Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen

maandag 30 mei 2016

Juni * Blank Boeddhisme, waarom komt in Nederlands    boeddhisme het thema 'racisme' niet aan de orde? * Bor loopt leeg  * Zen-Leven  * Nog andere blogs ook * Nieuw initiatief van Stephen Batchelor

Een zwaar onderwerp deze maand: boeddhisme & racisme, drievoudig nog wel.
En lichtere waaronder het ophef-gevende boekje On-Zen van Jan Bor over Zen-beoefening en overbodige leraren.

Van het gezondheidsfront: ik heb nog steeds geen hartaanval gehad, al kondigt die zich voortdurend aan. A.s. vrijdag is het pre-operatief onderzoek, de bypass-operatie waarschijnlijk half juni.            Update 9 juni   Nu heb ik te horen gekregen dat het 14 juni gaat gebeuren.


========================================================================


Speelt racisme is het Nederlands boeddhisme een rol ?

Grote vragen en geen antwoorden. Een met grote aarzeling aan de orde gesteld thema.
Vooral omdat ik niet weet hoe het aan de orde te stellen.
En omdat ik niet weet of het wel een thema is of zou kunnen zijn. In Nederland dan en dat is opvallend want in de V.S. - waar men ons in veel opzichten voor gaat - is het een hot topic.
En misschien ook wel omdat ik zelf zo blank ben als de neten en dus - in ogen van sommigen - wellicht niet geschikt om het aan de orde te stellen.

Mijn werkwijze: literatuurstudie, eigen ervaring (als ik die heb) en mijn analytische geest gebruiken. Die heb ik hier ook toegepast, aangevuld met een vraag op 13 mei aan lezers via deze blog  en op   facebook

--------------------------------------
Update 2 juni
Via de website van Lion's Roar is er een oproep aan 'witte boeddhisten' gedaan:
CALL TO WHITE BUDDHISTS
This is a call to white Buddhist teachers, leaders and practitioners to engage in the healing of racism as an essential part of our journey of awakening.
RACIAL AWARENESS AS SPIRITUAL PRACTICE 
   Zie deze link

Op 15 juni publiceert Lion's Roar een 'Call for Buddhist Practitioners of Color to Solidarity for Racial Justice '
About the Call, BRJ says, “The Call for Buddhist Practitioners of Color is a landmark event for engaging religious communities around one of the most important issues of our time. It was carefully crafted by a multi-lineage, multi-racial group of Buddhist practitioners of color to enable the much-needed conditions of safety, reconciliation, and healing for communities of color, Buddhist and non-Buddhists alike. ”    Zie deze link

--------------------------------------

Ik wil hier drie thema's aan de orde stellen:
A.   Racisme in het algemeen en de houding van boeddhisten ten opzichte ervan.

Een wellicht wat al te eenvoudig begin: vaak beschouwen groepen mensen zichzelf in allerlei opzichten (qua ijver, qua intelligentie, qua fysiek, maar ook qua spiritualiteit) als superieur en anderen als inferieur. Soms werden die verschillen (wetenschappelijk zeer arbitrair) naar verschillen in 'ras' herleid, vandaar de term racisme.
Meestal worden hier vooral blanken, witten, in de VS 'Caucasian' genoemd) als de racisten beschouwd. Maar ik wil wel genoemd hebben dat ook Tibetanen (zie bv hier) en Japanners (zie bv hier en hier ) racisme kennen: toch twee van de bakermatten van veel van de Nederlandse boeddhisten. Ook de haat van Singalezen richting de Tamils in Sri Lanka was/is volgens mij niet van racistische smetten vrij.

'Racisme' is een zwaar beladen ideologische term, zeer beschuldigend als iemand er van beticht wordt. In bepaalde omstandigheden is het strafbaar . Op de site van  NieuwWij  wordt daarvan gezegd:   "De rechtbank stelde dat het woord ‘racist’ “mede door de massale volkerenmoord op Joden, Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijzonder negatieve lading” heeft. Daarom draagt het bij aan de ernst van de belediging en de aantasting van de waardigheid van [X]. De laatste tijd voeren we veelvuldig de discussie over de strafbaarheid van beledigingen. Die discussie kan ook hier gevoerd worden. Maar er is een andere kant aan de zaak. Het benoemen van racisme of het aanwijzen van racisten is inderdaad een heikel punt in Nederland. Een zwaardere belediging lijkt haast niet mogelijk. De rechtbank bevestigt dit met haar uitspraak.
Aan de ene kant kun je stellen dat reacties op het racisme-verwijt vaak emotioneel en overdreven zijn. Het verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog door de rechtbank is daar een voorbeeld van.
"

Tot zover de juridisering van de racisme-discussie, interessanter vind ik de psychologische dimensie: het ongemak dat het oplevert, een racist gevonden te worden, bv in de zwarte-piet-discussies.
De bijdragen van boeddhisten aan deze discussies is klein geweest.
Bijvoorbeeld Katinka Hesseling in 2014  Hier  en  Hier  over Zwarte Piet en discriminatie. En ook van haar de oefening Bodhicitta en racisme – mediteren op gelijkmoedigheid    Ze schrijft als inleiding, na het racisme benoemd te hebben,
"Er zijn allerlei methoden om dit probleem te verzachten en we kunnen er geen enkele negeren. Er is er echter maar een waar ik iets vanaf weet: meditatie.
Als we mediteren op de verlichtingsgeest toe willen passen op racisme, zullen we moeten leven met het ongemak van het onder ogen zien van onze conditioneringen, angsten en privileges (als blanken, indien van toepassing).
"

Twee andere artikelen in het Boeddhistisch Dagblad (allemaal uit 2014):  Zwarte Piet gaat over veel meer dan Zwarte Piet  (met 12 reacties, waaronder pittige); en  Nederlands racisme: ‘dat is er niet’  over het boek 'Dutch Racism '.

In de V.S. gaat het er heftiger en omvangrijker aan toe, hier bijvoorbeeld:
Statement on Racism from Buddhist Teachers & Leaders in the United States

Een voortreffelijk Amerikaans artikel dat veel thema's aan de orde stelt, is:
Two Buddhisms, Three Buddhisms, and Racism , door Wakoh Shannon Hickey , te vinden in  het 2010-nummer van het Journal of Global Buddhism , en  als pdf .
In de Bijlage 1 citeer ik een passage hieruit waarin de begrippen 'Race ', 'Racism ' en 'Privilege ' worden uiteengezet !
Kort gezegd benadrukt Hickey dat een onderscheid gemaakt moet worden tussen racisme en het hebben van een 'white privilege', een privilege dat zo vanzelfsprekend is (voor blanken) dat men zich er niet steeds van bewust is, ook boeddhologen niet die analyseren welke soorten boeddhisten er bestaan in de V.S.
Zijn conclusie is dat zo'n analyse (ook voor de Nederlandse situatie, voeg ik er aan toe) altijd meerlagig moet zijn. Eén element moet er altijd onderdeel van uitmaken, zegt hij: de wijze waarop de deelnemers van de boeddhistische groepen zichzelf beschrijven.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

B.   Hoe komt het dat de meeste Nederlandse boeddhistische groepen zo blank zijn,
      met als uitzondering de 'etnische tempels' ?


Deze vraag is meteen het hart van het probleem van deze blog: is er bij Nederlandse boeddhisten sprake van uitsluiting ? Onbewuste en onbedoelde uitsluiting mogelijk en waarschijnlijk maar toch veroorzakend dat 'gekleurde mensen' (ik volg de Amerikaanse uitdrukking) met affiniteit tot het boeddhisme zich niet welkom of thuis voelen in blanke sangha's. Een uitspraak met een behoorlijk speculatief karakter, ik weet het.

In Amerika spreekt men hierbij ronduit over racisme. Over de Nederlandse situatie zeg ik: dat weet ik niet, maar ik ontken het al een stuk minder dan bijvoorbeeld een jaar geleden.

Een Nederlands voorbeeld waarin al meteen de verbinding tussen de onder paragraaf A genoemde thema's duidelijk wordt.
Uit het hieronder te bespreken nieuwe tijdschrift 'ZenLeven':
"... Zenpriester Angel Kyodo Williams, auteur van het veelgeprezen boek
'Being Black: Zen and the Art of Living with Fearlessness and Grace '. Zij zal begin juli een weekend [in de Noorder Poort] begeleiden. ..
In de VS is ‘Reverend Angel’ een van de weinige zwarte zenleraren. Ze spreekt graag over het belang van innerlijke zowel als maatschappelijke transformatie: die twee moeten wat haar betreft samengaan. 'Zonder innerlijke verandering is er geen maatschappelijke verandering mogelijk. Maar zonder maatschappelijke verandering heeft innerlijke verandering geen betekenis.'
‘Being Black’ geeft een toegankelijke uitleg van de Dharma en beschrijft levendig hoe zen de schrijfster ooit een uitweg bood uit haar emotionele pijn. Op het kussen leerde ze haar eigen lijden onder ogen te zien en te overstijgen en vond ze tegelijk een ruimte waar ras en afkomst geen rol meer spelen. Want ‘Being Black ’ beschrijft ook de uitdaging van ‘zwart’ zijn in de VS, wat betekent leven met angst, onzekerheid en twijfel aan jezelf. Reverend Angel betoogt dat zenbeoefening helpt om niet in woede over onrecht te blijven hangen, maar deze te transformeren in liefde en positieve actie.
Bij de lezing van Reverend Angel vorig jaar in Amsterdam Zuidoost (de Bijlmer), was meer dan de helft van het publiek gekleurd, wat voor een boeddhistische bijeenkomst bijzonder is.
”

In het Zomernummer 2016 van BuddhaDharma schrijft ze hierover: "White folks’ particular reluctance to acknowledge their impact as a collective, while continuing to benefit from the construct of the collective, leaves a wound intact without a dressing. The air needed to breathe through forgiveness is smothered. Healing is suspended for all. Truth is necessary for reconciliation.
Will we as Buddhists express the promise of, and commitment to, liberation for all beings, or will we instead continue a hyper-individualized salvation model—the myth of meritocracy—that is also the foundation of this country’s untruth?
"


'Making the Invisible Visible - Healing Racism in Our Buddhist Communities '
Een in 2000 gemaakte brochure (60 pag.)  aangeboden aan de deelnemers van de Western Teachers Conference at Spirit Rock.  De 'Introduction ' neem ik op in bijlage 2, hieronder.
Na een groot aantal getuigenissen van sangha-leden, persons-of-color volgt er in sectie drie een aantal praktische suggesties en strategieën. Deze lijken me ook voor Nederlandse sangha's bruikbaar. Ik vertaal de kopjes:
"Deze rubriek is overwegend geschreven door de Europees-Amerikaanse beoefenaars uit verschillende boeddhistische tradities met feedback van boeddhistische beoefenaars van kleur. Eén bedoeling was dat het werk in Verscheidenheid en Racisme de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Europese Amerikanen en Gemeenschappen van Color is.
* Houd 'healing racisme' workshops en trainingen in de sangha;
* Erken het bestaan ​​van racisme; noem voorbeelden van racisme in Dharma-talks;
* Kijk naar individuen die voortgang hebben geboekt op het pad van afleren racisme als mogelijke bondgenoten voor mensen van kleur die naar uw sangha komen;
* Ontwikkelen een diversiteit strategie voor uw sangha;
* Faciliteren van mensen van kleur voor functies in het onderwijs, administratie, bestuur en staf;
* Vertoon de bereidheid om aan verschillende behoeften en culturele gevoeligheden tegemoet te komen;
* Houd retraites en evenementen voor mensen van kleur;
* Wees expliciet over het welkom zijn van mensen van kleur in uw te verspreiden materiaal, met inbegrip van uw nieuwsbrieven;
* Overweeg een soort systeem voor het verwelkomen en oriënteren van nieuwe leden;
* Maak een forum in uw sangha waar de beoefenaars hun opvattingen en gevoelens kunnen uiten over wat het is om een ​​deel van uw sangha zijn.
"

--------------------------------------

Een aantal zeer recente Amerikaanse artikelen.
Lopend van persoonlijke getuigenissen nààr reflectie en wetenschappelijke benadering:

'Buddhism in the Age of #BlackLivesMatter '
Pamela Ayo Yetunde in Lion's Roar van 12 mei 2016


    Een ander sterk voorbeeld.
    Cheryl Giles , 'Beyond the Color Line,
    Cultivating Fearlessness in Contemplative Care '
    Te vinden in het boek  'Contemplative Care '




'Race Matters in Buddhist Communities ' door Craig Hase (Ed. Justin Whitaker)
   vormt een serie, met
'The Dukkha of Racism: Racial Inclusion and Justice in American Convert Buddhism '
   door Ann Gleich (Ed. Justin Whitaker);        en
'Letting identity arise unimpeded: Buddhism confronting racism ' 
   door Lama Justin von Bujdoss,  dat aldus begint:
" On April 22nd the 2nd Race and Buddhism Conference will be held at Harvard Divinity School. This is a unique gathering of academics, dharma teachers and activists meeting to explore how engaged responses to the problems of racism within the dharma world can be developed, as well as how dharma can be a response to heal the pain and suffering that racism creates in a more general sense. On a personal level, this much needed conference will be a place through which I can continue to explore and share my responsibility to exercise a greater sense of inquiry to see where it is that I am operating from as a white vajrayana dharma teacher "

'Of “White Buddhism” '  door  Amod Lele
Dit is een reactie op het eerste van onderstaande artikelen van Payne; hij is het daar grondig mee oneens, om boeddhologische, politieke en persoonlijke redenen.

'White Buddhism — A Skeptic’s Guide '  door  Richard Payne
gevolgd door, ook van Payne dus,
'Religious Imperialism and that grandmother '   en
'White Buddhism: on the formation of a category '

--------------------------------------

Het zijn allemaal Amerikaanse voorbeelden en reflecties, mijn vraag kan ik niet beantwoorden:
Er zijn in Nederlandse witte sangha's met een enkele niet-blanke beoefenaar.
En er zijn de tempels van o.a. Thaise, Vietnamese en Chinese boeddhisten, waar vrijwel alleen Thai (plus hun Nederlandse partners), Vietnamezen en Chinezen komen.
En de kloof daartussen is eerder groter dan kleiner geworden. Het kan natuurlijk dat het gewoon niet zo boeiend en spiritueel interessant is (voor niet-blanken) wat er in de witte sangha's gebeurt.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

C.   Waarom zijn de Nederlandse boeddhisten zo stil als het om de actuele
      'islamofobie-discussie' gaat ?


Niet alleen in Nederland. Dat blijkt uit dit artikel:
Why are some Buddhists sitting out the Islamaphobia debate? door Danny Fisher
Een artikel uit 2010, dat dan weer wel.
Fisher sluit af met:
"There are many possible reasons for Buddhist Americans sitting this one out, I suppose: there is our general resistance to political discussion; a sometimes tendency to excuse ourselves from conversations about religion in America (though we enjoy religious freedom rights we also like to say that Buddhism is not a religion but rather a philosophy or “way of life”); orthodoxy (where do the texts say we have to stick up for Muslims?); the fact that President Obama has once again excluded us in his rhetoric (as he has done in the past, he addressed his recent comments to “Christians, Jews, Hindus, Muslims, and nonbelievers”); and even, incredibly, the Muslim conquest of India and obliteration of Buddhist culture there has been given as a reason in comments at my personal blog (do some people know how to hold a grudge or what?). None of these are excuses, though. The time has come. Enough is enough. Our absence is becoming conspicuous, and our silence nears deafening. We must become allies in the fullest sense."

Over de Islam heb ik eerder geschreven: een  blog van een klein jaar geleden , onder de titel 'Hoe gaat een boeddhist met de Islam om ? Niet dus - Of toch ?'.
En een verkorte versie daarvan in 'NieuwWij ' .
Onlangs had ik op 'NieuwWij ' een discussie met een moslim over hoe moslims het boeddhisme zien; we werden het niet eens (hij was het niet eens met de wijze waarop ik mezelf als boeddhist definieerde).

Het blijft merkwaardig: terwijl de Islam toch wel een dingetje is, ook in Nederland, en iedereen het er over heeft, houdt de boeddhist zich er niet mee bezig. Ik weet niet wat het is: ze negeren het, ze kijken weg, ze willen zich niet met andere religies en ook niet met politiek bezighouden. En vooral: ze willen zich niet met de onaangename en ongemakkelijke zaken van het leven bezig houden.
En dat is de Islam wel. Ik vind het tenminste een ongemakkelijke religie, even ongemakkelijk als het Christendom, maar daar kunnen we tegenwoordig ongestraft lacherig over doen.

Maar waar we niet lacherig over kunnen doen is de racistische dimensie van de kritiek op de Islam. Het wordt tegenwoordig internationaal 'Islamofobie ' genoemd; een wat vreemde uitdrukking omdat een fobie (zie Wikipedia ) "... [angst, vrees], een psychische aandoening [is] waarbij iemand, om doorgaans onduidelijke redenen, een overmatige angst ontwikkelt voor specifieke zaken of situaties. Deze angst staat niet in verhouding tot de reële bedreiging die van de situatie of het object uitgaat en de lijder is zich hiervan goed bewust."   Dat laatste denk ik bij 'Islamofobie' nu net niet. De angst is wel oud en ons al op lagere school aangeleerd: de Kruistochten, de Moren is Spanje en voor de poorten van Wenen.
Maar goed: hoe irrationeel deze fobie ook is, het is wel uitgemond in racisme, dat moeten we wel onder ogen zien.

Bijna alle publicaties die ik heb gelezen over de relatie Islam-haat en boeddhisme in het Westen (zoals ik al schreef, aanvallen op moslims in Aziatische boeddhistische landen is een apart onderwerp), hebben betrekking op (Lama) Ole Nydahl, spiritueel leider van de 'Diamant Weg Boeddhisten ', naar eigen opgaaf  620 centra wereldwijd.

Informatie uit Wikipedia:
"Nydahl is a strong proponent of human rights, and of women's rights in particular. He also has a critical view of Islam. He has called Allah a "terrible god", and has characterized Muslim beliefs as antithetical to freedom of speech and women's rights:
  I seriously hope, you know, that we're not losing the freedom of expression right now, that we're not losing the ability to say what we think even if we step on the toes of some gentlemen from the Near East … who like to beat their wives or stone them or whatever else they do, right?
Nydahl says that he does not make political comments in his capacity as a lama, but as a 'responsible, thinking human being', and that no one can make such statements from a Buddhist perspective because Buddha Shakyamuni did not comment on religious ideas founded centuries after his death. He also distinguishes the "mainstream Muslims" that he disapproves of from Sufis.
An online interview with Nydahl also featured the following statement: 'Judaism and Christianity are fine. Islam, I warn against. I know the Koran, I know the life story of Mohammad and I think we cannot use that in our society today.' "

Een paar andere artikelen over de anti-Islam-tirades van Ole Nydahl:
* 'Kritische Informationen zu Lama Ole Nydahl und seinem »Diamantweg Buddhismus« ' ;
    paragraaf #Islam
* 'Propaganda: The making of the holy Lama Ole Nydahl '
* 'View on buddhism - European refugee crisis - how to deal with Islam-haters? '

Ole Nydahl zegt het, en wellicht denken anderen het.
Van andere boeddhisten ken ik geen uitspraken. Wel is in een aantal boeddhistische landen (d.w.z. landen met een boeddhistische meerderheid) in Azië de nodige vijandigheid richting moslims. Aanvallen die wellicht meer tribaal dan religieus gemotiveerd zijn.
Kortom: racisme - en islamofobie als vorm er van - is overal, ook onder boeddhisten.
Een suggestie die ik kan doen: zie het maar onder ogen. En zeg er wat van.

Een andere: we doen het op inhoud, dat is tenslotte ons sterke punt, een gesprek met moslims ook en vooral over de leer van de Koran en de Dharma laten gaan.
En dat niet alleen met de 'makkelijke' moslims, soefi's.
En dat niet alleen met de opvatting dat alle religies toch in wezen hetzelfde zijn, neerkomen op liefdevolheid, compassie en 'wat gij niet wilt dat  geschiedt ...'.

Misschien helpt humor, ook wel een typisch boeddhistische benadering van problemen. Aldus:
"Neem een pilletje tegen opkomende islamofobie
Wie in de trein een moslim spot met een lange baard en angstvisioenen krijgt, kan nu een islamofobiepil slikken - zodat eventueel opkomende paniek verdwijnt. De grootste islamitische mensenrechtenorganisatie van de VS, the Council on American-Islamic Relations (CAIR), probeert met deze medicatie haat tegen moslims aan te pakken.
Neem er twee per dag en bel ook even een moslim in de ochtend, schrijft de organisatie gebruikers voor. Op de verpakking van 'Islamophobin' staat wel een waarschuwing: gebruik van het medicijn kan vredig samenleven als resultaat hebben. De neppillen (want het zijn gewoon suikervrije kauwgompjes) zijn sinds gisteren beschikbaar via webwinkel Amazone.
Op de verpakking staat dat de pillen bijvoorbeeld helpen tegen 'blinde intolerantie' en 'irrationele angst voor moslims'. De boodschap is dat Amerikanen moeten erkennen dat ze snel islamofobe gedachten hebben - als ze een taxichauffeur moeten kiezen of een vrouw met hoofddoek passeren - zodat ze daar iets mee kunnen doen. ...
"                                   Bron: Trouw, 26 mei

--------------------------------------
Update 31 mei
De historicus Jona Lendering stelt in  zijn blog  de vraag aan de orde: 'hoe komt het dat moslims islamkritiek beschouwen als racisme?'
De aanname is dat je iemand niet mag bekritiseren op wat hij vanaf zijn geboorte is – zwart of een Marokkaan – maar wél op de ideeën die hij aanhangt (en dat is doorgaans religie).

Na een korte historische discussie tot het begin van onze jaartelling maakt hij dit begrijpelijk:
Moslims (en joden) handhaven een identiteitsbegrip dat in West-Europa in onbruik is geraakt. De vraag is dus niet waardoor moslims islamkritiek zijn gaan beschouwen als kritiek op hun etnische achtergrond, maar waardoor West-Europeanen een onderscheid zijn gaan aanbrengen.
   In  een vervolgartikel  zegt hij: 'Wat ik maar zeggen wil: de invloed van het christendom is nooit zo groot als wanneer ze, vermomd als seculier, rationeel en objectief, niet langer wordt herkend. De seculiere westerling (zoals ikzelf) die van geïmmigreerde moslims verwacht dat zij zich aanpassen aan een maatschappij waarin het aangeborene van het aangeleerde wordt onderscheiden, begrijpt de moeilijkheden van de immigranten beter als hij zich ervan bewust is dat wat hij zelf beschouwt als een logisch onderscheid, niet zo universeel is als hij denkt.'


Update 6 juni
Verleden week was er ophef omdat de Dalai Lama gezegd zou hebben dat er teveel immigranten in Europa zijn en het is niet de bedoeling dat Duitsland een Arabisch land wordt. Dat kan gelezen worden als: er moeten hier niet zo veel moslims komen.

De eerste vraag is: heeft hij dat echt gezegd?
En de tweede: waarom?
Letterlijk uit het interview: "Wenn wir in das Gesicht jedes einzelnen Flüchtlings schauen, besonders bei den Kindern und Frauen, spüren wir ihr Leid. Ein Mensch, dem es etwas besser geht, hat die Verantwortung, ihnen zu helfen. Andererseits sind es mittlerweile zu viele. Europa, zum Beispiel Deutschland, kann kein arabisches Land werden. Deutschland ist Deutschland. (lacht) Es sind so viele, dass es in der Praxis schwierig ist. Auch moralisch gesehen finde ich, dass diese Flüchtlinge nur vorübergehend aufgenommen werden sollten. Das Ziel sollte sein, dass sie zurückkehren und beim Wiederaufbau ihrer eigenen Länder mithelfen."

Op de vervolgvraag over de 'islamfeindliche Stimmung' in Europa zegt hij:
"Es sind muslimische Individuen und kleine Gruppen, die sich in ihren eigenen Ländern gegenseitig umbringen. Schiiten, Sunniten. Sie repräsentieren nicht den gesamten Islam und nicht alle Muslime. Die Liebe ist bei jeder Religion die Kernbotschaft, auch im Islam. "
(Die zogenaamde kernboodschap over de liefde vind ik simplistisch, ben het er niet mee eens: er is geen kern)

Het citaat uit de Frankfurter Allgemeine beslaat maar een paar procent van het hele artikel, de rest van het (niet in Duitsland maar in India afgenomen) interview gaat over wat de Dalai Lama echt bezig houdt: de situatie van Tibetaanse vluchtelingen waarvan hij hoopt dat ze terug kunnen. Dat verklaart een beetje waarom hij zich met de situatie van vluchtelingen in Europa denkt te kunnen bemoeien.


========================================================================


On-Zen en Zen-Leven: zen-dingen dus; en nog meer boeddhistische blogs

Een nieuw boek, een nieuw tijdschrift en een aantal al wat langer bestaande (Amerikaanse) boeddhistische blogs.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De haren van Jan Bor

Tussen een artikel en een echt boek in zit de nieuwe publicatie van Jan Bor :
'OnZen  -  Over Moderne Spiritualiteit '   
Uitgever Prometheus Bert Bakker,   112 pagina's

Uit de 'Samenvatting ' van de uitgever:
"Waarom een boekje over moderne spiritualiteit? Omdat de haren van filosoof Jan Bor recht overeind gaan staan bij de honderden nieuwe sektes die ons land inmiddels rijk is en die hun inspiratie uit het Oosten putten. Zelf heeft Bor veel ervaring met zen opgedaan. Zen zou de ultieme weg naar innerlijke vrijheid zijn. Net als andere religies - want dat is het - roept zen echter op tot het volgen van een leer en praktijk en tot afhankelijkheid van een geestelijk leider. Daarom zegt Bor: stink er niet in! Volg je eigen hart, zoek je eigen weg en voed je daarbij met 's werelds grootste filosofieën. Dat is een moderne invulling van moderne spiritualiteit."

Volg leraren niet zo als in Nederland gebruikelijk is, daar heeft Jan natuurlijk gelijk in.
Maar ik vind niet dat hij aan de paradox ontkomt om toch ook tamelijk charismatisch zijn opvattingen aan zijn luisteraars en lezers over te brengen. Ook 'luisteraars' want medio mei hebben diverse radioprogramma's aandacht aan z'n boekje besteed met (steeds min of meer dezelfde) interviews: hier en hier en hier. Interviews die meer over Jan Bor gaan dan over spiritualiteit.

Op de website van NieuwWij heeft Taede Smedes een harde maar overwegend terechte recensie geschreven. Een paar citaten daaruit:
"Ik was dan ook erg benieuwd toen ik vernam dat er een nieuw boek van Bor uit zou komen over moderne spiritualiteit. Dat boek is er nu, met als titel OnZen: Over moderne spiritualiteit. De titel zegt alles: zen is onzin volgens Bor. Of anders gezegd: zen heeft weliswaar een mystieke of spirituele kern, maar die wordt verduisterd door claims dat er methoden zijn om de kern te bereiken, dat je lid moet zijn van een gemeenschap (de sangha) en moet luisteren naar wat de verlichte meester je vertelt. Zen is eigenlijk religie: “Gedateerde troep dus” (135). Ik heb het boek met open mond en stijgende verbijstering gelezen.
...
Bor ontkent daarentegen dat er een methode is om die mystieke kern te bereiken. Iedereen moet zelf de weg erheen gaan, schrijft hij. Iedere spiritualiteit is dan ook strikt individueel of zelfs individualistisch. Zodra het een collectief beleefde spiritualiteit wordt, wordt het volgens Bor oneigenlijk en degenereert het tot een religie, met als gevaar dat het de mens onvrij en afhankelijk maakt.
...
In het laatste hoofdstuk komt Bor dan terug op moderne spiritualiteit. Hij vat zijn visie samen. Veel spiritualiteit is volgens Bor slechts “religie in een ander jasje (…) dat gekenmerkt wordt door heteronoom denken en doen. Gedateerde troep dus” (135). Modern volgens Bor is: “op zoek gaan naar autonome vormen van innerlijkheid, en daarmee je afhankelijkheid van een instituut, een geestelijk leider of een veronderstelde transcendente macht afwijzen” (138). Dit is waar het om draait volgens Bor, totale autonomie: “Zo is de mens niet afhankelijk van een hogere macht maar vrij om zijn eigen natuur te bepalen” (140). Spiritualiteit laat zich dan ook niet organiseren: “zo veel individuen, zo veel wegen en daarmee zo veel manifestaties van een moderne spiritualiteit” (150). En daarmee eindigt het boek. Meer valt er ook niet te zeggen, omdat Bor zich dan immers zelf als goeroe op zou stellen en teniet zou doen wat hij wil zeggen.
...
Bor vond het blijkbaar nodig een persoonlijk boek te schrijven waarin hij afrekent met zijn eigen spirituele verleden. Hij schrijft weliswaar (op pagina 21) dat hij dankbaar is voor zijn zentraining en voor wat zijn Japanse en Engelse leraren en lerares hem hebben bijgebracht, maar die dankbaarheid is nauwelijks voelbaar in de pagina’s die volgen. Snoeihard is zijn kritiek op zen en op zenleraren (zoals ook op de Nederlander Ton Lathouwers die met onverholen woede door ‘Kill Bill Bor’ neergesabeld wordt).
"

Mijn commentaar aldaar :
"Een vurrukkulluke recensie, daar heeft een mens wat aan. En dat meen ik want ik zat al een week te aarzelen of ik OnZen wel of niet ging kopen.
En met deze spelling van Remco Campert zitten we in de tijd waarin Jan Bor of is blijven leven of naar is teruggevallen: de zestiger jaren. Een tijd die Taede duidelijk niet heeft meegemaakt. Dat is geen schande, maar lastiger is dat hij weinig affiniteit met Zen heeft. Een Zen dat niet zozeer spiritueel is maar irrationeel of zelfs anti-rationeel.
Ik kan me goed voorstellen dat Taede dit boek een grote teleurstelling vindt, maar hij begrijpt niet hoe tot the point het ‘neersabelen’ van Ton Lathouwers is.
De kritiek van Jan Bor op Zen als religie is een onderwerp waarin Taede Smedes thuis is. Maar hoe zit het met z’n kritiek op het wezenlijke element van Zen: DE LERAAR, DE MEESTER ?
'Het is een filosoof onwaardig' vindt Taede Smedes van dit boek van Jan Bor. Dat is vast wel zo, maar is het ook een Zen-beoefenaar onwaardig?
Zou het niet kunnen dat beoefenaren van Zen in Nederland veel aan OnZen hebben, juist om de argumenten waarom Taede het zo’n slecht boek vindt? Om af te kicken?
"
PS   Jan Bor zelf  is het met deze recensie niet eens.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Een nieuw (digitaal) Nederlands tijdschrift, een halfjaar-blad. Alleen Zen weliswaar, maar toch: een nieuw blad.
'Zen Leven '; Nummer 1 Voorjaar 2016 ; of in pdf-vorm

Het gaat wel erg veel over de (Zen-)leraar en dus over transmissies. Precies dat waar Jan Bor kritiek op heeft, dit leraar-gerichte. Maar goed, het is het eerste nummer, misschien wordt het volwassener.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De inzichtsmeditatie in Nederland kent drie nieuwe leraren, als onderdeel van 'SanghaMetta '.
Ik wens Inez, Nynke en Simin veel spirituele autonomie toe.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

'Patheos ' is een Amerikaanse website en organisatie die blogs van diverse levensbeschouwelijke richtingen beheert. Daaronder ook een 'Buddhist Channel'.
Er zijn zeven  'Buddhist Blogs ' :

*  American Buddhist Perspective   door  Justin Whitaker
Deze heb ik al herhaaldelijk in mijn blog geciteerd: boeddhistisch nieuws en commentaar met sterke inhoud.

*  Bodhisattva Road   door  Daniel Scharpenburg
Scharpenburg is een nieuwe ontdekking, ik noem een paar van z'n teksten: Why Did You Become A Buddhist?, What’s a Bodhisattva?

*  Dharma Dad   door  Ty Phillips
Phillips heeft meer persoonlijke (hilarische) verhalen waaronder 'The Vidyadhara Dream ' dat aldus begint: "In 2011 I was ordained in the Celtic Buddhist lineage.
The lineage, much like the pioneer that created it are controversial. The Celtic Buddhist lineage is an offshoot of the Chogyam Trungpa lineage, itself somewhat controversial. It seemed like a perfect fit for me—both my background and my story are somewhat cloudy at best. ...
"

*  Off the Cushion   door  Rev. Danny Fisher
Een geëngageerd boeddhist en geestelijk verzorger. Hij is met het bloggen hier gestopt.

*  Monkey Mind   door  James Ford
In tegenstelling tot de titel: degelijke verhalen, dat is tenminste m'n eerste indruk.

*  My Journey of Conscience - A Zen Priest Tries to Save the World   door  Domyo Burk
Wat titels: From Delusion to Illusion: The Freedom of Disbelief , What Is Meant By Zen “Practice”?

*  Wild Fox Zen   door  Dosho Port
Ook interessant, hoewel iets te veel Zen.

Genoeg te lezen weer. Soms wel iets sterker op de Amerikaanse (politieke) situatie gericht dan ons zal interesseren. Soms licht van toon maar de schrijvers generen zich ook niet, serieus te zijn.

========================================================================

Nieuw initiatief van Stephen Batchelor

Het 'Bodhi Institute' (eerder genoemd: Bodhi College) zal onder de titel “Early Buddhist Teaching for a Secular Age” in 2016 beginnen met het aanbieden van een aantal lange en korte cursussen in het Verenigd Koninkrijk en het vasteland van Europa. De staf bestaat uit Stephen Batchelor, Christina Feldman, John Peacock en Akincano Weber.
Voor meer informatie over het programma van het Instituut, zie:  bodhi-college.org/

Hieruit:
"Bodhi College: Early Buddhist Teachings for a Secular Age
Bodhi College is a European educational centre for meditative learning. Our inspiration stems from a Dharma as found in the early strata of Buddhist texts. For the time being, Bodhi College is spatially virtual; it acts as an umbrella for a number of teaching activities held in different venues, led by a core and visiting faculty.

A Vision
Over the past forty years, a growing number of people from all walks of life have been drawn to Buddhist ideas, values and practices. With the introduction of mindfulness into healthcare, education, business and other fields, Buddhist meditation is now entering the mainstream of modern societies to an unprecedented degree.

An education
Bodhi College offers an ethical and philosophical framework for those practising meditation and the Dharma in today’s world by drawing on the early teachings of the Buddha before they became codified into the doctrines of the different Buddhist traditions.
The College is non-sectarian and unaligned with any Buddhist orthodoxy or particular school. While making use of modern critical scholarship, our goals are not academic. We offer a contemplative education that inspires students to realize the values of the Dharma in the context of this secular age and culture.

An invitation
Bodhi College is open to Buddhists and non-Buddhists alike, to people of any faith or none, to those who use mindfulness for its therapeutic value, as much as those for whom meditation is part of their religious practice.

For more see our Mission Statement :
Bodhi College is an educational centre for meditative learning (suta), critical examination (cintā) and practical cultivation (bhāvanā) of the Dharma as found in the early strata of Buddhist texts. While primarily focused on the sutta (discourses) and vinaya (monastic training) sections of the Pali canon, the College gives equal significance to comparable materials recorded in any of the prakrits, Sanskrit, Chinese, Tibetan and other Asian languages.

Bodhi College aspires to recover core insights of early Buddhist teachings so as to develop fresh ways of understanding the Dharma today. It seeks to provide a contemplative education that inspires students to realize the values of the Dharma in the context of this secular age and culture. In the spirit of Buddha’s middle teaching (majjhena dhammadesanā) and his middle approach (majjhimā paṭipadā), Bodhi College is committed to a middle way of human awakening that integrates theory with practice, encouraging both personal fulfillment and social engagement.
To this end, the College offers a year-round programme of courses, workshops, lectures and colloquia which enable students to access the rich and often untapped resources of the early texts and acquire the linguistic, hermeneutic, psychological and historical skills to understand them in ways that can be applied to contemporary needs.

Bodhi Sangha
Bodhi College is the operating name of Bodhi Sangha Company, an educational charity established in the UK.

Curriculum
The curriculum at Bodhi College is built around the Committed Practitioners’ Programme (CPP), a mentored two-year course of seminar and retreat modules which has been running independently since 2009. The College was launched in 2015 and, in addition to the CPP, will offer courses in the following fields:
•Buddhist Psychology
•Training for Mindfulness Teachers (MTDP)
•Textual Studies
•Contemporary Culture
•Classical Languages (Pali)
Courses offered by the College are intended for those who have an established Dharma practice, therapists, educators and others who use mindfulness-based approaches in their professional work.

Core Faculty
Stephen Batchelor, Christina Feldman, John Peacock and Akincano Weber make up the core faculty of Bodhi College. They are responsible for designing and planning the curriculum, teaching courses and modules, mentoring students, training prospective teachers and inviting visiting faculty to contribute to the programme. ...
"

========================================================================

Bijlage 1

Some Definitions: Race, Racism, and Privilege

door Wakoh Shannon Hickey

Because the terms “racism” and “white privilege” can be so loaded, I will begin with some definitions. According to Michael Omi and Howard Winant, Race “is a concept which signifies and symbolizes social conflicts and interests by referring to different types of human bodies” (Omi and Winant, 2004: 116). It is a social construct; it varies by time and place; and it draws upon arbitrary criteria for categorizing people. Differences in skin color, hair, and facial features may be invoked as criteria distinguishing “white” from “black” from “Asian,” for example, but this need not be the case. In the nineteenth century, many Anglo-Saxons did not regard my Irish ancestors as “white” when they emigrated to North America during the Potato Famine. Nor were Jews, Muslims, and Christians from Southern or Eastern Europe considered white. Ideas about whiteness have changed over time. Ideas about blackness and Asianness also have changed. Filipinos have sometimes been defined as Asian, and sometimes not. Not so long ago in the United States, if one had any ancestor with African heritage, one was legally categorized as black.

Racism “creates or reproduces structures of domination based on essentialist categories of race” (Omi and Winant, 2004: 131). One key feature of racism is essentialism—a belief that all members of a racially defined group have fundamental and immutable characteristics. Again, the specific features that get essentialized may differ by time and place. One need not be white to have attitudes that could be called “racist”; anyone can decide that some racially defined group is essentially different from one’s own group, and feel prejudice toward that “other” group. Note, however, that the definition of racism cited here emphasizes what certain forms of racial essentialism do: they create and reinforce dominance—that is, systems of unequal access to power and resources. That is the manner in which I’m using the term “racism” here.

Privilege is a consequence of racism. Alison Bailey has defined it as a set of “unearned assets conferred systematically.… [I]f we want to determine whether a particular advantage qualifies as a privilege, we need to look at that advantage macroscopically in order to observe whether it plays a role in keeping complex systems of dominance in place” (Bailey, 2004: 305). One can enjoy unearned advantages based on one’s race, gender, sexual orientation, socio-economic class, physical abilities, and/or religion. Like racism, privilege varies by context. One reaps the benefits of membership in a dominant group regardless of whether one wants or intends to do so, and regardless of whether one is personally prejudiced toward non-dominant groups. Privilege is a characteristic of systems of dominance into which we are born, and which condition us all our lives. It is usually exercised unconsciously and unintentionally.
It is possible to have privilege in some ways —for example, as an educated, middle-class white person in the United States—and simultaneously to lack it in other ways: as a woman, as a gay or lesbian or transgendered person, as a person with a disability, as a non-Christian. I enjoy white privilege based on my culture’s current understanding of whiteness. I can arrange to be around other white people most of the time. I can talk about racism without being regarded as self-serving or having a chip on my shoulder. I am more likely to get a favorable interest rate on a mortgage, and less likely to be stopped by police while driving or incarcerated if I commit a crime. I am not presumed to represent all white people, and I have rarely felt rejected or threatened because of my race. I have, on the other hand, been harassed, legally discriminated against, and rendered invisible because I am not heterosexual, and I have been physically threatened, taken less seriously, and paid less money than colleagues because I am female.

After compiling forty-six examples of privilege she enjoys as a white person, Peggy McIntosh observed, some privileges make me feel at home in the world. Others allow me to escape penalties or dangers that others suffer. Through some, I escape fear, anxiety, insult, injury, or a sense of not being welcome, not being real. Some keep me from having to hide, to be in disguise, to feel sick or crazy, to negotiate each transaction from the position of being an outsider or, within my group, a person who is suspected of having too close links with the dominant culture. Most keep me from having to be angry (McIntosh, 2004: 323; see also McIntosh, 1990).
A key feature of privilege is that when we have it, we are largely oblivious to it: we take it for granted as normal, natural, or deserved because we earned it. We may deny or fail to notice that we have advantages, access to resources, and more positive attention simply because we belong to a dominant group, and that our advantages depend directly upon other people’s disadvantages. Privilege means not having to notice that you have it.[4] The advantages of privilege are cumulative. Better housing, better schooling, better mentoring, better access to professional networks, better job prospects, better pay, and more affirmation from mainstream society all lead to more confidence, more access to resources, and more likelihood of success.

Having defined these key terms, I want to make some of my own assumptions clear. First, I believe that ethnic identity, a social construct, is not necessarily bad. It is simply a sense of shared language, culture and/or national origin. It can help to locate and orient us in the world. I am proud of my own ethnic heritages. Pushed to extremes, however, ethnic pride can fuel xenophobia, nativism, and genocide.
Second, I believe that a long American history of white racism, and minority groups’ concomitant distrust, have contributed to the development of racially segregated Buddhist communities in the United States. I am not suggesting, however, that any of the authors whose ideas I critique are racist. I repeat: I am not calling anybody racist. Most of the scholars I mention have dedicated their lives to sympathetically understanding Asian histories, cultures, and religions. Rather, I believe that some of the assumptions underlying taxonomies of American Buddhism reflect unconscious white privilege. That is why I distinguish between racism and privilege. I want to shine some light on ways that privilege can manifest unconsciously in one area of discourse. I do this reflexively as a white scholar specializing in this field.
Because privilege is a consequence of systems of domination, a necessary step in shifting such systems is for those who have privilege within them to notice how privilege works. That is my primary aim: to notice and describe it, in order to help work against systemic racism. I assume most of my colleagues share that goal. Having laid this groundwork, I will turn to examining several taxonomies.

Bron: Two Buddhisms, Three Buddhisms, and Racism

========================================================================

Bijlage 2

Making the Invisible Visible - Healing Racism in Our Buddhist Communities

INTRODUCTION


For many years there has been a movement to shine the light of awareness on the difficulties encountered by people of color as they try to participate in our Western Buddhist Sanghas. In many ways and with varying degrees of success People of Color and their European American allies have been trying to get the attention of the teachers and sangha members in order to face the underlying racism in our society at large and its manifestation within our Sanghas. This booklet, being offered to the "Buddhist Teachers in the West" conference from June 20- 24, 2000, is another step in that ongoing process.
This booklet is a compilation of stories, thoughts, resources, and articles that are meant to be a glimpse into the personal experiences of some Buddhist practitioners of color and their allies. The voices you will read come from a wide range of cultural and ethnic origins, practicing in a great many of the lineages being represented at this conference. These voices come from your sanghas.
You may be surprised by them; you may not agree with everything you read. But, please, understand that these voices and stories come from people who are already practicing in our sanghas.
The title of this booklet refers to the ongoing suffering which exists in our sanghas for many People of Color. The oppressive racial and economic conditioning of our greater society, whether intentional or not, manifests in our sanghas. Practitioners of color face many obstacles of access, as well as of attitude, when attempting to join Western Sanghas in order to develop and sustain their practice. It is extremely difficult and painful for people who are already marginalized in society to then be marginalized again in their spiritual community.
In American society it is very difficult for the European American middle-class mainstream to recognize and accept their participation in racial marginalization. White privilege is a fact of life in our society. Study after study shows that People of Color face institutional discrimination in economics, employment and housing; in the criminal justice system and in medical care. This institutional discrimination gives European Americans a "leg up" in society. For most white Americans this "leg up" is invisible; they aren’t even aware that they have it. Most European Americans seem to feel that there is a level playing field. Intuitively though, we all know that this is not true. There was a survey which asked White Americans how much money it would take for them to be willing to live life as an African American. For most the sum was in the millions of dollars.
What we, who are compiling this booklet, would like the teachers of the Dharma to understand is that these problems are faced by many people of color who are already practitioners of the Dharma. It is not enough to rely on good will. We ask that affirmative steps be made within all sanghas to address underlying racial attitudes and the lack of racial and ethnic diversity.
California will very soon be a state with no racial majority, and the rest of America is following this demographic trend. If we don’t take these steps, we run the risk of making the Dharma irrelevant to vast parts of our society. Section Three of this booklet will offer some suggestions to get the process started in your sangha.
The compilers of this booklet are all longtime, deeply committed Buddhist practitioners. We are racially very diverse, and the majority of us are people of color. Included in our committee are practitioners of Theravadan, Tibetan, and Zen Buddhism. We present this booklet to the Mahasangha with the confidence that if the problem of racial diversity in our sanghas is accepted and addressed in our practice, the sangha will be strengthened and the deep practice of Dharma will be available to all.
Before you begin reading the following personal statements we ask that you take a moment of reflection. Take some breaths and allow your mind to relax. Now imagine your Sangha, gathered in full, sitting and listening to a Dharma Talk. You are in the front looking out at a sea of faces.
Who is there? What color are those faces? Do you see many faces of color? Do the color of these faces reflect the greater community in which your sangha lives? How do you feel about this? And how do you feel generally about people of color? Do you hold stereotypical ideas about some people of color? Do those stereotypes affect the way you deal with people of color? Please be honest with yourself. We do not ask these questions to encourage blame. We are all struggling with deep racial conditioning. By bringing light to this problem we hope to deepen the practice of Dharma for all beings.

Bron: HIER

donderdag 27 augustus 2015

O nee, onze methode is geen religie, dus geen ethiek bij vipassana. Klopt dat? Fronsdal's analyse. Pleidooi voor ethische meditatie-vormen en nascholing

In m'n blog van 1 augustus constateerde ik dat de vipassana van Mettavihari geen ethische dimensie had, ik noemde deze methode het Nobele Eénvoudige Pad en zette daar tegenover het Nobele Achtvoudige Pad, inclusief o.a. samatha-meditatie en ethiek.
Maar Mettavihari is niet de enige die deze benadering koos.
De bekende Birmese leraar U Silananda antwoordt bv op de vraag (in Q&A 6 ):
“Do I have to be a Buddhist to practice Vipassana?: There is nothing which can be called particularly Buddhist in Vipassana meditation. There is no element of religion. It is a scientific investigation and examination of yourself.“

Waarom het zo erg zou zijn als vipassana wel als religie, d.w.z. als onderdeel van het beoefenen van een religie, zou worden gezien, wordt niet duidelijk. Wel dat het kind met het badwater dreigt te worden weggegooid: geen religie, dus geen ethiek, het gaat om een wetenschappelijke, ik zou zeggen: om een technische, methode. Is hij bang dat Westerlingen zo'n afkeer van religie (bv van de christelijke) hebben, met haar ge- en verboden, dat hij ze wil bezweren dat daar hier geen sprake van is?
Maar misschien interpreteer ik Silananda niet goed. Want hij zegt ook (Q&A 8):  “Also in Theravada Buddhism, purity of morals is emphasized because without pure moral conduct, there cannot be good concentration or peace of mind.“  Alleen vertelt hij niet, hoe je dat beoefent, hoe je die 'purity' verwerft. Een typische monniken-opmerking waar je als leek weinig aan hebt.

Een andere, door degenen die bij hem gemediteerd hebben geroemde leraar is U Pandita. Sila zou in zijn retraites veel meer aandacht krijgen, verbonden met de meditatie.
Dat kan zijn maar zijn tekst hierover, weergegeven in Bijlage 1 maakt op mij geen diepe indruk. Het is een tegenstrijdigheid waar ook Gil Fronsdal (hieronder) op wijst.

Natuurlijk, je wordt geacht je aan de vijf voorschriften te houden (wel van boeddhistische oorsprong en dus religieuzer dan sommigen kennelijk lief is): (1) niet doden, (2) niet nemen wat niet gegeven is, (3) geen seksueel wangedrag, (4) niet incorrect spreken en (5) geen verdovende middelen.
En tijdens een retraite - bij sommige leraren - aanvullend aan de acht voorschriften: helemaal geen seksuele activiteiten, (6) niet eten na twaalf uur 's middags, (7) geen vermaak of opsmuk en (8) geen luxueus bed.
Maar die 'voorschriften neem je aan', je wordt geacht je er aan te houden (en je leraar ook !), maar er wordt niet verder over gesproken, je hoeft ze niet te oefenen om ze te beoefenen, lijkt het wel. Behalve dan dat niet eten na twaalven, dat is een helder en concreet voorschrift maar in mijn opvatting over wat 'ethiek' is, geen ethisch voorschrift, meer heilzame voorwaarde t.b.v. de meditatie.

Thich Nhat Hanh heeft trouwens een fraaiere term dan (de 5 of meer) 'voorschriften', hij spreekt van 'Aandachtsoefeningen '. Hier de Vijf ; en hier de Veertien .

Toch wordt ethiek, met name de laatste maanden in de Nederlandse vipassana-wereld belangrijk gevonden. Maar dan blijkt het te gaan over 'grensoverschrijdend gedrag' van de leraar, niet over door de mediterende beoefende sila als één van de drie themagebieden die permanent in en buiten een retraite aan de orde zijn, naast samadhi en panna.
De drie padfactoren van sila, onderdeel van het Achtvoudige Pad, zijn:
juist spreken, juiste activiteiten en juiste levensonderhoud: deels overlapping en deel uitbreiding van bovengenoemde 'voorschriften'. Zie voor details bijlage 2

Zwart wit is het niet. Zo beschrijft bv Peter Baert (een van de veertien Mettavihari-leerlingen-leraren) in een artikel ( Bron: hier ) waarin hij mindfulness en vipassana vergelijkt:
“Daarnaast besteedt het Boeddhisme en dus ook Vipassana veel aandacht aan de ethiek, die er op neer komt dat je bij de anderen - mensen , dieren en natuur - geen schade aanricht en -positief geformuleerd - de intentie heb om het goede te doen. Dit doe je in het dagelijks leven. Dana ( vrijgevigheid) is een belangrijk facet in je gedrag met anderen. Zonder de beoefening van ethiek, wordt het meditatie proces aanzienlijk bemoeilijkt.”
Dat is een beginnetje, maar ethiek is voor mij toch wel iets meer als 'het goede doen'.
'Niet zwijgen als men moet spreken' (en dat verwijt ik de 14 leraren en een aantal SIMmers-niet-leraren), hoort er bv ook bij.

=======================================================================

Een Amerikaanse publicatie over dit onderwerp brengt ons misschien verder.
Een eyeopener was voor mij  dit artikel , uit 2002 al weer:
'Virtues without Rules: Ethics in the Insight Meditation Movement ' door Gil Fronsdal (de leraar met de meest uitgebreide verzameling Dharmatalks en Guided meditations; hier ) .

Fronsdal heeft voor deze studie vooral het werk van de voorlieden van de IMS en Spirit Rocks bestudeerd. Een samenvatting van zijn studie in de vorm van vertaalde citaten.
Hij meldt dat Joseph Goldstein in z'n eerste boek (uit 1976) over meditatie het nauwelijks over ethische zaken heeft, alleen heel kort de vijf 'voorschriften' en de 'perfecties' noemt. Goldstein benadrukt daarentegen zijn geloof dat 'als je bewust bent, is er automatisch de juiste actie.'
In latere teksten is er wel wat meer belangstelling voor ethische zaken, maar dan gericht op het doel van de (meditatie)beoefening: het uiteindelijke doel heeft ook een ethische component, bepaalde morele deugden en gedrag dat wordt verwacht.
Als voorbeeld voor de geringe belangstelling, zeker tot eind negentiger jaren, voor ethiek en de 'voorschriften' in het bijzonder noemt hij het voor de inzichtsmeditatie gezaghebbende tijdschrift Inquiring Mind. Vanaf de oprichting in 1984 verscheen hierin tot 1999 geen enkel artikel over de 'voorschriften'! Een buitenstaander die zich verdiept in de vipassana, zou gemakkelijk kunnen concluderen dat de 'voorschriften' geen rol spelen in het leven van een gemiddelde beoefenaar.

Een uitzondering is de rol in retraites. Ze worden meestal geïntroduceerd en kort besproken tijdens de openingszitting, waarbij van alle deelnemers wordt verwacht dat zij zich plegen te houden aan de vijf voorschriften voor de duur van de retraite. De vijf voorschriften worden gewoonlijk zodanig aangepast, dat de derde voorschrift wordt: volledig celibaat tijdens de retraite. Vanwege het intensieve meditatie schema en de nagenoeg volledige afwezigheid van spraak tijdens de retraites, is het voor de meeste mensen het retraite-format zelf, en niet de voorschriften, dat hun gedrag afbakent.
Tussen de leraren zijn er aanzienlijke verschillen in of en hoe de 'voorschriften' aan de orde gesteld worden. Sommigen noemen ze met grote regelmaat, terwijl anderen er nauwelijks aan refereren.

Een ander thema van deze studie van Fronsdal: wat wordt bereikt door zich aan de 'voorschriften' te houden?
Hij constateert een duidelijke verschuiving in de rol van de ethiek zoals gezien door de Inzichts meditatie beweging. Met name de vroege literatuur van de beweging benadrukte hoe het er mee bezig zijn van betekenis was voor het soteriologische pad van de beoefenaar. In de latere literatuur, de nadruk ligt op hoe ethisch leven heilzaam is voor anderen.
Nergens in deze (Amerikaanse) literatuur vindt enige vermelding plaats van het mogelijke effect van de 'voorschriften' op iemands toekomstige wedergeboorte; dit in sterk contrast met de traditionele ethische leer gevonden onder Aziatische Therava leraren.

In een tekst van Salzberg wordt uitgelegd dat ethisch gedrag ontstaat als een uiting van de motivaties van niet schaden en innerlijke toestanden van mededogen en liefde. In Steven Tipton's typologie van stijlen van ethische evaluatie, is dit 'expressieve ethiek' die 'vooral gericht op de gevoelens van de agent, de gevoelens van anderen om hem heen, en aan de specifieke situatie zelf waarin ze vinden. Deze ethiek kan ook 'relationeel' worden genoemd, omdat het gedrag wordt bepaald door onze relatie met anderen en de wereld. Deze expressieve en relationele framing van de voorschriften wordt ook gevonden in de geschriften van Steven Armstrong en Christopher Titmuss.
Gebagatelliseerd of afwezig is bij deze latere schrijvers elke overweging van een op persoonlijk nut gerichte reden voor het beoefenen van leefregels, zoals benadrukt in Goldstein's en Kornfield's vroege geschriften. Het gaat nu om de onderlinge verbondenheid en gevoeligheid ten opzichte van anderen. Salzberg zegt: moreel gedrag is de weerspiegeling van onze diepste liefde, zorg en bezorgdheid.
Hiermee nauw verbonden is een visie van onderlinge verbondenheid. Op die manier kan Titmuss schrijven: moraal vloeit voort uit het besef van de interconnectie. En Salzberg schrijft: onze diepste inzichten in geluk en goedertierenheid, evenals de perceptie dat we allemaal met elkaar verbonden zijn, geven aanleiding tot een natuurlijke neiging die probeert te handelen overeenkomstig de voorschriften.

Deze expressieve en relationele motieven voor de voorschriften ligt dicht bij de Westelijke 'deugden-ethiek' waarbij ethisch gedrag wordt beschouwd als de expressie van het karakter van een persoon. Herhaaldelijk vertellen de Insight Meditation leraren dat als karakter en deugd worden ontwikkeld, ethisch gedrag automatisch volgt.
De implicatie van het leerstuk dat een persoon met een geestelijk ontwikkeld karakter en inzicht
van nature ethisch zal handelen, is dat voor een dergelijk persoon de 'voorschriften' zelf overbodig worden. Harrison zegt dat dit het meest expliciet: De Boeddha zei dat als we aandachtig genoeg zijn ["deeply established in awareness"], de 'voorschriften' niet nodig zijn.
Samenvattend: ondanks de verschillen tussen de (Amerikaanse) leraren worden de 'voorschriften' gebruikt als aanvullend op de centrale focus van de Inzichts Meditatie beweging: gericht op mindfulness en beoefening van de meditatie.

De langste en meest intensieve vipassanā opleiding aangeboden door de Insight Meditatie beweging is de drie maanden retraite van IMS elke herfst. In januari 2000 vroeg ik een vrouw die de drie-maanden retraite had gevolgd, hoeveel de 'voorschriften' besproken waren. Zonder aarzeling antwoordde ze: de hele tijd. Maar dan, daarop reflecterend, corrigeerde ze zichzelf door te zeggen dat ze zich niet kon herinneren dat de 'voorschriften' eigenlijk wel aan de orde waren geweest; afgezien dan in formele zin door het 'aannemen van de voorschriften' bij het begin van de retraite. Ze vervolgde met te zeggen dat er sprake was van een sterke ethische component in de retraite, maar niet door het voertuig van de voorschriften; haar eerste reactie kwam voort uit haar automatisch associëren van ethiek met de 'voorschriften'.
Deze anekdote wijst op de noodzaak om verder te kijken dan expliciete bespreking van de Boeddhistische 'voorschriften' om de wijze van ethische ontwikkeling, zoals bepleit door de Insight Meditatie beweging, beter te begrijpen. Wat wij vinden is dat leraren in deze traditie zich primair baseren op meditatie en mindfulness om de verschillende deugden te cultiveren die ethisch handelen motiveren. Deze leraren hebben een sterke overtuiging dat innerlijke spirituele ontwikkeling leidt tot deugd. In het bijzonder wordt de beoefening van mindfulness geleerd met de verwachting dat deze een transformerend effect heeft op de beoefenaar in zijn of haar ethische relaties met de wereld.

Elders vinden we claims waarin wordt beweerd dat mindfulness 'leidt tot compassievolle actie'.
Het is zeker te constateren dat veel van de leringen over inzichts meditatie ethische implicaties hebben. In het bijzonder instructies die bewustzijn van, en de vrijheid van, impulsen van hebzucht en haat zou, die, indien gevolgd tot onethisch gedrag leiden.
Ook is er het trainen door de Inzichts Meditatie beweging van de rol van mindfulness bij de ontwikkeling van de sensitiviteit en de verbinding met anderen vanuit de verwachting dat dit leidt tot een verhoogde ethische gevoeligheid.
Bovendien zijn er de frequente talks en oefeningen in de liefdevolle vriendelijkheid (metta), mededogen (karuna), en de andere brahmaviharas gericht op het cultiveren van deugdzaam karakter en ethisch gedrag. Kornfield schrijft dat de waardering van metta een sterk motief vormt voor het verfijnen van onze kennis en praktijk van harmonieuze actie, het niet-schaden van zichzelf en anderen.

Dus, in plaats van zich te concentreren op gedragsregels en discipline, focussen vipassanā leraren zich meer op de ontwikkeling van inzicht en een goed karakter dat de motivatie voor ethisch gedrag vormt.
Jack Kornfield heeft geconstateerd dat de primaire focus op meditatie de traditionele volgorde van training ethiek, concentratie en wijsheid heeft omgedraaid. Verder stelt hij dat dit één van de unieke kenmerken is van de manier waarop het boeddhisme zich in het Westen ontwikkelt.

In bijlage 3 heb ik de 'Conclusions ' van  Fronsdal  overgenomen. Samengevat twee ontwikkelingen:
* Vanuit het zien van meditatie als middel tot ethische transformatie, heeft de Inzichts Meditatie
   beweging de traditionele Theravada trainings-volgorde te hebben omgedraaid. Niet meer
   ethiek → meditatie (eigenlijk: 'samadhi') → wijsheid  maar  wijsheid → meditatie → ethiek
* Terwijl de Inzichts Meditatie beweging consistent meditatie heeft gezien als basis voor transformatie, is, als we de eerste boeken over vipassana vergelijken met die van na de eeuwwisseling, een opvallende verandering in de aard van de gewenste transformatie zichtbaar.
  In de eerste teksten was de redengeving voor gedrag gebaseerd op persoonlijke resultaten richting 'bevrijding'; terwijl latere boeken in toenemende mate de nadruk leggen op de positieve betekenis van ethisch gedrag voor anderen.

Tot zover Fronsdal. Wat betreft de laatste conclusie: die zou ook geïnterpreteerd kunnen worden als toegenomen Mahayana-invloed (het bodhisattva-ideaal) op deze Theravada-filosofie.

=======================================================================

Mijn conclusies kan ik kort formuleren:
  • Uitgaan van het goede van de mens of zich alleen baseren op het 'goed zijn' of  'andere levende wezens geen kwaad doen' is onvoldoende;
  • Uitgaan van het 'vanzelf' ethisch worden als resultaat van mediteren is niet de juiste volgorde in het beoefenen;
  • ' Het boeddhisme, met z'n niet-theïstische referentiekader, baseert z'n ethiek niet op de notie van gehoorzaamheid maar op die van harmonie ' (Bhikkhu Bodhi);
  • Ethische principes, om te beginnen de hierboven genoemde rijtjes zijn stof voor contemplatie, reflectie en discussie, ook tijdens een retraite, dan maar iets minder 'edel zwijgen';
  • Speciale aandacht verdienen daarbij morele dilemma's; daarin is het Aziatische boeddhisme niet zo gespecialiseerd;
  • Mettavihari-leerlingen/leraren (en anderen) hebben nascholing over ethiek nodig; sommige hebben de gevoeligheid voor ethische thema's op andere wijze verworven dan in retraites;
  • En persoonlijk: inderdaad, ik ben een moralist, (maar verre van volmaakt).

=======================================================================

Bijlage 1

In This Very Life  -  The Liberation Teachings of the Buddha

door  Sayādaw U Pandita   Bron:  In This Very Life

1. Basic Morality and Meditation Instructions
We do not practice meditation to gain admiration from anyone. Rather, we practice to contribute to peace in the world. We try to follow the teachings of the Buddha, and take the instructions of trustworthy teachers, in hopes that we too can reach the Buddha’s state of purity. Having realized this purity within ourselves, we can inspire others and share this Dhamma, this truth.
The Buddha’s teachings can be summed up in three parts: sīla, morality; samādhi, concentration; and paññā intuitive wisdom.
Sīla is spoken of first because it is the foundation for the other two. Its importance cannot be overstressed. Without sīla, no further practices can be undertaken. For lay people the basic level of sīla consists of five precepts or training rules: refraining from taking life, refraining from taking what is not given, refraining from sexual misconduct, refraining from lying, and refraining from taking intoxicating substances. These observances foster a basic purity that makes it easy to progress along the path of practice.

A Basic sense of humanity
Sīla is not a set of commandments handed down by the Buddha, and it need not be confined to Buddhist teachings. It actually derives from a basic sense of humanity. For example, suppose we have a spurt of anger and want to harm another being. If we put ourselves in that other being’s shoes, and honestly contemplate the action we have been planning, we will quickly answer, “No, I wouldn’t want that done to me. That would be cruel and unjust.” If we feel this way about some action that we plan, we can be quite sure that the action is unwholesome.
In this way, morality can be looked upon as a manifestation of our sense of oneness with other beings. We know what it feels like to be harmed, and out of loving care and consideration we undertake to avoid harming others. We should remain committed to truthful speech and avoid words that abuse, deceive or slander. As we practice refraining from angry actions and angry speech, then this gross and unwholesome mental state may gradually cease to arise, or at least it will become weaker and less frequent.
Of course, anger is not the only reason we harm other beings. Greed might make us try to grab something in an illegal or unethical way. Or our sexual desire can attach itself to another person’s partner. Here again, if we consider how much we could hurt someone, we will try hard to refrain from succumbing to lustful desire.
Even in small amounts, intoxicating substances can make us less sensitive, more easily swayed by gross motivations of anger and greed. Some people defend the use of drugs or alcohol, saying that these substances are not so bad. On the contrary, they are very dangerous; they can lead even a goodhearted person into forgetfulness. Like accomplices to a crime, intoxicants open the door to a host of problems, from just talking nonsense, to inexplicable bursts of rage, to negligence that could be fatal to oneself or others. Indeed, any intoxicated person is unpredictable. Abstaining from intoxicants is therefore a way of protecting all the other precepts.
For those whose devotion makes them wish to undertake a further discipline, there are also sets of eight and ten precepts for lay people, ten precepts for nuns, and the Vinaya or 227 rules for monks.

Refinements During a Retreat
During a meditation retreat it becomes useful to change some of our conduct in ways that support the intensification of meditation practice. In a retreat, silence becomes the appropriate form of right speech, and celibacy that of sexual conduct. One eats lightly to prevent drowsiness and to weaken sensual appetite. The Buddha recommended fasting from noon until the following morning; or, if this is difficult, one could eat only a little in the afternoon. During the time one thus gains to practice, one may well discover that the taste of the Dhamma excels all worldly tastes!Cleanliness is another support for developing insight and wisdom. You should bathe, keep nails and hair trimmed, and take care to regulate the bowels. This is known as internal cleanliness. Externally, your clothing and bedroom should be tidy and neat. Such observance is said to bring clarity and lightness of mind. Obviously, you do not make cleanliness an obsession. In the context of a retreat, adornments, cosmetics, fragrances, and time-consuming practices to beautify and perfect the body are not appropriate.
In fact, in this world there is no greater adornment than purify of conduct, no greater refuge, and no other basis for the flowering of insight and wisdom. Sīla brings a beauty that is not plastered onto the outside, but instead comes from the heart and is reflected in the entire person. Suitable for everyone, regardless of age, station or circumstance, truly it is the adornment for all seasons. So please be sure to keep your virtue fresh and alive.
Even if we refine our speech and actions to a large extent, however, sīla is not sufficient in itself to tame the mind. A method is needed to bring us to spiritual maturity, to help us realize the real nature of life and to bring the mind to a higher level of understanding. That method is meditation.


=======================================================================

Bijlage 2

Sila in het Nobele Achtvoudige Pad  door  Bhikkhu Bodhi
Bron: The Noble Eightfold Path - The Way to the End of Suffering ; Chapter IV

Right Speech, Right Action, Right Livelihood

The next three path factors — right speech, right action, and right livelihood — may be treated together, as collectively they make up the first of the three divisions of the path, the division of moral discipline (silakkhandha). Though the principles laid down in this section restrain immoral actions and promote good conduct, their ultimate purpose is not so much ethical as spiritual. They are not prescribed merely as guides to action, but primarily as aids to mental purification. As a necessary measure for human well-being, ethics has its own justification in the Buddha’s teaching and its importance cannot be underrated. But in the special context of the Noble Eightfold Path ethical principles are subordinate to the path’s governing goal, final deliverance from suffering. Thus for the moral training to become a proper part of the path, it has to be taken up under the tutelage of the first two factors, right view and right intention, and to lead beyond to the trainings in concentration and wisdom.
Though the training in moral discipline is listed first among the three groups of practices, it should not be regarded lightly. It is the foundation for the entire path, essential for the success of the other trainings. The Buddha himself frequently urged his disciples to adhere to the rules of discipline, “seeing danger in the slightest fault.” One time, when a monk approached the Buddha and asked for the training in brief, the Buddha told him:
“ First establish yourself in the starting point of wholesome states, that is, in purified moral discipline and in right view. Then, when your moral discipline is purified and your view straight, you should practice the four foundations of mindfulness” (SN 47:3)

The Pali word we have been translating as “moral discipline,” sila, appears in the texts with several overlapping meanings all connected with right conduct. In some contexts it means action conforming to moral principles, in others the principles themselves, in still others the virtuous qualities of character that result from the observance of moral principles. Sila in the sense of precepts or principles represents the formalistic side of the ethical training, sila as virtue the animating spirit, and sila as right conduct the expression of virtue in real-life situations. Often sila is formally defined as abstinence from unwholesome bodily and verbal action. This definition, with its stress on outer action, appears superficial. Other explanations, however, make up for the deficiency and reveal that there is more to sila than is evident at first glance. The Abhidhamma, for example, equates sila with the mental factors of abstinence (viratiyo) — right speech, right action, and right livelihood — an equation which makes it clear that what is really being cultivated through the observance of moral precepts is the mind. Thus while the training in sila brings the “public” benefit of inhibiting socially detrimental actions, it entails the personal benefit of mental purification, preventing the defilements from dictating to us what lines of conduct we should follow.
The English word “morality” and its derivatives suggest a sense of obligation and constraint quite foreign to the Buddhist conception of sila; this connotation probably enters from the theistic background to Western ethics. Buddhism, with its non-theistic framework, grounds its ethics, not on the notion of obedience, but on that of harmony. In fact, the commentaries explain the word sila by another word, samadhana, meaning “harmony” or “coordination.”
The observance of sila leads to harmony at several levels — social, psychological, kammic, and contemplative. At the social level the principles of sila help to establish harmonious interpersonal relations, welding the mass of differently constituted members of society with their own private interests and goals into a cohesive social order in which conflict, if not utterly eliminated, is at least reduced. At the psychological level sila brings harmony and remorse over moral transgressions. At the kammic level the observance of sila ensures harmony with the cosmic law of kamma, hence favorable results in the course of future movement through the round of repeated birth and death. And at the fourth level, the contemplative, sila helps establish the preliminary purification of mind to be completed, in a deeper and more thorough way, by the methodical development of serenity and insight.

Right Speech

...
(1) Abstaining from false speech
...

(2) Abstaining from slanderous speech
...

(3) Abstaining from harsh speech
...

(4) Abstaining from idle chatter
...

Right Action
...

(1) Abstaining from the taking of life
...

(2) Abstaining from taking what is not given
...

(3) Abstaining from sexual misconduct
...

Right Livelihood

Right livelihood is concerned with ensuring that one earns one’s living in a righteous way. For a lay disciple the Buddha teaches that wealth should be gained in accordance with certain standards. One should acquire it only by legal means, not illegally; one should acquire it peacefully, without coercion or violence; one should acquire it honestly, not by trickery or deceit; and one should acquire it in ways which do not entail harm and suffering for others.
The Buddha mentions five specific kinds of livelihood which bring harm to others and are therefore to be avoided: dealing in weapons, in living beings (including raising animals for slaughter as well as slave trade and prostitution), in meat production and butchery, in poisons, and in intoxicants ...


=======================================================================

Bijlage 3

Uit het artikel 'Virtues without rules '  van  Gil Fronsdal

CONCLUSIONS

The Insight Meditation movement teachings on ethics are teleological, that is, there is an ideal ethical goal to which the practice leads. The path to this goal is through an inner transformation of the practitioner’s motivations and his or her sensitivity to others. Meditation is regarded as the primary vehicle advocated for this transformation. Meditation practice is expected to weaken and perhaps eliminate motivations leading to unethical behavior while strengthening those that lead to ethical behavior.
In relying on meditation as the means to ethical transformation, the Insight Meditation movement
can be seen as reversing the traditional Theravāda training sequence of ethics, meditation, and wisdom, which has been normative at least since the time of Buddhaghosa in the fifth century. While this study has not determined the extent to which this is unique to the modern Insight Meditation movement or whether it is a phenomenon received from the Asian Theravāda tradition, it is perhaps interesting to point out that at least some Theravāda monastics strongly oppose this form of change. Michael Carrithers, in his book The Forest Monks of Sri Lanka, tells of trying to convince some forest monks that the traditional relationship between ethics and meditation should be reversed. He reports that the monks strongly opposed the idea. He writes, “The impatience and even outrage with which the monks heard it and the unity of view with which it was rejected left no doubt that the monks place moral purity in the central position I had wished to accord with meditative experience.” Are there different consequences depending on whether moral purity or meditative experience is given central position in spiritual practice? Can one rely exclusively on meditation when engaged in the Buddhist path? Jack Kornfield has suggested that for most people this does not work. He claims that the “various compartments of our minds and bodies are only semipermeable to awareness.” This raises some question about the viability of such claims as “if you are mindful, automatically there’s right action.”
It may also be interesting to notice that whereas the Insight Meditation teachers claim that
mindfulness practice naturally brings on ethical action, the only Insight Meditation practitioners who are explicitly expected to abide by specific rules of prohibited behavior are the teachers (through the “Teacher Code of Ethics”). In that the teachers are representative of the most developed practitioners within the movement, one would expect that, by the movement’s own logic, they would be the ones with the least need for rules.
While the Insight Meditation movement has consistently seen meditation as the basis for
transformation, when we compare its earliest books on vipassanā to the more recent ones a noteworthy change is seen in the type of transformation envisioned. In the earlier writings, the rationale for ethical behavior was mostly based on the personal benefits of pursuing the goal of liberation, while the later books place an increasing emphasis on the benefits ethical behavior has for others. Further study may reveal whether or not this represents a significant change in both the path and the goal advocated by the movement. Certainly it suggests an increased valuation of interpersonal ethics. It may also represent a shift toward emphasizing this-worldly and humanistic values over traditional Buddhist soteriological ones. In fact, we find Joseph Goldstein concerned that Americans “often practice the dharma in the service of human values,” in contrast to the goal of transcendental awakening.

zaterdag 1 augustus 2015

De zaak Mettavihari na drie maanden: geen rust maar restanten. Hoe verder? Twee echte scenario's; met de SIM als deel van het probleem of van de oplossing ?

Begin mei van dit jaar werd via diverse media bekend dat de Thaise monnik Mettavihari tientallen jaren seksueel misbruik heeft gemaakt van jongens en jongvolwassenen mannelijke leerlingen. En werd bekend dat een aantal van zijn leerlingen, nu vipassana-leraar, dit vrijwel vanaf het begin wisten en er niets aan deden, zelfs bewust onder het tapijt veegden; andere leraren wisten er in een later stadium (met diverse jaartallen) van, en zwegen.
Zowel het misbruik zelf als het zwijgen zijn te duiden als ernstig ethisch tekortschieten van de vipassana-gemeenschap, met name van de meest spraakmakenden er in. Tussen dit ethisch tekort en de vipassana (Mettavihari-stijl) zelf is er m.i. een verband. Kort door de bocht: Mettavihari meende dat ethiek een gevolg was van het inzicht als resultaat van de vipassana en daarom niet apart, expliciet en vanaf het begin van de beoefening aandacht hoefde te hebben.

Samen met z'n bagatelliseren van de samatha-meditatie heb ik dit het Edele Eénvoudige Pad (alleen aandachtigheid is nodig) in plaats van het door de Boeddha genoemde Edele Achtvoudige Pad . Op de website van Dhammadipa bv (ook bekend als 'De Pieterspoortsteeg') staat het helder, Mettavihari-achtig en m.i. onjuist want eenzijdig: 'Uitgangspunt is, dat de beoefening van vipassana een op zichzelf staande weg is die uiteindelijk leidt naar de realisatie van verlichting.' Bron:  hier .

Gelukkig hebben anderen ook de waarde van het beoefenen van sila, van samatha en de Brahmavihara's ontdekt.
Op deze plaats wil ik m'n eigen plaats nogmaals duidelijk maken: ik acht mezelf nog steeds onderdeel van de inzichtsmeditatie-gemeenschap, ik geef trouwens de voorkeur aan deze term boven 'vipassana'. Mijn beoefening is breed, mijn discipline in het zitten kan beter. Een aantal van 'de veertien' beschouw ik nog steeds - ondanks mijn kritiek op hen - als spirituele vrienden.


Het effect van het bekend worden op de vipassana-gemeenschap

Voor velen - en dan heb ik het met name over de vipassana-mediteerders - kwam de informatie als een donderslag bij heldere hemel. Maar ook bij degenen die al langer van de 'geruchten' hadden gehoord, waren de gevoelens heftig.
Dat bleek bv uit de reacties op het BoeddhistischDagblad. Maar ook uit de bijeenkomsten in lokale sangha's; in weet in ieder geval van die in Vipassana-Groningen, van Sanghametta en van Vipassana-Nijmegen die helaas informatie over hun bijeenkomst van de website heeft verwijderd. Maar ook meer informeel is er over gepraat.

Grote impact had daarbij het artikel van Frits Koster van 5 juni in het BD, helaas niet op z'n eigen website: 'Over het verzwijgen van ethisch grensoverschrijdend gedrag ', mede namens de anderen van 'de groep van zes'. Eén citaat slechts, het artikel is het waard te lezen en herlezen. "Dit artikel is dan ook niet bedoeld om onszelf te vergoelijken maar vooral om te kijken naar een in deze maand vaak tot ons gekomen terechte vraag: ‘Hoe heeft dit alles kunnen plaatsvinden en waarom hebben jullie dit nu pas naar buiten gebracht?’
We willen met dit artikel een poging doen om de dynamiek bloot te leggen, die dit ongezonde gedrag in stand houdt. ... We willen hieronder zeven ‘ziektekiemen’ van deze zwijgcultuur behandelen. ...
"

Wat er nu is, noem ik 'de restanten', brokstukken in de gefragmenteerde vipassana-gemeenschap. Er zijn mannen en vrouwen die leerlingen hebben, dus leraar zijn. Zelf hebben ze bij Mettavihari maar soms ook bij andere leraren gemediteerd. Anderen heten 'asistent-leraar' maar het onderscheid leraar-assistentleraar heeft nu even geen waarde omdat het een door Mettavihari geïnduceerde hiërarchie aangeeft. Ook de structuur is zoek; de groep van 'de veertien' die zich wilde uitbouwen tot echte organisatie met eigen website en reglementen, is uit elkaar. Er zijn slechts individuen.
Dat maakt dat degenen die willen gaan leren mediteren en degenen die naar een retraite willen gaan, geen houvast hebben; bijvoorbeeld niet aan het feit of de betreffende leraar wel of niet bij de SIM hoort (zie hieronder).


Rust

Dan het woord 'rust', in de titel van deze blogtekst. Op 31 mei zei Aad Verboom in het BD  over het misbruik, het ontkennen en het zwijgen:
"... En of het aanzien van het boeddhisme is geschaad? Over een paar maanden wordt er niet meer over deze kwesties gesproken. Het boeddhisme kan wel een stootje hebben. "
Zeker kan het boeddhisme een stootje hebben, maar de vipassana in Nederland? De rust waarvan Aad een snelle terugkeer verwachtte, zal er niet zo maar komen.


Twee scenario's over hoe het verder kan gaan het komende jaar

Hoe moet het verder in deze verbrokkelde werkelijkheid?
Ik schets twee realistische scenario's waarbij ik aan de eerste de voorkeur geef. Daarnaast nog twee niet-realistische.

Eerste scenario. De gemeenschap herneemt zich. Een lichte structuur, leerling-gericht

'Verknoei nooit een goede crisis'. Hier hebben of hadden we er een (twee eigenlijk: over het misbruik en over het zwijgen)! Er kan van geleerd worden door ethische regels tegen misbruik duidelijker bekend te maken en door vertrouwenspersonen aan te stellen. Maar er ontbreekt nu ook een ander, een meer collectief vertrouwen. Er is geen enkele reden dat als iemand iets voorstelt, anderen daar aandacht aan besteden, zelfs als het objectief een goed voorstel is. En dat in een gemeenschap van mensen die rationaliteit, organisatie en beleid toch niet erg centraal in hun denken hebben staan.
De enige kapstok die ik kan bedenken om 'het zich hernemen' vorm te geven, is het werken aan een lijst van leraren, met een gezaghebbend orgaan dat die lijst beheert. In alle relativiteit - op de lijst staan is nooit honderd procent garantie voor kwaliteit en integriteit in de meditatie-sector - kan daar een lichte structuur om heen gebouwd worden. Het gaat daarbij om individuen die op de lijst kunnen komen staan. Onderaan deze tekst werk ik het concept van 'de lijst' uit.


Tweede scenario. Vanuit de leraar: geen structuur, doormodderen. Vanuit de mediterende: zoek het maar uit

In feite is dit het continueren van de huidige situatie na drie maanden. Waarbij het SIM-bestuur geen kans heeft gezien over haar eigen schaduw heen te springen en ook anderen (onbevangenen) er niet zijn of geen zin hebben deze kar te trekken.
Gevolg: Leraren of lokale sangha's waaraan een leraar verbonden is, hebben hun eigen website met hun eigen activiteiten; de SIM is een beperkte service-organisatie die retraites organiseert.
Dat wordt ook gedaan door Sanghametta en andere sangha's die steeds zelfstandig zijn geweest: Tegen De Stroom in ; Inzicht en Bevrijding ; Sayagyi U Ba Khin en Achtzaamheid .

Is dat erg? Het is wel een situatie die extra waakzaamheid van nieuwelingen die willen gaan (leren) mediteren en van journalistieke buitenstaanders vraagt: er is immers geen centraal informatiepunt en aanspreekpunt. En ik vind het een gemiste kans.


[ Derde scenario dat geen realistisch scenario is: opbouw richting IMS of Spirit Rock]

Ik heb wel eens gefantaseerd dat de inzichtmeditatie in Nederland de zelfde vorm aan zou kunnen nemen als die van de 'Insight Meditation Society ' (IMS , samen met het BCBS aan de Amerikaanse oostkust of 'Spirit Rock ' aan de westkust. Beide (mede) opgericht door Jack Kornfield. Niet alleen de structuur (beleid etc) van deze centra, ook de brede interpretatie van insight meditation die ze hebben, breed maar wel puur Dhamma !

Het vergt een lang verhaal, gebaseerd op de websites van beide centra (ik ben er nooit geweest, een aantal Nederlandse mediterenden wel), om hun werkwijzen uiteen te zetten.
Maar dat doe ik hier en nu niet, want ik acht de kans dat dit in Nederland zou lukken, kansloos. Daarvoor is eenvoudigweg het talent niet aanwezig, en het aantal belangstellenden te gering.


[ Vierde scenario dat geen scenario is: doorgaan met 'de veertien', of 'twaalf' of 'zeven'
  En met het 'Vipassana Centrum Nederland ' ]

Terug naar de situatie tot begin dit jaar. In 'Gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de publicatie in het boeddhistisch dagblad van 6 mei ' (verklaring van 'de zes'), staat:
'Wij, zeven leraren die niet ondertekend hebben,
...
De lerarengroep heeft daarom nu zeven leden en gaat door vanuit de oorspronkelijke doelstellingen.
'
Dat heb ik ze na het uitkomen van deze verklaring op 9 mei 2015 niet horen herhalen of uitwerken. Ik heb ook niet de indruk dat deze zeven nog als eenheid gezien kan worden.
Een niet-realistisch scenario dus.

Alleen degenen die hier in geloven, denken wellicht dat het project 'Vipassana Centrum Nederland ' op de in de afgelopen jaren bedachte wijze kan worden gecontinueerd.
In de realistische scenario's zal men van mening zijn dat dit project beter kan worden stilgelegd of liever: doet niemand er meer iets aan. De verbrokkeldheid van het lerarenbestand en het beperkte morele gezag van een deel van de leraren maken het draagvlak voor fondsenwerving nog zwakker dan het toch al was. En bovendien: het is maar de vraag of het aantal mensen dat een meerdaagse retraite met leraar wil doen, op hetzelfde niveau als de afgelopen jaren blijft.
Nu verder fantaseren over een eigen gebouw heeft geen zin, beter kan nu gehuurd worden.
Over een jaar of twee zien we dan wel weer hoe het gaat met de inzichts meditatie in Nederland.


De Stichting Inzichts Meditatie (SIM)

Naast de leraren, collectief en individueel, is er nog een andere organisatie die zich tot op heden buitengewoon stil heeft gehouden: de SIM (Stichting Inzichts Meditatie). Mogelijk komt er aan die stilte binnenkort een einde. Houd dus de website www.simsara.nl  in de gaten.
De relatie tussen de SIM en 'de veertien' is - zeker de laatste jaren - een onduidelijke, complexe, dubbelzinnige geweest. Complexer dan 'OpenBoeddhisme' het formuleert: "de nauw met Mettavihari en de lerarengroep verbonden Stichting Inzichts Meditatie " (In 'Mettavihari en zijn volgelingen'); dit is eendimensionaal redeneren.
Maar er is een verband, zeker in de personele sfeer. Formeel was wellicht het SIM-bestuur niet van het seksueel misbruik van Mettavihari op de hoogte, feitelijk was minstens een deel van de bestuursleden het wel, hoe lang is moeilijk te bepalen.
De SIM is en was echter geen Mettavihari-vehikel en ook niet een instrument van 'de veertien'; nog meer was de andere retraites organiserende stichting (Sanghametta) dat.
Omdat ik er zelf bij betrokken raakte, ken ik wat details van een conflict een paar jaar geleden tussen één lid van 'de veertien' (waarschijnlijk gesteund door een paar anderen) en het SIM-bestuur over het op 'de lijst van leraren' van de SIM staan van Stephen Batchelor. Gelukkig handhaafde het bestuur Batchelor op die lijst.
Verder is het opvallend dat op de lijst sommigen van de voorheen de veertien wel staan en anderen niet; 'niet' omdat ze geen retraites geven, denk ik te begrijpen.
Het is volgens mij noodzakelijk dat het bestuur van de SIM zich duidelijk profileert ten opzichte van 'de veertien', c.q. 'de zes' en/of 'de zeven'; en voor zover er wel voor de komende periode een verbinding wenselijk wordt geacht tussen het bestuur en deze entiteit(en), deze expliciet wordt geformaliseerd.


De lijst van leraren als beleidsinstrument

Ik benadruk deze lijst zo omdat deze lijst HET instrument is voor de SIM - of een andere rechtspersoon als de SIM haar inertie handhaaft - om een beleidsmatig relevante organisatie te worden, naast hun functie als serviceorganisatie t.b.v. het organiseren van retraites. De SIM realiseert dit zichzelf ook, op sommige momenten; zo is één leraar (Guus Went) een paar jaar geleden van deze lijst verwijderd, zie mijn blog van 8 sept 2014 daarover, met suggesties.

'Beleidsmatig', daarmee bedoel ik: als een soort regisseur richting geven, verzoenen, inspireren; maar ook: als een bestuurder verantwoordelijkheid durven dragen.
De vraag is nu of het SIM-bestuur de geschikte groep is om de wederopbouw van de inzichts meditatie in Nederland ter hand te nemen?
Daar is twijfel over denkbaar: zoals ik boven noemde, kleeft het zwijgen over het seksueel misbruik van Mettavihari ook een aantal bestuursleden aan. En de zaak Guus Went, zojuist genoemd, heeft de SIM niet echt kunnen afsluiten door in de openbaarheid over het door haar gevoerde beleid verantwoording af te leggen.

Daarom dat ik ook de mogelijkheid van een vereniging i.p.v. de stichting SIM opper, deels dus een nieuwe organisatie.
In ieder geval een organisatie met een aantal nieuwe bestuursleden, bestuurlijke zwaargewichten, desnoods zonder veel meditatie-ervaring.

Kort na het bekend worden van het misbruik door Mettavihari ontstond er in het BoeddhistischDagblad een discussie, gestart door de (door mij) gewaardeerde boeddhiste Katinka Hesselink. Goed thema, verkeerd moment: veel te vroeg namelijk omdat de crisis zich nog moest ontplooien vòòr over een (mogelijke) oplossing gepraat kan worden.
'Op te richten: een vereniging voor boeddhistische leraren! '   link: BD van 6 juni 2015
Het voorstel: "Laten we een vereniging oprichten die mensen op basis van hele eenvoudige criteria certificeert als boeddhistische leraar, met als belangrijkste functie dat mensen die misbruik maken van hun autoriteit van de lijst af gehaald kunnen worden.
Zo’n vereniging heeft niet veel meer nodig dan:
•een website met een doorzoekbare lijst van leraren
•een bestuur
•een vertrouwenspersoon (feitelijk de belangrijkste reden om deze organisatie op te richten)
•een procedure om uit te zoeken of een aanklacht terecht is.
"

De timing was dus niet goed, maar ook waren de meeste deelnemers aan deze discussie in het BD mahayanisten, zodat ik af en toe dacht: een leraar (vooral spirituele vriend) in de Theravada is toch iets anders dan een leraar (soms guru) in Zen of Tibetaans boeddhisme met zaken als lineage en transmissie. Datzelfde geldt de in het BD overgenomen artikelen van de Zen-boeddhist Edel Maex en de meeste reacties daarop.
(Het was vast wel onzuiver, maar ik dacht ook: bemoei je met je eigen shit)
In dit voorstel was de gedachtegang dat de leraren dus zelf 'de lijst' kunnen bepalen. Wellicht is het beter, in ieder geval het overdenken waard, om het om te draaien: het is gewenst als er een vereniging van mediterenden (in de inzichtsmeditatie) komt die als een soort consumentenorganisatie een lijst van leraren beheert.
Niet iedereen was het met Katinka eens, Robert Keurntjes bv niet; alleen die sloot zijn reactie af met "Laat instituten zelf zorgen dat ze de opleiding van hun leraren goed organiseren en de traditionele terughoudendheid van jezelf als ‘boeddhistisch leraar’ beschouwen in stand houden." Nogal ironisch want er is juist geen vipassana-instituut (meer)!

Update 3 november
De redactie van het BD heeft het artikel opnieuw geplaats en het oude (met reacties) verwijderd; hier
Einde update

Eerlijk gezegd is het te hoog gegrepen (vrees ik) zo'n vereniging te hebben, zoveel organisatorisch vermogen is er niet aanwezig.
Dan als next-best een stichting waarbij gebruik kan worden gemaakt van de bestaande SIM-infrastructuur. Als de SIM tenminste ....

Hoe te beginnen?

De huidige SIM-lijst is tamelijk willekeurig. Is er iets op tegen om de vier bovengenoemde zelfstandig opererende leraren (plus een aantal van vipassana.startpagina.nl) er op te zetten?
Welke criteria moeten gehanteerd worden: formele (opdracht van een internationaal erkende leraar of monnik) of inhoudelijke (zoals uitgaan van het hele Achtvoudige Pad)?
Welke rol kunnen mediterenden (zonder leraarsaspiraties) spelen bij het wel of niet op de lijst zetten/houden van een persoon?
Ik denk dat het noodzakelijk is dat een buitenlandse deskundige (op het gebied van de Theravada en de meditatie) ingeschakeld moet worden.
En een (Nederlandse) deskundige op het terrein van een andere min of meer vergelijkbare functie als die van meditatie-leraar.

===================================================================

Bijlage  -  Bronnen

NOS

* Seksueel misbruik bij boeddhisten in Nederland  d.d. 24 mei
* 'Boeddhistische monnik Waalwijk misbruikte ook 12-jarige'  d.d. 28 mei

OpenBoeddhisme

* Diepgaand onderzoek seksueel misbruik Nederlands boeddhisme
* Media-aandacht seksueel misbruik overvalt boeddhisten
* ’Die seks moet dan maar, misschien hoort het bij de meditatie’
* Minderjarigen door boeddhisten niet beschermd
* Henk Barendregt geeft zijn rol bij Buddharama onjuist weer
* Luang Pho: ’Een monnik die de ‘vinaya’ niet volgt is geen monnik’
* Barendregt geeft nalaten toe, suggereert ‘afstand’ Mettavihari
* Mettavihari en zijn volgelingen

Boeddhistisch Dagblad

* boeddhistischdagblad.nl/tag/mettavihari  Twintig artikelen; met name de weergave verklaringen van 'de zes' en 'de zeven':
* Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde grensoverschrijdend seksueel gedrag met leerlingen’ d.d. 6 mei
* Beschuldigingen tegen Mettavihari leiden tot breuk lerarenraad  d.d. 9 mei

* Moet ik een leraar hebben?  door Edel Maex d.d. 13 mei
* Over het verzwijgen van ethisch grensoverschrijdend gedrag door Frits Koster d.d. 5 juni
* Edel Maex - Wat is misbruik  d.d.5 juni

Boeddhisme Blog

* Een Verklaring Omtrent het Gedrag voor leraren ?  d.d. 4 nov. 2013
* Het boeddhisme is makkelijk uit te leggen: het Achtvoudige Pad beoefenen - Wel alle acht dan - En 'Het juiste spreken' betekent niet 'Het onjuiste zwijgen'  d.d. 12 april
* Vipassana-leraren: ‘Mettavihari pleegde seksueel wangedrag met leerlingen ’. Vandaag in het BoeddhistischDagblad  d.d. 6 mei
* Wees je eigen leraar - Organiseer je eigen retraites - En creëer je eigen sangha, als je dat wil tenminste  d.d. 12 mei
* Hoe nu verder? Het verbroken zwijgen over Mettavihari, en hoe we nu we de onaangename en verbrokkelde werkelijkheid onder ogen moeten zien  d.d. 28 mei
* Aad Verboom zou toch moeten aftreden, na z'n verklaring van gisteren? - En Henk Barendregt waarschijnlijk ook  d.d. 5 juni
* Joop Hoek misbruikt hoofdredacteurschap BoeddhistischDagblad  d.d. 20 juni

Overige bronnen

* www.vipassana-groningen.nl/grensoverschrijdend-gedrag

* sanghametta.nl/inspiratiebron/nieuwsbrief/archive/view/listid-6-mailing-alle-adressen/mailid-62-sangha-metta-nieuwsflits-mettavihari

* Aanvullende Verklaring 25 juni 2015  door Henk Barendregt

* Mettavihari, zijn leerlingen en hun 'Dhamma'  door Guus Went