woensdag 5 februari 2014

Kunnen boeddhisten eigenlijk met elkaar praten? Over (vormen en doel van) mediteren bijvoorbeeld; of elkaar begrijpen over Verlichting of BoeddhaNatuur?

De encyclopedie Wikipedia stelt: “Diercommunicatie ... wordt ook wel ten onrechte dierentaal genoemd, want de onderzoekers zijn het er over eens dat communicatie tussen dieren zelfs bij de meest intelligente dieren niet zo complex en expressief is als menselijke taal."
Bron: Wikipedia
Dat kan zo zijn maar ook over de mogelijkheid van mensen om elkaar te kunnen communiceren, heb ik soms mijn twijfels. Met name over het met elkaar communiceren door boeddhisten denk ik soms: dat kunnen we niet.
En dan heb ik het nog niet eens over het elkaar eventueel overtuigen.

Na jaren van meediscussiëren, life en in allerlei boeddhistische discussieforums (Engels en Nederlands) blijf ik het nog steeds lastig en soms zelfs onmogelijk vinden: van gedachten wisselen met andere boeddhisten, met name hen uit andere tradities.
'Mijn' traditie is daarbij een mengvorm van Theravada en atheïsme; en met mensen die globaal ook (één van) deze opvattingen hebben, heb ik geen problemen, qua van gedachten wisselen dan. Ik kan hun redeneringen volgen en concluderen waarin ik het met hen eens ben en waarin niet; ik kan hen vragen stellen en van hen leren.
Datzelfde geldt Christenen (in ieder geval Protestanten), waar het percentage 'oneens' groter is en er ook al een percentage 'ik begrijp je niet' bestaat.

Blijven over mijn problemen met Mahayana-tradities, de levende (pogingen tot gesprekken met personen) en de dode (pogingen oude teksten te begrijpen)
Het Tibetaans boeddhisme is daarvan te veelvormig en complex om veel met stelligheid te zeggen. Mijn indruk is: ik zou er wel veel meer dan nu van kunnen begrijpen als ik me er echt in ga verdiepen, maar die uitdaging heb ik niet.

Van wat ik er wel van begrijp is er een belangrijk aspect dat me niet bevalt en waar ik nooit een (voor mij) bevredigend gesprek met een Tibetaans boeddhist heb kunnen voeren. Namelijk dat er een hiërarchie van leerwegen (vaak yana's genoemd) wordt onderscheiden waarvan het vroege boeddhisme (door velen geïdentificeerd met Theravada) de simpelste is, voor beginners; en hun eigen leer (de term die ik vaak tegenkom, is vajrayana de hoogste.
(Ik heb in het algemeen ernstige twijfel bij het informatieve gehalte van theorieën die hiërarchisch van aard zijn en waarin de aanhanger van die theorie – quasi toevallig – zichzelf bovenaan die hiërarchie heeft gezet; zoals de theorie dat 'de mens' bovenaan de schepping zou staan; dat hoor je een paard nooit zeggen).
Het onvermogen (in ieder geval van mijn kant) daarover een zinnig gesprek te voeren, is het onvermogen tot een gemeenschappelijke taal te komen. Immers zowel de ander als ik menen een taal met bijbehorende argumentatiestijl te hebben, waarin alle aspecten van de vermeende tegenstelling aan de orde kunnen komen.

Datzelfde geldt ook wel voor vormen van OostAziatisch boeddhisme waarin de Lotus Sutra centraal staat. Op die tekst en de aanhangers ervan ga ik nu niet in; vooral omdat ik eenvoudigweg geen affiniteit met deze traditie heb.

Een aparte traditie (het wordt ook wel 'Zen' genoemd maar dat vind ik alleen maar de verwarring verhogend) is die van degenen die op de manier van Thich Nhat Hanh beoefenen. In Nederland gebeurt dat in de sangha's (zo noemen de lokale groepen zichzelf) van leken van Leven in Aandacht .
De uitdaging voor mij in de omgang met deze beoefenaren is dat het bijna niet om de uitwisseling van opvattingen kan gaan, maar van gevoelens. Van in de groep 'gedeelde gevoelens' .
Nu heeft Thich Nhat Hanh heel veel geschreven, d.w.z. veel van zijn talks zijn in boekvorm verschenen. Zowel makkelijke teksten (zelfhulpachtig) als moeilijke (boeddhologische), met uitleg over diverse Sutta's en Sutra's. Ik denk dat het elkaar proberen te begrijpen via deze teksten kan (zeker als het begrip 'van hart tot hart' niet lukt, wat bij iemand zoals ik wel eens het geval is). Verder kan goed over (vormen van) mediteren worden gepraat; 'van gedachten gewisseld' zou ik niet zeggen, meer 'ervaringen uitgewisseld'.
Maar praten over 'dukkha' is al een stuk lastiger; als ik zeg dat het me opvalt dat Thich Nhat Hanh het daar liever niet over heeft, stagneert het gesprek. Zal wel mijn probleem zijn.

Het lastigste heb ik het met Zen, door sommigen genoemd Zen-boeddhisme; het zijn de beoefenaren van deze traditie, en oude, overwegend Japanse teksten, waarnaar ze verwijzen, die me voor raadsels stellen.
Als voorbeeld een discussie over een tekst van de Japanse Bassui (1327-1387), genaamd: 'de meditatieve kracht van Kanzeon '. Zoals uit de discussie hieronder met Jules Prast blijkt, ben ik niet verder gekomen dan het stellen van m'n centrale vraag:
Is er een 'taal' waarin boeddhisten uit verschillende tradities met elkaar van gedachten kunnen wisselen ?
Met 'een taal' bedoel ik dan een geheel van symbolen. Zoals bijvoorbeeld de wiskunde de taal is waarin natuurkundigen met elkaar kunnen praten (en als ze het oneens zijn, in ieder geval 'agree to disagree').

Als het dan niet over deze tekst van Bassui lukt, dan misschien over drie belangrijke thema's:

A   Wat verstaan we onder het begrip 'BoeddhaNatuur' ?
Als het alleen zou betekenen: de mogelijkheid van elk levend wezen, ooit, in nabije of verre toekomst een Volledig Verlichte (een Boeddha dus) te worden, dan zullen weinigen met die opvatting moeilijkheden hebben. Alleen zullen sommigen die mogelijkheid meer van belang achten dan anderen.
Als het echter betekent dat ieder een 'goddelijke vonk' in zich heeft, in wezen goed is of zelfs in wezen al verlicht (Boeddha) is, dan scheiden zich de wegen tussen diverse categorieën boeddhisten.

De discussie kan daarbij ook gevoerd worden over het non-dualisme. Namelijk over de vraag of elk levend wezen naast een 'Boeddha-Natuur' tegelijk ook een 'Mara-Natuur' heeft. Het is Stephen Batchelor geweest die in zijn boek 'Mara' deze mogelijkheid geopperd heeft.
De discussie zou de vorm kunnen van: is 'non-dualisme' persé gewenst en dus (het hebben van) dualistische opvattingen ongewenst of in ieder geval minder ?


B   Wat verstaan we onder 'Verlichting' ?
Een betere term dan 'Verlichting is daarbij: het 'Ontwaken'
Een discussie tussen beoefenaren van verschillende boeddhistische tradities zou kunnen gaan over de vragen:
a) Wat is 'het' eigenlijk ? D.w.z.: hoe omschrift de betreffende traditie het?
b) Hoe 'het' te bereiken; of: overkomt het je? En wie bepaalt dat je 'het' hebt (gehad)?
c) Wat verder te doen in je leven als je 'het' bereikt hebt?  Niets? Of anderen helpen?
d) Een meer praktische subvraag: komt 'het' (tegenwoordig nog) vaak voor eigenlijk?

Over elk van deze vragen zijn boeken vol geschreven, per traditie, nauwelijks intertraditioneel
Wikipedia biedt een aardig overzichtsartikel .
Eén voorbeeld van een benadering vanuit Zen die mij steeds weer tot grote verbazing weet te brengen. Uit informatie door Barbara O'Brien .:
" In his book Zen Mind, Beginner's Mind, Shunryu Suzuki Roshi said that enlightenment is 'nothing special. ... You may say 'universal nature' or 'Buddha nature' or 'enlightenment.' You may call it by many names, but for the person who has it, it is nothing, and it is something.' "

Vooral Theravadin maar ook wel voor sommige beoefenaren van andere tradities slaat de vraag wat 'Verlichting' primair terug op het 'Ontwaken' van de Boeddha (soms Gautama en soms Sakyamuni genoemd). Het gaat om het beëindigen van de cyclus van het leven in samsara, zoals na de Boeddha door arhats gerealiseerd. Stappen naar dit volledige ontwaken zijn: het bereiken van de staat van stroombetreder, van éénmaalterugkerende en nietmeerterugkerende. Zie voor details bovengenoemd Wikipedia-artikel en vervolgens 'Vier graden van verlichting' .

Een benadering die hier enigszins tussen in zit maar toch vooral een wereldlijke interpretatie van 'Verlichting' geeft, is het artikel 'ENLIGHTENMENTS' (let op de meervouds-s) van Jack Kornfield. Het is uit Inquiring Mind


C   Waarom mediteer je? Is boeddhisme beoefenen meer dan mediteren? En wat doe je dan eigenlijk? En welke vorm beoefenen je? Of vormen?
Een heleboel vragen tegelijk. Waar boeken vol over geschreven.
Vragen waar iemand die niet helemaal beginneling over zou moeten kunnen meepraten.
Toch doen veel boeddhisten dat niet, die doen hun eigen ding, zoals geleerd door hun eigen leraar, zonder interesse in andere vormen en andere opvattingen.
En de verschillen - tussen tradities en scholen - zijn groot !
Hier moet ik in de toekomst maar eens meer over gaan schrijven.

==============================================================

BIJLAGE
Soort van discussie over
' De meditatieve kracht van Kanzeon '

Uit Boeddhaweg januari 2014

Als je, van welke school dan ook, je aan zijn Dharma vastklampt, dan kun je nooit de Weg bewandelen, zelfs in je dromen niet, zegt de Japanse zenmeester Bassui (1327-1387) in een leerrede    'Er is geen Boeddha of Dharma buiten de ene Geest'   door  Bassui Tokusho
uit: Mud & Water. The Collected Teachings of Zen Master Bassui, translated by Arthur Braverman (2002),
vertaald door Jules Prast.

"Er is geen Boeddha of Dharma buiten de ene Geest. Deze is inherent aan alle mensen, overeenkomstig de gelegenheid en hun bevattingsvermogen. Wanneer een leraar over Amida spreekt tot de gewone man, dan zal hij zeggen dat er geen Geest of Dharma is buiten Amida. Spreekt hij over de wonderbaarlijke Leer, dan zal hij verklaren dat er buiten de wonderbaarlijke Leer geen Dharma is. Spreekt hij over Kanzeon, dan zal hij opmerken dat alles en iedereen Kanzeon is. Spreekt hij over de Geest, dan legt hij uit dat er geen Dharma is buiten de Geest. Wees je ervan bewust dat alle leringen met deze bedoeling worden gegeven. Begrijp je?
Hoewel arhats het hebben over drie vergiften, kent de Tathagata niet eens twee verschillende begrippen. Arhats zijn mensen die de 84.000 vormen van verwarring hebben doen uitdoven, en misschien zijn er nog te vinden bij wie de verwarring voortduurt. Maar de Tathagatha heeft geen twee manieren om de Dharma tot uitdrukking te brengen. Als je zegt dat er twee Dharma’s zijn, dan belaster je de Tathagata.
Desondanks zijn er, in overeenstemming met het karma van de gewone man, het scherpe en het stompe, oftewel de plotselinge en de geleidelijke realisatie van de Weg. De reis van verwarring naar verlichting kent een oppervlakkige en een diepgaande route. En afhankelijk van de diepgang van de reis, bestaan er hoogwaardige en meer oppervlakkige vormen van realisatie. In een sutra staat dan ook geschreven: “Tussen alle grote wijzen bestaat nog steeds onderscheid, ook al kennen ze de vormloze Dharma.”
Heeft hij evenwel de staat van verlichting niet bereikt, dan houdt iemand vast aan naam en uiterlijke vorm, terwijl hij zichzelf prijst en de Dharma de ene Dharma noemt. Sommige leringen moeten worden vereerd, meent hij, en andere zijn inferieur. Hij legt er de nadruk op dat alles van oorsprong één is, maar verdeelt het Ene in tweeën terwijl hij probeert zijn gedachten ermee in harmonie te brengen. IJs en kokend water zijn van oorsprong bijvoorbeeld beide koel water. Toch blijft ijs hard wanneer het niet is gesmolten. En warm wat blijft warm zolang het niet is afgekoeld.
...
Dharma is innerlijke realisatie. Niet-Dharma bestaat uit formele aspecten, zoals naam en vorm, geschriften en gezegden, enzovoorts. Of je je nu vasthoudt aan de binnen- of de buitenkant, het is altijd het zelf dat aan het werk is. Alweer zegt de sutra: “Laat de Geest worden geboren die geen verblijfplaats kent.” Als iemand zegt dat hij Boeddha is, dan verblijft hij in Boeddha; als iemand zegt dat hij een gewone mens is, dan verblijft hij in het rijk van de gewone man. Als je een lering aanhangt, om het even of deze is van Zen of de Reine Land-school, dan is die lering jouw verblijfplaats.
Wat nu wanneer je hele lichaam geen verblijfplaats heeft? Wat is dan de Geest? Stel je ogen hierop in, hier en nu. Als je echt de geur van thee wilt leren kennen, leeg en reinig je mond dan zodat er geen smaak of geur achterblijft. Wil je de Boeddhadharma verwerkelijken, zorg dat je dan eerst de ideeën kwijtraakt van iemand die zich vastklampt aan de Boeddhadharma. Je zult ogenblikkelijk je oorspronkelijk gelaat terugvinden.
Dit oorspronkelijk gelaat was er al voordat de Boeddha in de wereld verscheen, voordat er sprake was van Eén Dharma, voordat jijzelf werd geboren, toen er nog niets was dat als geest of natuur kon worden benoemd. Pas wanneer deze oorspronkelijke geest tot leven wordt gebracht en een naam krijgt, komen we te spreken over de meditatieve kracht van Kanzeon.
Wanneer je duidelijk doordringt in het naamloze, bén je precies op dat moment Kanzeon, bén je Amida. Dan is het, voor de eerste keer, op zijn plaats te zeggen dat er niet twee Dharma’s zijn, maar één, welke naam je hier verder ook aan geeft. Het is echter een misverstand te verklaren dat alle scholen verschillend zijn of dat er geen twee Dharma’s zijn, zolang je spreekt op basis van je persoonlijke begrip, voordat je in de diepste diepte van je aard hebt geschouwd en tot ontwaken bent gekomen op de Weg.

Joop Romeijn zegt: 10 januari 2014 om 09:02
Jules, heb jij suggesties over de wijze waarop eventueel over deze en vergelijkbare teksten van gedachten gewisseld kan worden?
In een soort meta-taal, een andere ‘taal’ dan die van deze teksten zelf, een religie-wetenschappelijk jargon misschien?
Want nu kan ik alleen maar bij voortduring dingen zeggen als: daar geloof ik niet in, daar ben ik het niet mee eens, dat klopt niet, dat is onlogisch etc.
Misschien is deze taal er eenvoudigweg niet en moeten we de kloof accepteren.
Eén voorbeeld: Ik zeg dat er minstens … twee Dharma’s zijn, plus nog een Dhamma; belaster ik dan de Tathagata ?

Jules Prast zegt: 10 januari 2014 om 14:00
Geen kloof in de taal van hart tot hart

Joop Romeijn zegt: 10 januari 2014 om 15:47
Dat is de taal waarin jij schrijft, niet mijn taal.
Ik zoek een gemeenschappelijke taal (en het ‘hart’ is een bloedpompende spier)
”

Hier eindigde (kennelijk) de discussie.

zaterdag 1 februari 2014

Een boeddhist droomt zich af. Prinses Beatrix krijgt boekje met religieuze droompjes voor ons land

Een paar dagen voor haar verjaardag (gisteren) heeft Prinses Beatrix van de organisatie In Vrijheid Verbonden deze week een boek gekregen, met als titel 'RELIGIES DROMEN VOOR ONS LAND . Zie hun website .

Uit de Inleiding: “ Vijf religies, verenigd in In Vrijheid Verbonden, leveren in dit boek een bijdrage. Ieder nam vanuit de droom een stukje van het boek voor zijn rekening. We hebben daarbij niet alleen een droom onder woorden gebracht, maar we koppelen die droom aan een specifiek onderdeel van het boek, zodat het boek zelf als metafoor kan worden gezien van een geïntegreerde inspanning ter ondersteuning van het koningschap. Daartoe zijn onderdelen van het boek met enige willekeur verdeeld over vijf grote religies en is aan vertegenwoordigers gevraagd om dat onderdeel als beeldspraak te verwerken van wat de eigen geloofsovertuiging kan betekenen voor het Koninkrijk der Nederlanden.
De opzet is als volgt:
- van joodse zijde is nagedacht over de cover;
- hindoes bezonnen zich op het schutblad;
- boeddhisten kozen het lettertype;
- moslims symboliseerden het leeslint;
- en christenen dachten na over de illustratie
”

Andere levensbeschouwingen dan deze vijf wereldreligies (een Westers kolonialistisch concept) komen niet aan de orde. Alsof het humanisme er niet toe doet. En alsof deze religies een eenheid vormen.

Het hoofdstukje (het zijn korte dromen) over het boeddhisme is geschreven door al decennia bekende Shambhala-boeddhist Han de Wit.    (Lees over de Nederlandse babyboomer-boeddhisten http://openboeddhisme.nl/babyboomers-domineren-boeddhistische-zuil/ .)

Hieronder neem ik het integraal op; even heb ik overwogen niet-relevante passages over te slaan, maar het is moeilijk te bepalen wat relevant is.
De tekst is bekend, voorjaar 2013 heeft Han, toelevend naar de inhuldiging van Willem-Alexander als koning, een langere versie, leurend om ondersteuning, verspreid.
Zie bv mijn blog uit april 2013 en (mijn reactie op) een artikel in het BD uit die periode.

Eigenlijk was ik van plan dit (hoofdstuk uit) het boek te recenseren en deze droom van een boeddhist te analyseren.
Maar de inhoud is door de inkorting ten opzichte van de versie van bijna een jaar geleden nog simplistischer geworden, dat ik het ook kort kan houden:
Naast de 'fundamentele goedheid' is er ook - in mijn ervaring - de hier genegeerde 'fundamentele slechtheid' van de mens.
En dan nog 'goedheid' en 'slechtheid' zonder het woord 'fundament' daarbij; want leegte (sunyata) betekent juist het niet hebben van een fundament.
Anders gezegd, we kunnen wel goed zijn en die goedheid is ook wel een beetje te ontwikkelen.
Maar een heel andere vraag is of 'goedheid' het enige principe is voor een rechtvaardige samenleving; georganiseerd wantrouwen is voor een goed functionerende democratie (en daar gaat Shambala helemaal niet over) ook wel nuttig.

Genant dat dit namens het boeddhisme wordt gebracht.
In de stuurgroep/klankbordgroep van 'In Vrijheid Verbonden' zitten namens de BUN de ex-bestuursleden Rinus Laban, Varamitra en Jan Willem Houthoff; die hebben kennelijk hun zegen aan deze tekst gegeven.

Arme Beatrix, om zo'n cadeau te krijgen.


PS
De BOS maakt het trouwens nog bonter door (op 2 en 8 februari) een uitzending van de leraar van Han de Wit (en zoon/opvolger van Chögyam Trungpa), Sakyong Mipham Rinpoche de titel te geven van 'An Uncommon King - Leider van een verlichte samenleving'.
Laat ik het nog maar eens duidelijk zeggen: Er is niet zoiets als een verlichte samenleving, en die gaat er ook niet komen. Met of zonder leider (of koning) er van.

==================================================================

Uit: RELIGIES DROMEN VOOR ONS LAND
...
de verticale oriëntatie

      –   een bijdrage vanuit het Boeddhisme   –    
[door Han de Wit]

Het door de Boeddhisten gekozen lettertype is ‘Century Gothic’. De reden om voor dit lettertype te kiezen is, naast esthetiek, de belangrijkste eigenschappen van de gotiek of ‘Gothic’, namelijk de 'drang naar verticaliteit' en naar 'licht’, iets waarin vele religies elkaar vinden. De gotiek wordt gezien als de eerste echt vernieuwende stijl sinds de val van het Romeinse Rijk, iets dergelijks geldt ook voor de interreligieuze dialoog, die een vernieuwend fenomeen is na eeuwen van Christelijk overwicht.
De naam van het lettertype is tevens een knipoog naar het Christelijk fundament waarop de Nederlandse samenleving is gebouwd en waarin andere religies nu ook kunnen floreren. Tenslotte verbruikt ‘Century Gothic’ circa 30% minder inkt en is daarom bescheiden met respect voor het mysterie van de schepping, eigenschappen die in alle religies belichaamd worden.

Humane samenleving
Van oudsher is in het Boeddhisme nagedacht over hoe een humane of verlichte samenleving te scheppen. Pogingen daartoe zijn ook ondernomen. Heel bekend is de samenleving, die door Indiase keizer Ashoka van de Maurya dynastie uit de 3e eeuw voor Christus werd gecreëerd.
Al deze pogingen gaan terug op een nog oudere legende over het koninkrijk Shambhala en zijn koning Suchandra, die een leerling van de Boeddha was. Shambhala was zo’n verlichte samenleving. De maatschappelijke taak van de koning was deze principes levend te houden. Wat voor principes waren dat? Het waren, zo wordt gezegd, principes van het hart. Zulke principes zijn niet gebaseerd op een maatschappelijke theorie of politieke ideologie,
maar op een héél persoonlijke en tegelijk universele menselijke ervaring: de ervaring dat wij ten diepste goedwillende wezens zijn: we willen van ons leven en onze samenlevingsverbanden, van gezin tot maatschappij, iets maken. Het ervaren van dat verlangen in onszelf wordt in Shambhala de ervaring van onze fundamentele goedheid genoemd. Die ervaring is van alle tijden en alle culturen. Het is het fundament van onze menselijkheid, van onze boeddhanatuur. Gezegd wordt dat ieder mens die bezit en bij momenten ervaart. Ze is de vitaliteit van onszelf en van èlke cultuur.

Vertrouwen bindt
Maar hoe gaat een samenleving er uit zien, als die juist door wantrouwen en twijfel aan de goede gezindheid van anderen (en van onszelf!) wordt gevormd? Heeft zij toekomst? Vertrouwen verbindt, wantrouwen ontbindt een samenleving. Dat mensen er ten diepste naar verlangen dat het goed gaat met henzelf, hun naasten, ja, met de wereld, daarvoor is dan geen plaats. Weliswaar voelen we zelf, bijna stiekem, dat verlangen wel, maar denken toch al gauw dat het bij andere mensen mogelijk anders ligt. En zij denken dat over ons! Waar komt anders alle ellende, agressie en hardvochtigheid die we om ons heen zien, vandaan? Als de duivel dan niet bestaat, dan moeten het toch de mensen zelf zijn waarin duivelse krachten wonen? Het klinkt zo logisch.

En toch, we voelen in onszelf dit diepe verlangen! Is niet juist het verdriet, de boosheid die we voelen als we leed en onrecht om ons heen zien, het onomstotelijke bewijs dat dit verlangen in ons leeft? En is het niet zelfs aanwezig als we vanuit die frustratie en boosheid allerlei domme dingen doen? Immers, als het niét in ons zou leven, dan zou leed en onrecht ons niet deren. Maar het is andersom: wanneer dit verlangen wordt vervuld, doet dat ons goed. Het inspireert ons. Het maakt ons, in de meest diepe zin, gelukkig, we zijn en voelen ons op ons best: we ervaren onze fundamentele goedheid.

Fundamentele goedheid
Wat betekent dit alles nu voor onze omgang met onze westerse samenleving in deze tijd? Net zoals koning Suchandra die elementen in zijn koninkrijk zocht, die een verlichte samenleving kunnen ondersteunen, zo kunnen ook wij die aspecten in onze westerse samenleving gaan ondersteunen, die met onze fundamentele goedheid resoneren. Welke dat zijn, dat zullen we in elke situatie steeds opnieuw en fris moeten inschatten. Daar is geen formule voor te geven. Door onze ervaring van onze fundamentele goedheid te cultiveren en te leren vertrouwen, kunnen we leren vanuit deze ervaring te handelen, te spreken, werken, organiseren en wat niet al. En dat niet uit plichtsgevoel, of uit angst voor vergelding of straf en al helemaal niet vanuit een vooropgezette ideologie, maar vanuit de wetenschap en ervaring dat handelen vanuit fundamentele goedheid onze cultuur verheft en humaniseert. Zo brengen we een verlichte manier van samenleven dichterbij, in ons gezin, in onze vriendenkring, ons werk en de maatschappij.


Bron: Boek 'Religies dromen voor ons land'