cumulatief in de loop der jaren waarschijnlijk uit enkele honderden tot duizenden boeddhisten en enkele duizenden tot tienduizenden mensen met duidelijke affiniteit tot het boeddhisme
En dan heb ik het primair over de patiënten en cliënten in instellingen voor volksgezondheid, verreweg de grootste groep.
En bij mensen met 'affiniteit tot het boeddhisme' zullen rituelen een veel kleinere rol spelen dan bij de hardcoreboeddhisten, aangesloten bij een sangha. Hier wreekt zich weer eens dat de dimensie 'ongeorganiseerde boeddhisten' een taboe is en blijft bij de initiatiefnemers achter deze VU-opleiding.
Ter voorkoming van een eventueel misverstand: mediteren is niet een ritueel.
Dit is allemaal nog wel te herstellen.
Mijn grootste probleem heb ik echter bij paragraaf 5 van dit document, over De boeddhistische ambtsopleiding
Deze 'ambtsopleiding' moet volgen op de éénjarige master; het is echter nog helemaal niet zeker of deze in september 2014 daadwerkelijk gaat starten.
Het document noemt vijf taken van een toekomstige 'buddhist chaplain', zo moet degene gaan heten die deze ambtsopleiding heeft gedaan:
“1. Begeleiden van boeddhistische meditatie
2 . Uitvoeren en begeleiden van rituelen
3 . Begeleiden van boeddhistische groepen en individuele boeddhisten bij religieuze vraagstukken
4 . Ondersteuning bieden aan mensen met ethische- en zingevingvraagstukken
5 . Vertegenwoordigen van het boeddhisme naar de brede Nederlandse samenleving ”
Ik vraag me werkelijk af of 'de boeddhistische gemeenschap' de invulling van deze taken aan de VU heeft gedelegeerd. Zelfs de ledenvergadering van de BUN heeft dat m.i. niet gedaan, en die representeert nog maar een deel van de boeddhisten.
Het begint erg veel op een opleiding tot boeddhistisch leraar te lijken, en (de vijfde taak) tot boeddhistisch leider , goddank een niet-bestaande functie.
De meeste moeite heb ik met de rol die de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) wordt toebedeeld.
Er wordt gezegd: “ Wie na afronding van de ambtsopleiding een zendingsbrief van de BZI wenst te ontvangen, wordt aangeraden om voor de start van de opleiding een toetsingsgesprek aan te vragen bij de BZI. “
'Vòòr de start' is voor het begin van de master komende nazomer.
Ik heb de afgelopen weken geprobeerd er achter te komen wie er op dit moment zitting hebben in de BZI; dit is nergens te vinden en het secretariaat van de BUN reageert niet op een mail van me waarin ik om die informatie vraag. Vermoedelijk zitten er nog in Gertjan Mulder (ex-directeur van de BOS) en Artho Jansen (hoofd ener school) en een derde lid waarvan niets bekend is.
Ik vind Gertjan een aardige peer maar een geestelijk verzorger is hij niet; Artho Jansen ook niet en die is bovendien niet erg communicatief.
Ik herhaal m'n opmerking uit m'n vorige blog: de BZI is niet competent.
Stel nu dat men begint te studeren zonder zo'n toetsingsgesprek of met een negatief aflopend toetsingsgesprek met de BZI ?
Dan maar alleen de éénjarige master volgen, zou ik zeggen, want dat is op zichzelf al een beroepsopleiding tot geestelijk verzorger.
woensdag 13 februari 2013
Waarom een boeddhistische ambtsopleiding als een master voldoet ?
Afgelopen zaterdag 9 februari ’13 hield de faculteit Godgeleerdheid van de VU een voorlichtingsdag ten behoeve van de master ’ spiritual care ‘ (en andere master-opleidingen).
Deze master start september 2013. Zie hier .
“ De afstudeerrichting Spiritual Care richt zich op het beroep van geestelijk verzorger in zorginstellingen, justitie, krijgsmacht e.d.. De specialisatie heeft enerzijds aandacht voor zorg vanuit de specifieke religieuze tradities, maar richt zich anderzijds ook op de pluralistische context van het werkveld en de noodzaak om als geestelijk verzorgers vanuit verschillende tradities met elkaar te werken.
In de traditie van de Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit worden studenten aangemoedigd geestelijke zorg vanuit hun eigen (geloofs)identiteit te beschouwen en te bestuderen. De opleiding bevat dan ook meerdere programma-onderdelen die ingevuld kunnen worden om je interreligieus en/of traditiespecifiek te scholen (islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch of christelijk), wel of niet gebonden aan een zendende instantie. ”
Is dit dan de langverwachte opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, vereist door het ministerie van Veiligheid & Justitie waarvoor de erkenning van de BUN voor de poorten van de hel is weggesleept?
Een opleiding waarover ik herhaaldelijk heb geschreven het afgelopen jaar; zie mijn blogs uit 2012
Nou nee ! Want nogal sneaky is er op de pagina van de VU-website die ik net citeerde nog een link, naar wat heet ‘ Beroepsperspectief ’.
“Beroepsperspectief
In de afstudeerrichting Spiritual Care, van de masteropleiding Theology and Religious Studies, verwerf je basiskennis van en vaardigheden in de geestelijke zorg. De eisen aan geestelijk verzorgers zijn per werkgever en zendende instantie erg verschillend. Het hangt dus van andere instanties af of je direct aan de slag kunt als geestelijk verzorger.
Zending
Om aan de slag te kunnen in het veld van geestelijke verzorging heb je naast een academische opleiding, in de meeste gevallen, ook een zending nodig van een erkend levensbeschouwelijk genootschap. Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat je na deze master een aanvullende ambtsopleiding in de geestelijke zorg nodig hebt.
Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. Naar verwachting komt er ook een postdoctorale ambtsopleiding voor islamitische geestelijke verzorging. ”
Deze informatie zal de mogelijke master-student voor grote onzekerheid plaatsen.
Is het afronden van de éénjarige master nu wel of niet voldoende voor een baan als boeddhistisch geestelijk verzorger? In gezondheidszorg-instellingen , voeg ik daar aan toe want dat is een veel grotere markt dan die van Justitie waar bovendien de banen al vergeven zijn.
Mijn inschatting heb ik onlangs in een mail voorgelegd aan André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie aan de VU, naar aanleiding van een aankondiging van hem dat er binnenkort een ‘document’ komt, dat de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger meer in detail beschrijft, ook met betrekking tot de verhouding tussen het eerste masterjaar en het tweede jaar ambtsopleiding
Mijn reactie (met een paar technische verbeteringen) was:
... Maar goed; ik ben benieuwd naar het 'document' dat je aan het opstellen bent. Misschien wordt dat dan het stuk waarover een publiek debat in de boeddhistische gemeenschap mogelijk is; want dat heeft tot nu toe ontbroken. Over de inhoud en over bevoegdheden.
Ik vrees echter dat we het er niet over eens zullen worden over die bevoegdheden aangezien ik BUN en BZI volstrekt incompetent acht.
Bovendien: het model is wellicht te sterk op de eisen van het ministerie van Justitie gebaseerd, ik heb begrepen dat gezondheidszorginstellingen (bij elkaar toch een veel grotere werkgever dan Justitie) een zendingsbrief en dus een 'diploma' van een ambtsopleiding of een handtekening van een leraar nauwelijks nog van belang achten.
Het zou ook bizar zijn - zoals het nu al bij Justitie is - dat boeddhistisch geestelijk verzorgers verplicht ‘gebonden’ boeddhisten moeten zijn terwijl hun cliënten dat bijna in het geheel niet zijn. Positiever geformuleerd: vind jij dat er ook 'ongebonden', of beter 'ongeorganiseerde' boeddhisten geestelijk verzorgers moeten kunnen zijn? En dat het wellicht beter is dat er een andere instantie dan de huidige Stichting BZI moet komen?
Er staat dan wel op jullie pagina 'beroepsperspectief' : "Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken ", maar je weet toch ook wel dat behalve een stukje uit november 2011 er niets meer is dat boeddhistische studenten houvast zou kunnen bieden? ...
Kortom: misschien wordt jullie master spiritual care wel een professionele opleiding maar is die boeddhistische ambtsopleiding overbodig en ga ik er voor pleiten dat studenten die niet moeten gaan volgen.
Ook zonder een ambtsopleiding nà de éénjarige master is sprake van een beroepsopleiding tot geestelijk verzorger, de tekst van de betreffende pagina kan alleen op deze wijze worden geïnterpreteerd.
Maar dan is sprake van een master die niet wezenlijk anders is dan die van de Universiteiten van Groningen, Nijmegen en Utrecht, waarvan ik verleden jaar de programma’s heb bestudeerd. Zie hier .
Het ‘ stukje uit november 2011 ’ waar ik op doel is te vinden via de website van de BUN, pagina Actuele context waarbinnen BUN handelt in relatie tot overheid, BOS, BZI en de EBU; Laatst bijgewerkt 4 mei 2012
En wel het document de Update BZI .
Op de BUN-pagina staat ook het document Overeenkomst BZI met VU (31-03-12) wat op een aantal punten volgens mij strijdig is met de Update BZI uit november 2011, met name wat betreft de rol van de leraar.
Minstens is onduidelijk wie bevoegd is studenten tot de ambtsopleiding toe te laten.
Als het aangekondigde ‘Document’ daadwerkelijk gepubliceerd is op de VU-website, komt ik daar ongetwijfeld op terug.
Misschien vergis ik me en wordt het programma van de ambtsopleiding wel nuttig en nodig en komen eindelijk specifiek boeddhistische-professionele vaardigheden aan bod, zoals aan de orde komend in het ‘Handboek Boeddhistisch Geestelijke Verzorging ‘.
Veel hoop heb ik er niet op, want wie in Nederland is eigenlijk deskundig op dit terrein? En de weinigen die dat zijn (zoals bv. Christa Anbeek), zullen zich niet met de VU-opleiding gaan bemoeien.
Ook ten behoeve van het door van der Braak op te stellen document heb ik nog een suggestie:
Naast of in plaats van de door Justitie-denken en de gevestigde sangha’s gedomineerde BZI komt er een andere zendende instantie waarbij afgestudeerde (op master-niveau) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) .
Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen.
O ja, studenten kunnen ook nog een andere master bij ‘Godgeleerdheid’ volgen: Leadership .
“ ... Religion and the traditions of theology and spirituality provide us with a valuable tradition of wisdom that can be used to guide and inform the processes of change that are underway in a range of social and religious organizations. The Leadership specialization focuses on leadership issues in societal organizations and on leaders of religious or religiously inspired organizations who wish to deepen their insight into the academic theory behind leadership."
‘Boeddhistisch leider ' is bij voorbaat een lacherje, het is een generaal zonder leger.
Leider waarvan? De sangha’s hebben hun leraren die op eigen wijze naar voren komen. En algemene boeddhistisch organisaties staan op het punt om te vallen of zijn overbodig.
Maar er is meer aan de hand: de VU ziet het als haar taak, religieuze leiders op te leiden, zoals ze in het verleden politieke leiders heeft opgeleid (Balkenende, Wouter Bos bv).
Ook boeddhistische leiders, er zijn er wel uitspraken van mensen bij de VU in die richting gedaan. Ze (de VU) vinden het boeddhisme in Nederland maar een rommetje en zetten zich in om die te institutionaliseren. Door de ambtsopleiding maar ook door deze master religious leadership.
Ook hiervan vind ik: dat is nergens voor nodig, ik geef aan anarchistisch boeddhisme de voorkeur.
Bijlage
Informatie over de master geestelijke verzorging bij andere universiteiten
De master in Utrecht
In Nijmegen
In Groningen
Humanistiek (Utrecht, driejarig)
Deze master start september 2013. Zie hier .
“ De afstudeerrichting Spiritual Care richt zich op het beroep van geestelijk verzorger in zorginstellingen, justitie, krijgsmacht e.d.. De specialisatie heeft enerzijds aandacht voor zorg vanuit de specifieke religieuze tradities, maar richt zich anderzijds ook op de pluralistische context van het werkveld en de noodzaak om als geestelijk verzorgers vanuit verschillende tradities met elkaar te werken.
In de traditie van de Faculteit der Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit worden studenten aangemoedigd geestelijke zorg vanuit hun eigen (geloofs)identiteit te beschouwen en te bestuderen. De opleiding bevat dan ook meerdere programma-onderdelen die ingevuld kunnen worden om je interreligieus en/of traditiespecifiek te scholen (islamitisch, hindoeïstisch, boeddhistisch of christelijk), wel of niet gebonden aan een zendende instantie. ”
Is dit dan de langverwachte opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger, vereist door het ministerie van Veiligheid & Justitie waarvoor de erkenning van de BUN voor de poorten van de hel is weggesleept?
Een opleiding waarover ik herhaaldelijk heb geschreven het afgelopen jaar; zie mijn blogs uit 2012
Nou nee ! Want nogal sneaky is er op de pagina van de VU-website die ik net citeerde nog een link, naar wat heet ‘ Beroepsperspectief ’.
“Beroepsperspectief
In de afstudeerrichting Spiritual Care, van de masteropleiding Theology and Religious Studies, verwerf je basiskennis van en vaardigheden in de geestelijke zorg. De eisen aan geestelijk verzorgers zijn per werkgever en zendende instantie erg verschillend. Het hangt dus van andere instanties af of je direct aan de slag kunt als geestelijk verzorger.
Zending
Om aan de slag te kunnen in het veld van geestelijke verzorging heb je naast een academische opleiding, in de meeste gevallen, ook een zending nodig van een erkend levensbeschouwelijk genootschap. Als je door een zendende instantie wilt worden geaccepteerd is het nodig dat je aan hun (aanvullende) eisen voldoet. Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat je na deze master een aanvullende ambtsopleiding in de geestelijke zorg nodig hebt.
Ambtsopleiding
Voor wie de opleiding tot boeddhistisch of hindoeïstisch geestelijk verzorger volgt, wordt deze eenjarige master gevolgd door een eenjarige postdoctorale ambtsopleiding (deze gaat waarschijnlijk van start in september 2014). Deze postdoctorale ambtsopleiding in boeddhistische of hindoeïstische geestelijke verzorging zal erkend worden door de zendende instanties. Naar verwachting komt er ook een postdoctorale ambtsopleiding voor islamitische geestelijke verzorging. ”
Deze informatie zal de mogelijke master-student voor grote onzekerheid plaatsen.
Is het afronden van de éénjarige master nu wel of niet voldoende voor een baan als boeddhistisch geestelijk verzorger? In gezondheidszorg-instellingen , voeg ik daar aan toe want dat is een veel grotere markt dan die van Justitie waar bovendien de banen al vergeven zijn.
Mijn inschatting heb ik onlangs in een mail voorgelegd aan André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie aan de VU, naar aanleiding van een aankondiging van hem dat er binnenkort een ‘document’ komt, dat de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger meer in detail beschrijft, ook met betrekking tot de verhouding tussen het eerste masterjaar en het tweede jaar ambtsopleiding
Mijn reactie (met een paar technische verbeteringen) was:
... Maar goed; ik ben benieuwd naar het 'document' dat je aan het opstellen bent. Misschien wordt dat dan het stuk waarover een publiek debat in de boeddhistische gemeenschap mogelijk is; want dat heeft tot nu toe ontbroken. Over de inhoud en over bevoegdheden.
Ik vrees echter dat we het er niet over eens zullen worden over die bevoegdheden aangezien ik BUN en BZI volstrekt incompetent acht.
Bovendien: het model is wellicht te sterk op de eisen van het ministerie van Justitie gebaseerd, ik heb begrepen dat gezondheidszorginstellingen (bij elkaar toch een veel grotere werkgever dan Justitie) een zendingsbrief en dus een 'diploma' van een ambtsopleiding of een handtekening van een leraar nauwelijks nog van belang achten.
Het zou ook bizar zijn - zoals het nu al bij Justitie is - dat boeddhistisch geestelijk verzorgers verplicht ‘gebonden’ boeddhisten moeten zijn terwijl hun cliënten dat bijna in het geheel niet zijn. Positiever geformuleerd: vind jij dat er ook 'ongebonden', of beter 'ongeorganiseerde' boeddhisten geestelijk verzorgers moeten kunnen zijn? En dat het wellicht beter is dat er een andere instantie dan de huidige Stichting BZI moet komen?
Er staat dan wel op jullie pagina 'beroepsperspectief' : "Het is aan te raden de eisen van de betreffende zendende instantie vooraf goed uit te zoeken ", maar je weet toch ook wel dat behalve een stukje uit november 2011 er niets meer is dat boeddhistische studenten houvast zou kunnen bieden? ...
Kortom: misschien wordt jullie master spiritual care wel een professionele opleiding maar is die boeddhistische ambtsopleiding overbodig en ga ik er voor pleiten dat studenten die niet moeten gaan volgen.
Ook zonder een ambtsopleiding nà de éénjarige master is sprake van een beroepsopleiding tot geestelijk verzorger, de tekst van de betreffende pagina kan alleen op deze wijze worden geïnterpreteerd.
Maar dan is sprake van een master die niet wezenlijk anders is dan die van de Universiteiten van Groningen, Nijmegen en Utrecht, waarvan ik verleden jaar de programma’s heb bestudeerd. Zie hier .
Het ‘ stukje uit november 2011 ’ waar ik op doel is te vinden via de website van de BUN, pagina Actuele context waarbinnen BUN handelt in relatie tot overheid, BOS, BZI en de EBU; Laatst bijgewerkt 4 mei 2012
En wel het document de Update BZI .
Op de BUN-pagina staat ook het document Overeenkomst BZI met VU (31-03-12) wat op een aantal punten volgens mij strijdig is met de Update BZI uit november 2011, met name wat betreft de rol van de leraar.
Minstens is onduidelijk wie bevoegd is studenten tot de ambtsopleiding toe te laten.
Als het aangekondigde ‘Document’ daadwerkelijk gepubliceerd is op de VU-website, komt ik daar ongetwijfeld op terug.
Misschien vergis ik me en wordt het programma van de ambtsopleiding wel nuttig en nodig en komen eindelijk specifiek boeddhistische-professionele vaardigheden aan bod, zoals aan de orde komend in het ‘Handboek Boeddhistisch Geestelijke Verzorging ‘.
Veel hoop heb ik er niet op, want wie in Nederland is eigenlijk deskundig op dit terrein? En de weinigen die dat zijn (zoals bv. Christa Anbeek), zullen zich niet met de VU-opleiding gaan bemoeien.
Ook ten behoeve van het door van der Braak op te stellen document heb ik nog een suggestie:
Naast of in plaats van de door Justitie-denken en de gevestigde sangha’s gedomineerde BZI komt er een andere zendende instantie waarbij afgestudeerde (op master-niveau) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) .
Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen.
O ja, studenten kunnen ook nog een andere master bij ‘Godgeleerdheid’ volgen: Leadership .
“ ... Religion and the traditions of theology and spirituality provide us with a valuable tradition of wisdom that can be used to guide and inform the processes of change that are underway in a range of social and religious organizations. The Leadership specialization focuses on leadership issues in societal organizations and on leaders of religious or religiously inspired organizations who wish to deepen their insight into the academic theory behind leadership."
‘Boeddhistisch leider ' is bij voorbaat een lacherje, het is een generaal zonder leger.
Leider waarvan? De sangha’s hebben hun leraren die op eigen wijze naar voren komen. En algemene boeddhistisch organisaties staan op het punt om te vallen of zijn overbodig.
Maar er is meer aan de hand: de VU ziet het als haar taak, religieuze leiders op te leiden, zoals ze in het verleden politieke leiders heeft opgeleid (Balkenende, Wouter Bos bv).
Ook boeddhistische leiders, er zijn er wel uitspraken van mensen bij de VU in die richting gedaan. Ze (de VU) vinden het boeddhisme in Nederland maar een rommetje en zetten zich in om die te institutionaliseren. Door de ambtsopleiding maar ook door deze master religious leadership.
Ook hiervan vind ik: dat is nergens voor nodig, ik geef aan anarchistisch boeddhisme de voorkeur.
Bijlage
Informatie over de master geestelijke verzorging bij andere universiteiten
De master in Utrecht
In Nijmegen
In Groningen
Humanistiek (Utrecht, driejarig)
dinsdag 11 december 2012
Justitie overruled advies KASKI en erkent BUN toch definitief
Justitie heeft de BUN definitief erkend als zendende instantie en maandagavond (10 december) hebben staatssecretaris Teeven en de BUN-voorzitter de erkenningsovereenkomst getekend.
Dit meldt het BoeddhistischDagblad.
De BUN moet daarmee gefeliciteerd worden, en de DGV van het Departement van Veiligheid en Justitie, die hebben hun zin gekregen.
Het BoeddhistischDagblad citeert ook een persbericht van het Departement van Veiligheid en Justitie waarin gemeld werd “... Door de succesvolle evaluatie is de BUN nu permanent erkend ... ”
Een onbegrijpelijke constatering omdat de evaluatie maar deels succesvol was. En omdat het KASKI iets anders heeft geadviseerd dan nu is gebeurd.
Het Kaski adviseerde verlenging van de tijdelijke erkenningsovereenkomst .
Nu is ook duidelijk waarom er (kennelijk) geen mensen van het Kaski bij de ondertekening aanwezig waren: ze zijn overruled. Mijn vermoeden is dat het Kaski nadat ze hun rapport eind deze zomer bij Justitie hadden ingediend, onder druk zijn gezet om alsnog met een positief advies te komen en dat het daardoor allemaal zo lang heeft geduurd. Want de evaluatie was in feite helemaal niet gecompliceerder dan die van de HindoeRaad, en die was al aan het begin van de zomer gereed.
In het heden verschenen rapport ( zie hier ) van het Kaski staat, met door mij vet gemaakte passages:
“ De BUN heeft in haar achterban slechts een minderheid van de boeddhisten in Nederland verenigd, al is het aantal leden in de afgelopen periode iets gestegen. Westerse boeddhisten die participeren in sangha’s zijn voor ongeveer de helft vertegenwoordigd; individuele boeddhisten ontbreken echter, en dit geldt ook nagenoeg geheel en al voor de etnische boeddhisten. Ondanks de diversiteit en lage organisatiegraad van het boeddhisme in Nederland achten wij een bredere vertegenwoordiging zeker haalbaar.
Wat betreft de stromingen binnen het boeddhisme is de achterban van de BUN redelijk conform de verdeling in het veld. Onze conclusie is dat de BUN op dit moment nog onvoldoende de diverse groeperingen binnen het boeddhisme in Nederland vertegenwoordigt. ” (pagina 6)
...
“Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd. ” (pagina 8)
Bronnen:
http://boeddhistischdagblad.nl/bun-bestuur-tekent-overeenkomst-met-staatssecretaris-teeven/
http://boeddhistischdagblad.nl/justitie-erkent-bun-als-zendende-instantie/
en
http://openboeddhisme.nl/?p=6212openboeddhisme.nl/?p=6212
Dit meldt het BoeddhistischDagblad.
De BUN moet daarmee gefeliciteerd worden, en de DGV van het Departement van Veiligheid en Justitie, die hebben hun zin gekregen.
Het BoeddhistischDagblad citeert ook een persbericht van het Departement van Veiligheid en Justitie waarin gemeld werd “... Door de succesvolle evaluatie is de BUN nu permanent erkend ... ”
Een onbegrijpelijke constatering omdat de evaluatie maar deels succesvol was. En omdat het KASKI iets anders heeft geadviseerd dan nu is gebeurd.
Het Kaski adviseerde verlenging van de tijdelijke erkenningsovereenkomst .
Nu is ook duidelijk waarom er (kennelijk) geen mensen van het Kaski bij de ondertekening aanwezig waren: ze zijn overruled. Mijn vermoeden is dat het Kaski nadat ze hun rapport eind deze zomer bij Justitie hadden ingediend, onder druk zijn gezet om alsnog met een positief advies te komen en dat het daardoor allemaal zo lang heeft geduurd. Want de evaluatie was in feite helemaal niet gecompliceerder dan die van de HindoeRaad, en die was al aan het begin van de zomer gereed.
In het heden verschenen rapport ( zie hier ) van het Kaski staat, met door mij vet gemaakte passages:
“ De BUN heeft in haar achterban slechts een minderheid van de boeddhisten in Nederland verenigd, al is het aantal leden in de afgelopen periode iets gestegen. Westerse boeddhisten die participeren in sangha’s zijn voor ongeveer de helft vertegenwoordigd; individuele boeddhisten ontbreken echter, en dit geldt ook nagenoeg geheel en al voor de etnische boeddhisten. Ondanks de diversiteit en lage organisatiegraad van het boeddhisme in Nederland achten wij een bredere vertegenwoordiging zeker haalbaar.
Wat betreft de stromingen binnen het boeddhisme is de achterban van de BUN redelijk conform de verdeling in het veld. Onze conclusie is dat de BUN op dit moment nog onvoldoende de diverse groeperingen binnen het boeddhisme in Nederland vertegenwoordigt. ” (pagina 6)
...
“Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd. ” (pagina 8)
Bronnen:
http://boeddhistischdagblad.nl/bun-bestuur-tekent-overeenkomst-met-staatssecretaris-teeven/
http://boeddhistischdagblad.nl/justitie-erkent-bun-als-zendende-instantie/
en
http://openboeddhisme.nl/?p=6212openboeddhisme.nl/?p=6212
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BUN,
BZI,
geestelijk verzorger
vrijdag 3 augustus 2012
Verknoei nooit een goede crisis - de BUN een jaar later
'Never waste a good crisis' is een favoriete uitdrukking van ekonomen waar ook boeddhisten hun voordeel mee kunnen doen.
'Verknoeien'of 'verspillen' is het de crisis te ontkennen of zo snel mogelijk tot ad-hoc-oplossingen overgaan waarmee symptomen van de crisis lijken te verdwijnen.
Het is bij een goeie crisis dus zaak niet gelijk te proberen, de crisis op te lossen maar haar te laten 'rijpen' en te observeren wat eigenlijk de aard van de crisis is, wat de achterliggende oorzaken zijn (en wat alleen maar lokale of tijdelijke kleuring geeft)
Een – achteraf gezien noodzakelijke – structurele verandering kan het gevolg van zo´n gerijpte crisis zijn.
Het toepassen van dit principe kan op in de eerste plaats op het persoonlijke vlak, bij een spirituele-, een zingevingscrisis of bij een mentale of fysieke.
Maar het kan ook goed toegepast worden op boeddhistische organisaties.
Op een sangha in crisis.
Of op de BUN. Laat ik het daar eens over hebben.
DE BUN, EEN JAAR LATER
Nu een jaar geleden, op zaterdag 6 augustus 2011, vond er een tweede opeenvolgende dramatische ledenvergadering plaats, in Amsterdam (het is trouwens opvallend dat de gevestigde orde van de BUN en de verdedigende sangha's ervan zich vooral in Amsterdam bevinden de oppositie overwegend Rotterdamse wortels heeft)
De eerste, ook in Amsterdam, was op 11 juni.
Zie voor de geschiedenis *Openboeddhisme*, bijvoorbeeld openboeddhisme.nl/?p=3462
Het ging niet alleen om een motie van wantrouwen richting voorzitter (en zijn trawanten); het ging eerst en vooral om de BOS en de BZI, dochters van de BUN die als tovenaarsleerlingen niet meer in de hand te houden waren door de amateurs in het BUN-bestuur.
Deze gebeurtenissen en de verziekte onderlinge verhoudingen kunnen zonder overdrijven een crisis in de BUN genoemd worden.
Een grotendeels ontkende crisis.
Een Lotus bloem
Er kwam een werkgroep (die zich De Lotus Bloem noemde) waarin de gevestigenden zitting namen, een paar ietwat meer onafhankelijke leden kwamen uit sangha's die ook niet anders dan gevestigd genoemd kunnen worden.
De eerste oplossing van deze werkgroep, in een rapport dat in oktober 2011 uitkwam, was vooral het benoemen van zondebokken
De tweede oplossing , in het eindrapport uit mei 2012, kwam vooral met procedurele oplossingen
Helaas heeft de werkgroep nauwelijks de functie van reconciliation toegepast, zoals in Zuid-Afrika na het eind van de Apartheid en de komst van Nelson Mandela succesvol en helend heeft gewerkt. Zie daarvoor hier.
Zoiets zou ook de BUN hebben gepast, nu zaten alleen de vriendjes in de werkgroep.
Ook de juridische oorzaak van de problematiek, de 'delegatieovereenkomst' van de BUN met de BOS en met de BZI, werd niet heroverwogen.
Twee voorstellen van de werkgroep hebben nog de meeste aandacht getrokken (relatief dan):
- Het toevoegen van een 'Raad van Leraren' aan de BUN; zinnig hoewel een 'ethische commissie' een beter gremium zou zijn.
- De mededeling dat er in november een groepje mensen komt dat kan bekijken of en hoe de zogeheten ongebonden of ongeorganiseerde boeddhist bij de BUN betrokken kan worden. Ik heb me in het verleden wel eens als woordvoerder van dit soort boeddhist opgeworpen, maar van dit voorstel heb ik al gezegd: te laat en te weinig, mij niet gezien.
En hoe gaat het nu ?
Ondertussen is er in de relatie met BOS en BZI niets veranderd. Deze dochters gaan nog steeds hun eigen gang. De BZI heeft een overeenkomst met de VU gesloten waar de BUN-leden niet van op de hoogte is gesteld. Ook de relatie tussen BOS en de ledenomroep VPRO is onduidelijk, of is die veranderd sinds de BOS vreemd is gegaan met de VARA? Zie de aankondiging “BOS en VARA nemen deel in grootste Nederlandse natuurfilm” .
Een herkansing ?
Misschien heeft de BUN wel het geluk dat er de komende maanden een tweede en misschien zelfs een derde crisis gaat komen:
EEN 'VERRASSEND' BESLUIT VAN HET COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
Op 6 juni j.l. nam het Commissariaat voor de Media een zogeheten sanctiebesluit omdat ten onrechte het omroepbudget (door de BOS weliswaar maar de BUN is daarvoor verantwoordelijk) is besteed voor een onderzoek waaruit zou moeten blijken dat er heel veel boeddhisten in Nederland zijn.
Een bedrag van E 50.000 werd teruggevorderd van de BUN terwijl bovendien de BUN een boete van E 2.500 dient te betalen, een bevoegdheid die het Commissariaat heeft. Zie voor het hele besluit (formeel genaamd “Sanctiebesluit van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 2.153, tweede lid, van de Mediawet 2008, door de Boeddhistische Unie Nederland”). hier .
In het BoeddhistischDagblad een week later reageerden BUN en BOS:
"BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid. "
Opmerking: die ‘vrijwaring’ uit de ‘delegatieovereenkomst’ (zie hier ) heeft zover ik heb begrepen alleen betrekking op de omgang van BUN en BOS met elkaar, voor derden heeft hij geen betekenis.
Een pro forma bezwaar zonder schorsende werking
Erg overtuigend is die juridische activiteit tot nu toe niet. In ieder geval blijkt uit een WOB-verzoek dat ik bij het Commissariaat heb gedaan dat de juridische toetsing kennelijk nog niet tot inhoudelijke resultaten heeft geleid. Er is slechts een pro forma bezwaar ingediend. Tot half oktober kan dit nog inhoudelijk bezwaar worden ingevuld.
Verder vernam ik dat in het algemeen het maken van bezwaar geen schorsende werking heeft. Dus moet (binnenkort) de BUN betalen. Of de BOS dat namens de BUN mag doen, weet ik niet; het mag niet uit omroepmiddelen dus kan de BOS-directeur het alleen uit het kapitaal van zijn Stichting Vrienden van de BOS betalen en dat strookt niet met de doelstelling van die stichting (zie *Openboeddhisme* hierover).
In juni schreef ik hierover in m'n blog dat er drie manieren zijn waarop de zendmachtiging van de BUN (en dus het bestaan van de BOS) gevaar loopt door deze in mijn ogen terechte actie van het Commissariaat waarvoor ik het BUN-bestuur overigens al in 2010 heb gewaarschuwd. Van de 'verrassing' van BUN en BOS over het sanctiebesluit van het Commissariaat begrijp ik dan ook niets.
Een openbare hoorzitting in Hilversum
Wanneer zal deze crisis gerijpt zijn? Mogelijk als het Commissariaat na een hoorzitting haar besluit herbevestigt, ergens dit najaar denk ik. Deze hoorzittingen zijn trouwens in het algemeen openbaar, dus een goed boeddhistisch journalist/blogger kan er heen.
DE EVALUATIE VAN DE ERKENDE BUN ALS ZENDENDE INSTANTIE
De volgende crisis-mogelijkheid voor de BUN is de evaluatie van de BUN (en haar dochter de BZI) door het KASKI en het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dat daarop gebaseerd zal zijn.
Steeds duidelijker wordt dat het bepaald geen gelopen race is, ik krijg tenminste allerlei signalen dat de evaluatie tamelijk negatief zal uitpakken.
Of het ministerie van Veiligheid en Justitie de harde maar logische conclusie zal durven te trekken om de 'erkenning' van de BUN te beeindigen is niet vanzelfsprekend. Want een negatieve evaluatie van de BUN is tegelijk een negatieve evaluatie van de DGV van Justitie die ruim drie jaar geleden veel te makkelijk en gretig de BUN heeft erkend.
Gefantaseerd wordt over een tussenoplossing, bv van verlenging van de tijdelijke erkenning voor nog een paar jaar (totdat de crisis van de BUN voorbij is?)
Mogelijk gecombineerd met het niet geheel vrijwillige vertrek van het HBGV.
Wat gaat de staatssecretaris doen?
Deze halve oplossing lijkt me niet te passen bij staatssecretaris Fred Teeven, vooral als die te horen krijgt dat er gewoon BGV gegeven kan worden zonder een erkende BUN.
Niettemin: bij het beeindigen van de erkenning brokkelt weer een stukje van het bestaansrecht van de BUN af.
Ook deze mogelijke crisis kan dit najaar manifest worden
Wat zal Teeven nog demissionairder dan nu na de verkiezingen van 12 september, gaan doen?
En hoe wijs zullen de leden van de BUN daarop gaan reageren?
Kortom: wordt vervolgd.
'Verknoeien'of 'verspillen' is het de crisis te ontkennen of zo snel mogelijk tot ad-hoc-oplossingen overgaan waarmee symptomen van de crisis lijken te verdwijnen.
Het is bij een goeie crisis dus zaak niet gelijk te proberen, de crisis op te lossen maar haar te laten 'rijpen' en te observeren wat eigenlijk de aard van de crisis is, wat de achterliggende oorzaken zijn (en wat alleen maar lokale of tijdelijke kleuring geeft)
Een – achteraf gezien noodzakelijke – structurele verandering kan het gevolg van zo´n gerijpte crisis zijn.
Het toepassen van dit principe kan op in de eerste plaats op het persoonlijke vlak, bij een spirituele-, een zingevingscrisis of bij een mentale of fysieke.
Maar het kan ook goed toegepast worden op boeddhistische organisaties.
Op een sangha in crisis.
Of op de BUN. Laat ik het daar eens over hebben.
DE BUN, EEN JAAR LATER
Nu een jaar geleden, op zaterdag 6 augustus 2011, vond er een tweede opeenvolgende dramatische ledenvergadering plaats, in Amsterdam (het is trouwens opvallend dat de gevestigde orde van de BUN en de verdedigende sangha's ervan zich vooral in Amsterdam bevinden de oppositie overwegend Rotterdamse wortels heeft)
De eerste, ook in Amsterdam, was op 11 juni.
Zie voor de geschiedenis *Openboeddhisme*, bijvoorbeeld openboeddhisme.nl/?p=3462
Het ging niet alleen om een motie van wantrouwen richting voorzitter (en zijn trawanten); het ging eerst en vooral om de BOS en de BZI, dochters van de BUN die als tovenaarsleerlingen niet meer in de hand te houden waren door de amateurs in het BUN-bestuur.
Deze gebeurtenissen en de verziekte onderlinge verhoudingen kunnen zonder overdrijven een crisis in de BUN genoemd worden.
Een grotendeels ontkende crisis.
Een Lotus bloem
Er kwam een werkgroep (die zich De Lotus Bloem noemde) waarin de gevestigenden zitting namen, een paar ietwat meer onafhankelijke leden kwamen uit sangha's die ook niet anders dan gevestigd genoemd kunnen worden.
De eerste oplossing van deze werkgroep, in een rapport dat in oktober 2011 uitkwam, was vooral het benoemen van zondebokken
De tweede oplossing , in het eindrapport uit mei 2012, kwam vooral met procedurele oplossingen
Helaas heeft de werkgroep nauwelijks de functie van reconciliation toegepast, zoals in Zuid-Afrika na het eind van de Apartheid en de komst van Nelson Mandela succesvol en helend heeft gewerkt. Zie daarvoor hier.
Zoiets zou ook de BUN hebben gepast, nu zaten alleen de vriendjes in de werkgroep.
Ook de juridische oorzaak van de problematiek, de 'delegatieovereenkomst' van de BUN met de BOS en met de BZI, werd niet heroverwogen.
Twee voorstellen van de werkgroep hebben nog de meeste aandacht getrokken (relatief dan):
- Het toevoegen van een 'Raad van Leraren' aan de BUN; zinnig hoewel een 'ethische commissie' een beter gremium zou zijn.
- De mededeling dat er in november een groepje mensen komt dat kan bekijken of en hoe de zogeheten ongebonden of ongeorganiseerde boeddhist bij de BUN betrokken kan worden. Ik heb me in het verleden wel eens als woordvoerder van dit soort boeddhist opgeworpen, maar van dit voorstel heb ik al gezegd: te laat en te weinig, mij niet gezien.
En hoe gaat het nu ?
Ondertussen is er in de relatie met BOS en BZI niets veranderd. Deze dochters gaan nog steeds hun eigen gang. De BZI heeft een overeenkomst met de VU gesloten waar de BUN-leden niet van op de hoogte is gesteld. Ook de relatie tussen BOS en de ledenomroep VPRO is onduidelijk, of is die veranderd sinds de BOS vreemd is gegaan met de VARA? Zie de aankondiging “BOS en VARA nemen deel in grootste Nederlandse natuurfilm” .
Een herkansing ?
Misschien heeft de BUN wel het geluk dat er de komende maanden een tweede en misschien zelfs een derde crisis gaat komen:
EEN 'VERRASSEND' BESLUIT VAN HET COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA
Op 6 juni j.l. nam het Commissariaat voor de Media een zogeheten sanctiebesluit omdat ten onrechte het omroepbudget (door de BOS weliswaar maar de BUN is daarvoor verantwoordelijk) is besteed voor een onderzoek waaruit zou moeten blijken dat er heel veel boeddhisten in Nederland zijn.
Een bedrag van E 50.000 werd teruggevorderd van de BUN terwijl bovendien de BUN een boete van E 2.500 dient te betalen, een bevoegdheid die het Commissariaat heeft. Zie voor het hele besluit (formeel genaamd “Sanctiebesluit van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 2.153, tweede lid, van de Mediawet 2008, door de Boeddhistische Unie Nederland”). hier .
In het BoeddhistischDagblad een week later reageerden BUN en BOS:
"BUN en BOS hebben het Boeddhistisch Dagblad in een gezamenlijke reactie op vragen op 11 juni een verklaring gezonden:
De BUN en BOS hebben inderdaad een sanctiebeschikking ontvangen van het Commissariaat voor de Media. In deze sanctiebeschikking stelt het CvdM zich op het standpunt dat een door de BOS in 2009 uitgevoerd marktonderzoek deels onrechtmatig gefinancierd is. Dit besluit heeft de BUN en BOS zeer verrast: zij kunnen zich niet vinden in de onderbouwing van de beschikking, zullen deze verder juridisch toetsen en onderzoeken en formeel bezwaar aantekenen tegen de beschikking. Gedurende dit proces doen BUN en BOS hieromtrent geen verdere uitspraken anders dan dat conform de delegatieovereenkomst tussen BUN en BOS de eerste gevrijwaard is van iedere aansprakelijkheid. "
Opmerking: die ‘vrijwaring’ uit de ‘delegatieovereenkomst’ (zie hier ) heeft zover ik heb begrepen alleen betrekking op de omgang van BUN en BOS met elkaar, voor derden heeft hij geen betekenis.
Een pro forma bezwaar zonder schorsende werking
Erg overtuigend is die juridische activiteit tot nu toe niet. In ieder geval blijkt uit een WOB-verzoek dat ik bij het Commissariaat heb gedaan dat de juridische toetsing kennelijk nog niet tot inhoudelijke resultaten heeft geleid. Er is slechts een pro forma bezwaar ingediend. Tot half oktober kan dit nog inhoudelijk bezwaar worden ingevuld.
Verder vernam ik dat in het algemeen het maken van bezwaar geen schorsende werking heeft. Dus moet (binnenkort) de BUN betalen. Of de BOS dat namens de BUN mag doen, weet ik niet; het mag niet uit omroepmiddelen dus kan de BOS-directeur het alleen uit het kapitaal van zijn Stichting Vrienden van de BOS betalen en dat strookt niet met de doelstelling van die stichting (zie *Openboeddhisme* hierover).
In juni schreef ik hierover in m'n blog dat er drie manieren zijn waarop de zendmachtiging van de BUN (en dus het bestaan van de BOS) gevaar loopt door deze in mijn ogen terechte actie van het Commissariaat waarvoor ik het BUN-bestuur overigens al in 2010 heb gewaarschuwd. Van de 'verrassing' van BUN en BOS over het sanctiebesluit van het Commissariaat begrijp ik dan ook niets.
Een openbare hoorzitting in Hilversum
Wanneer zal deze crisis gerijpt zijn? Mogelijk als het Commissariaat na een hoorzitting haar besluit herbevestigt, ergens dit najaar denk ik. Deze hoorzittingen zijn trouwens in het algemeen openbaar, dus een goed boeddhistisch journalist/blogger kan er heen.
DE EVALUATIE VAN DE ERKENDE BUN ALS ZENDENDE INSTANTIE
De volgende crisis-mogelijkheid voor de BUN is de evaluatie van de BUN (en haar dochter de BZI) door het KASKI en het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dat daarop gebaseerd zal zijn.
Steeds duidelijker wordt dat het bepaald geen gelopen race is, ik krijg tenminste allerlei signalen dat de evaluatie tamelijk negatief zal uitpakken.
Of het ministerie van Veiligheid en Justitie de harde maar logische conclusie zal durven te trekken om de 'erkenning' van de BUN te beeindigen is niet vanzelfsprekend. Want een negatieve evaluatie van de BUN is tegelijk een negatieve evaluatie van de DGV van Justitie die ruim drie jaar geleden veel te makkelijk en gretig de BUN heeft erkend.
Gefantaseerd wordt over een tussenoplossing, bv van verlenging van de tijdelijke erkenning voor nog een paar jaar (totdat de crisis van de BUN voorbij is?)
Mogelijk gecombineerd met het niet geheel vrijwillige vertrek van het HBGV.
Wat gaat de staatssecretaris doen?
Deze halve oplossing lijkt me niet te passen bij staatssecretaris Fred Teeven, vooral als die te horen krijgt dat er gewoon BGV gegeven kan worden zonder een erkende BUN.
Niettemin: bij het beeindigen van de erkenning brokkelt weer een stukje van het bestaansrecht van de BUN af.
Ook deze mogelijke crisis kan dit najaar manifest worden
Wat zal Teeven nog demissionairder dan nu na de verkiezingen van 12 september, gaan doen?
En hoe wijs zullen de leden van de BUN daarop gaan reageren?
Kortom: wordt vervolgd.
Abonneren op:
Reacties (Atom)