De afgelopen week is in veel publicaties ingegaan op de gevolgen voor de BOS als de BUN de vereiste terugbetaling plus boete (€ 52.500) niet op kan brengen en failliet gaat.
Zowel *OpenBoeddhisme* , mijn blog van 23 maart als krantenartikelen in de NRC (26 maart), de Volkskrant en Trouw online (27 maart) richtten zich daar op.
Begrijpelijk want het is door het gedrag van de BOS dat de BUN in onoverkomelijke financiële problemen gekomen lijkt te zijn en de BOS is, als onderdeel van de publieke omroep, het meest bekend.
Een faillissement en/of opheffing van de BUN heeft echter ook grote gevolgen voor de andere dochter van de BUN, de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) en voor personen en organisaties die direct met de BZI te maken hebben.
Eerst wat (juridische) feiten:
De Stichting BZI is formeel 23 april 2010 opgericht, maar gedroeg zich al veel eerder als stichting; zie statuten
De delegatieovereenkomst BUN-BZI, hier , aangevuld met een brief van het bestuur van de BUN van 16 januari 2012 aan BZI en VU (formeel nooit gepubliceerd en bedoeld om kennelijk bestaande onduidelijkheid of onzekerheid weg te nemen). Citaat er uit:
“ Met deze verklaring wil het BUN-bestuur duidelijk maken aan de BZI dat de BZI binnen het vigerende mandaat gemachtigd is om namens het BUN-bestuur op te treden met betrekking tot de boeddhistische ambtsopleiding, inclusief alle activiteiten die daar deel van uitmaken, zoals bijvoorbeeld:
- het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de VU
- het opstellen van een profiel voor boeddhistisch chaplain
- het zitting nemen in een curriculumcommissie die de programmaonderdelen van de opleiding samenstelt.
Op basis van deze brief is er de overeenkomst van de VU (faculteit godgeleerdheid) en de BZI van 31 maart 2012: hier
Op basis van deze overeenkomst heeft de VU bij het ministerie van Onderwijs een aanvraag ingediend voor de financiering van een 'boeddhistische ambtsopleiding', een aanvraag die zomer 2012 gehonoreerd is. De stukken van deze aanvraag staan op de site van *OpenBoeddhisme*
Op basis daarvan heeft de VU het aangedurfd een masteropleiding 'Spiritual Care' met een boeddhisme-variant voor te bereiden, een master die september dit jaar zal starten. Zie hier en mijn blogs van 14 en 19 maart daarover.
(Voor de duidelijkheid: de ambtsopleiding volgt op de éénjarige master)
Op basis van de door de VU aangekondigde opleiding tenslotte heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie in december 2012 de BUN definitief erkend (als zendende instantie). Eén van de eerdere eisen van Justitie immers was dat boeddhistisch geestelijk verzorgers in gevangenissen minstens een master-opleiding hebben gevolgd in hun vak; en dat die opleiding er dus moest zijn.
Kortom: een kaartenhuis
Indien de BUN ophoudt te bestaan (in juridische zin maar waarschijnlijk ook al in feitelijke zin bij een faillissement) wordt de BZI als stichting niet automatisch uitgeschreven uit het register van de Kamer van Koophandel, maar de overeenkomsten van de BZI met de VU en met Justitie komen in de lucht te hangen .
Het is de vraag hoe de staatssecretaris van Justitie hierop reageert.
Het is de vraag hoe het ministerie van Onderwijs (die de ambtsopleiding financiert) reageert
Voor beide overheden en bewindslieden is het de vraag of nog voldaan wordt aan de subsidie- en erkenningsvoorwaarden.
En het is de vraag hoe de VU hierop reageert. De master 'Spiritual Care' zelf is m.i. zeker niet dit en volgend jaar in gevaar maar waarschijnlijk wel de ambtsopleiding die daarop (beginnend 2014 of later) een vervolg is.
Hoe het ministerie van Veiligheid en Justitie reageert t.a.v. de huidige in dienst zijnde boeddhistisch geestelijk verzorgers en het hoofd daarvan, weet ik niet. Justitie heeft immers in het verleden alles (inclusief overrulen van het evaluatie-advies van het KASKI) in het werk gesteld dit onderdeel van hun dienst te handhaven.
Tenslotte is er de vraag die pas op veel langere termijn beantwoord kan worden: zullen werkgevers van gezondheidszorg-instellingen die een boeddhistisch geestelijk verzorger aan willen stellen, enige waarde hechten aan een 'zendingsbrief' die een sollicitant van de BZI heeft meegekregen, aannemend dat de BZI dan nog formeel bestaat?
Zoals ik eerder schreef, hechten ze daar waarschijnlijk nu al weinig waarde aan, en dat zal door de ontwikkelingen bepaald niet versterkt worden.
Kortom: als de BZI al blijft bestaan bij het verdwijnen van de BUN, wat zijn hun handtekeningen dan nog waard en wat is hun autoriteit dan nog?
Ik heb al eens, ook in correspondentie met de VU, een alternatief voor de BZI voorgesteld (toen nog gewoon uitgaand van het bestaan van de BUN en de BZI), specifiek voor boeddhistisch geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg en voor vrijgevestigden:
Een instantie waarbij afgestudeerde (master) boeddhistisch geestelijk verzorgers zich kunnen aansluiten. Als werktitel stel ik voor: Boeddhistisch Geestelijk Verzorgers Genootschap (BGVG) . Dit ‘Genootschap’ stelt kwaliteitseisen aan haar leden en zal daardoor voor werkgevers (bv in de gezondheidszorg) als betrouwbare zendende instantie dienen. De geestelijk verzorgers zelf vormen het bestuur. Het BGVG wordt tevens een sector van de ' Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen ; zie hier .
Voor de context, zie ook hier .
Ik realiseer me dat dit voorstel het risico met zich meebrengt dat bepaalde personen of groepen (sangha's) er mee aan de haal gaan en uit de brokstukken van de BUN/BZI zo'n genootschap formeren. Ik ben echter niet risicomijdend, ik blijf voor transparantie pleiten en blijf strijdbaar.
A.s. zondag 31 maart (Eerste Paasdag) had het een feestelijke dag voor de boeddhistisch geestelijke verzorging kunnen worden: precies een jaar geleden tekenden de voorzitter van de BZI, de voorzitter van de VU en de decaan van de faculteit der Godgeleerdheid van de VU de 'Overeenkomst voor samenwerking ' .
Zullen we er iets van merken?
Of zal het bestuur van de BUN dan nog steeds niets van zich hebben laten horen?
donderdag 28 maart 2013
zaterdag 23 maart 2013
Boeddhistisch scheiden, kan dat? De gevolgen van het CvdM-besluit op de case BUN met BOS
Update 27 maart
Nadat de NRC gisteren (26 maart) kon melden wat het besluit van het Commissariaat voor de Media kon betekenen voor de BUN en de BOS, besteedt vandaag de Volkskrant aandacht aan dit nieuws.
Op pagina 14 van de katern V meldt de krant: “ … Door de boete dreigt faillissement voor de BUN waarvan de jaarlijkse contributieopbrengsten slechts 4.000 euro bedragen. Het is onwaarschijnlijk dat de BUN het bedrag in de gestelde termijn van zes weken kan betalen. Wanbetaling zou betekenen dat de BOS nog voor 1 januari 2016 verdwijnt, de dag waarop alle kleine religieuze of levensbeschouwelijke omroepen ophouden te bestaan.… ”
Het lijkt wenselijk dat de BUN en de BOS nu toch wel iets aan de boeddhisten in Nederland moeten laten horen.
=========================================================================
Vaak worden aan 'het boeddhisme' vragen gesteld over hedendaagse persoonlijke en maatschappelijke problemen.
Hoewel ik in deze vorm de vraag niet ben tegengekomen, zou er ook één kunnen zijn:
' Mag je van het boeddhisme scheiden ? '
De duizenden jaren oude Aziatische leer, binnen een heel andere familie-cultuur ontstaan, bevat daarvoor, volgens mij, naar de letter geen handvaten (met één uitzondering). Men zou dan naar de geest van het boeddhisme te rade moeten gaan.
Vermoedelijk zullen de meeste hedendaagse boeddhistische leraren benadrukken dat men niet moet scheiden en dat zeker niet lichtvaardig moet doen: begeerte en haat zullen nogal bij (te overwegen) scheiding een rol spelen, en daar zijn we niet voor. Bovendien – zullen zij mogelijk zeggen – gaat het zelfs om meer dan liefde, ook om 'lotsverbondenheid'.
Men zou daar tegenin kunnen brengen dat een deel van die leraren celibatair levende monniken is die niet deskundig zijn op het gebied van huwelijk, maar dat lijkt me geen sterk argument.
Wel wijst het op die ene uitzondering op de regel: mannen (en in mindere mate vrouwen) verlieten vroeger en nu hun huwelijk en gezin om monnik of non te worden. Dat werd ethisch gezien wel acceptabel gevonden en spiritueel gezien zelfs wenselijk, sommige hedendaagse feministen hebben daar op z'n minst gemengde gevoelens bij, bijvoorbeeld bij het in de steek laten van de kinderen.
Dit als aanloop naar de vraag hoe boeddhistische organisaties met elkaar om moeten gaan als de liefde voorbij is en er ook geen wederzijdse voordelen in het continueren van een relatie meer zijn, of de nadelen groter dan de voordelen.
Dit pas ik toe op de relatie tussen de BUN en de BOS van dit moment, misschien niet door liefde maar wel door het lot verbonden (zelfs verstrengeld) met elkaar.
De feiten acht ik de lezers van dit blog bekend. Kort: de BOS is een dochter van de BUN, opgericht om een taak van de BUN - programma's uitzenden binnen de publieke omroep – mogelijk te maken.
Vanaf het jaar 2000 heeft de BUN elke vijf jaar een licensie voor die taak gekregen. En de relatie tussen BUN en BOS is geregeld in een (in 2008 hernieuwde) ' delegatieovereenkomst '.
Al jaren zeggen een aantal kritische volgers van BUN en BOS, waaronder ik, dat deze overeenkomst uit 2008 niet alleen in strijd is met de Mediawet , maar ook de BUN en daarmee het georganiseerde boeddhisme buiten spel zetten in het beleid van de BOS; en dat dat ook zichtbaar is in dat beleid waarin de BOS-Televisie steeds minder interesse toont in wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt.
Maar goed, dat waren wij dat die dat zeiden, als vrijzwevende individuen; en maakte niet zoveel indruk.
Maar nu heeft het Commissariaat voor de Media het ook gezegd in een hard en duidelijk besluit , genomen op 12 maart (of 19 maart, dat is niet duidelijk) 2013 en met de titel 'Beslissing op bezwaar van de Boeddhistische Unie Nederland '. Zie de pdf van het besluit hier .
De tekst hebben we kunnen lezen via de website van de BUN, in een 'Nieuwsbrief van de voorzitter ' van 21 maart, zie hier .
Het Commissariaat wijst het bezwaar van de BUN af en handhaaft het besluit dat de BUN € 50.000 uitgegeven omroepmiddelen dient terug te betalen en legt bovendien de BUN een boete op voor dit 'vergrijp' van € 2.500 Dat de BOS en niet de BUN die omroepmiddelen heeft uitgegeven, is daarbij niet relevant, zo stelt het Commissariaat: de BUN is en blijft verantwoordelijk.
==============================================================================
Eerst enigszins als zijlijn: wat zijn de consequenties van dit CvdM-besluit voor Gertjan Mulder?
Het is immers, vanaf 2009, zijn strategie geweest: van het - door de BUN voor haar medeverantwoordelijkheid genomen - onderzoek dat uit moest monden in het resultaat dat er 900.000 boeddhisten zouden zijn tot en met het luchthartig opnemen van de sanctie van het Commissariaat.
Deze strategie is mislukt, feitelijk en moreel.
Ik vind dat dit gevolgen moet hebben voor hem als adviseur van de BOS en vooral voor zijn functie als bestuurslid van de BZI; continueren van die functie lijkt mij onhoudbaar.
==============================================================================
Ik ga het besluit van het Commissariaat voor de Media hier niet samenvatten of analyseren. M'n collega's van *OpenBoeddhisme* hebben dat gisteren al helder gedaan; zie BUN haalt bakzeil bij CvdM en Bestuurlijk trio negeerde signalen .
Hier wil ik het hebben over het vervolg, over de vragen:
' Hoe moet het verder met de BUN en met de BOS na dit CvdM-besluit en hoe moet het verder met de relatie tussen BUN en BOS ?
De voorzitter van de BUN meent een begin van een antwoord op deze vragen te hebben gegeven met de volgende passage in z'n 21-maart-brief:
“ Aan de pessimisten onder ons zou ik willen meegeven dat het goed is het gebrokene in een glas te zien, maar dat er ook altijd weer nieuwe glazen zijn om uit te drinken. Zoals aangekondigd in mijn vorige nieuwsbrief, buigt het huidige, vernieuwde, BUN-bestuur zich samen met het huidige, vernieuwde, BOS-bestuur met open vizier over de relatie BUN-BOS en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden van de BUN. Het dispuut met het CvM is daarbij alleen maar behulpzaam. “
Ik begrijp de beeldspraak van dat gebroken glas en de nieuwe glazen in het geheel niet en denk dat het antwoord op mijn vragen in eerste instantie ligt in een andere vraag:
' Wie gaat die € 52.500 betalen ? '. En wel binnen 6 weken want het besluit van het Commissariaat duldt geen uitstel meer daarvan, ook niet als de BUN in beroep gaat. En: uit welk potje?
Ik kan mij drie scenario's voorstellen:
1. Eind goed al goed
In dit scenario gaat de BUN (met de BOS) in beroep bij de rechtbank en winnen dit beroep: de €52.500 hoeven niet betaald te worden en de proceskosten die de BUN/BOS heeft gemaakt, worden vergoed.
De BUN loopt een behoorlijk risico door in beroep te gaan: het kan ook verloren worden, die kans lijkt me veel hoger dan 50%. En dan komen de proceskosten nog eens bij de € 52.500
En bovendien: het in beroep gaan betekent geen uitstel van betaling. En opnieuw: wie doet dat, of precieser: uit welk potje. Want het is zeker dat de BUN dit bedrag niet heeft, nog niet een kwart er van, denk ik.
2. De BOS betaalt, op basis van de Delegatieovereenkomst
In dit scenario gaan de BOS door in de logica tot nu toe, vanuit de stelling dat de 'Delegatieovereenkomst' de BUN vrijwaart voor gevolgen van het gedrag van de BOS. En dat dus de BOS zich moreel en juridisch verplicht acht te betalen.
Er zit een klein probleem aan deze mogelijke oplossing verbonden: uit welk potje kan de BOS dat betalen? Want aangenomen mag worden dat het Commissariaat de BOS hierin zeer aandachtig in de gaten zal houden en zal voorkomen dat de BOS twee keer dezelfde overtreding (het onderzoek betalen uit omroepmiddelen) zal maken. Misschien denkt de BOS het te kunnen uit het verzamelde kapitaal bij elkaar gebracht door de donateurs van de ' Stichting Vrienden van de BOS ', maar het is lang niet zeker of het Commissariaat dat wel accepteert.
3. De BOS deelt de BUN mee de € 52.500 niet te kunnen en mogen betalen
Dit scenario zal uit meerdere fasen bestaan:
3.1. De aanzegging
Dit begint met het door de BUN-voorzitter aangekondigde overleg 'met open vizier' tussen BUN- en BOS-bestuur.
Hierin deelt de BOS-voorzitter mee: helaas is het voor de BOS niet mogelijk om de door het Commissariaat teruggevorderde €50.0000 plus boet van € 2.500 te betalen. Het besluit van het Commissariaat leidt voor het bestuur van de BOS glashelder tot de conclusie dat dit niet toegestaan is.
De BOS-voorzitter vervolgt waarschijnlijk met zinnen over het moreel blijven steunen van de BUN en over het mee willen denken over oplossingen voor het ontstane financiële probleem van de BUN, maar nogmaals, helaas, …
De liefde is hiermee definitief bekoeld, lijkt mij.
3.2. De BUN probeert haar faillissement te voorkomen
De BUN kan niet betalen en probeert binnen zes weken (dat is: voor eind april) het bedrag bij elkaar te sprokkelen. Bijvoorbeeld door aan de BUN-leden een bijdrage te vragen of aan welgestelde individuele boeddhisten zoals Jean Karel Hylkema.
(Het begint trouwens veel op de Cyprus problemen te lijken)
Of dit lukt, door het ontvangen van giften of langdurige leningen, en dan is de kou uit de lucht.
Of dit lukt niet, en dan start de volgende fase:
3.3. De BUN gaat failliet
Veel gedoe dat ik niet allemaal zal proberen te beschrijven; en dan doel ik vooral op de financiële risico's voor de leden en de (ex-)bestuursleden van de BUN.
De centrale vraag hier is: betekent faillissement ook daadwerkelijk opheffing van de BUN ? Misschien niet onmiddellijk maar - gezien het onderstaande van belang – na een halfjaar of zo toch wel, lijkt mij, maar ik ben een leek op dat gebied (op welk gebied eigenlijk niet?)
En de vervolgvraag: wat betekent dit voor de BOS ?
3.4. Het vertraagde of het snelle einde van de BOS
Het BOS-bestuur zal nagedacht hebben over de voor- en nadelen van de in 3.1. beschreven stap, in simpele taal: het laten vallen van de BUN . Want ze kunnen meegesleept worden in die val, immers: het is de BUN die de zendmachtiging tot eind 2015 bezit en met het voortijdig verdwijnen van de BUN verdwijnt ook die zendmachtiging, en zendtijd en het geld daartoe. Aan de andere kant: het einde voor de BOS als onderdeel van de publieke omroep is toch nabij, na 2015 is het over.
Ik neem aan dat binnen de BOS (zeer 'binnen', we lezen er geen woord over) wordt nagedacht over de toekomst van de BOS buiten de publieke omroep vanaf 2016, waarin internet dan een centrale rol zal moeten gaan spelen. Voor die 'BOS 3.0 ' zal de doelgroep veel groter moeten zijn dan die paar boeddhisten van de BUN.
Kortom: ideaal vanuit BOS-perspectief zou het zijn, de BUN langzaam te laten vallen, pas in de loop van 2014 bijvoorbeeld.
Dat zou er vanuit BOS-perspectief voor pleiten wel de juridische procedure tegen het Commissariaat voort te zetten en bij de rechtbank in beroep tegen de sanctie te gaan (en de € 52.500 ergens te lenen). En die vele maanden durende procedure dan alsnog verliezen.
Kortom: het is allemaal niet zo goed te voorspellen.
Maar een volstrekte harmonie binnenskamers tussen BUN en BOS in de komende vijf weken, en daarna, lijkt mij onwaarschijnlijk.
Misschien wordt het dus wel: tot de dood ons scheidt.
Nadat de NRC gisteren (26 maart) kon melden wat het besluit van het Commissariaat voor de Media kon betekenen voor de BUN en de BOS, besteedt vandaag de Volkskrant aandacht aan dit nieuws.
Op pagina 14 van de katern V meldt de krant: “ … Door de boete dreigt faillissement voor de BUN waarvan de jaarlijkse contributieopbrengsten slechts 4.000 euro bedragen. Het is onwaarschijnlijk dat de BUN het bedrag in de gestelde termijn van zes weken kan betalen. Wanbetaling zou betekenen dat de BOS nog voor 1 januari 2016 verdwijnt, de dag waarop alle kleine religieuze of levensbeschouwelijke omroepen ophouden te bestaan.… ”
Het lijkt wenselijk dat de BUN en de BOS nu toch wel iets aan de boeddhisten in Nederland moeten laten horen.
=========================================================================
Vaak worden aan 'het boeddhisme' vragen gesteld over hedendaagse persoonlijke en maatschappelijke problemen.
Hoewel ik in deze vorm de vraag niet ben tegengekomen, zou er ook één kunnen zijn:
' Mag je van het boeddhisme scheiden ? '
De duizenden jaren oude Aziatische leer, binnen een heel andere familie-cultuur ontstaan, bevat daarvoor, volgens mij, naar de letter geen handvaten (met één uitzondering). Men zou dan naar de geest van het boeddhisme te rade moeten gaan.
Vermoedelijk zullen de meeste hedendaagse boeddhistische leraren benadrukken dat men niet moet scheiden en dat zeker niet lichtvaardig moet doen: begeerte en haat zullen nogal bij (te overwegen) scheiding een rol spelen, en daar zijn we niet voor. Bovendien – zullen zij mogelijk zeggen – gaat het zelfs om meer dan liefde, ook om 'lotsverbondenheid'.
Men zou daar tegenin kunnen brengen dat een deel van die leraren celibatair levende monniken is die niet deskundig zijn op het gebied van huwelijk, maar dat lijkt me geen sterk argument.
Wel wijst het op die ene uitzondering op de regel: mannen (en in mindere mate vrouwen) verlieten vroeger en nu hun huwelijk en gezin om monnik of non te worden. Dat werd ethisch gezien wel acceptabel gevonden en spiritueel gezien zelfs wenselijk, sommige hedendaagse feministen hebben daar op z'n minst gemengde gevoelens bij, bijvoorbeeld bij het in de steek laten van de kinderen.
Dit als aanloop naar de vraag hoe boeddhistische organisaties met elkaar om moeten gaan als de liefde voorbij is en er ook geen wederzijdse voordelen in het continueren van een relatie meer zijn, of de nadelen groter dan de voordelen.
Dit pas ik toe op de relatie tussen de BUN en de BOS van dit moment, misschien niet door liefde maar wel door het lot verbonden (zelfs verstrengeld) met elkaar.
De feiten acht ik de lezers van dit blog bekend. Kort: de BOS is een dochter van de BUN, opgericht om een taak van de BUN - programma's uitzenden binnen de publieke omroep – mogelijk te maken.
Vanaf het jaar 2000 heeft de BUN elke vijf jaar een licensie voor die taak gekregen. En de relatie tussen BUN en BOS is geregeld in een (in 2008 hernieuwde) ' delegatieovereenkomst '.
Al jaren zeggen een aantal kritische volgers van BUN en BOS, waaronder ik, dat deze overeenkomst uit 2008 niet alleen in strijd is met de Mediawet , maar ook de BUN en daarmee het georganiseerde boeddhisme buiten spel zetten in het beleid van de BOS; en dat dat ook zichtbaar is in dat beleid waarin de BOS-Televisie steeds minder interesse toont in wat er in boeddhistisch Nederland gebeurt.
Maar goed, dat waren wij dat die dat zeiden, als vrijzwevende individuen; en maakte niet zoveel indruk.
Maar nu heeft het Commissariaat voor de Media het ook gezegd in een hard en duidelijk besluit , genomen op 12 maart (of 19 maart, dat is niet duidelijk) 2013 en met de titel 'Beslissing op bezwaar van de Boeddhistische Unie Nederland '. Zie de pdf van het besluit hier .
De tekst hebben we kunnen lezen via de website van de BUN, in een 'Nieuwsbrief van de voorzitter ' van 21 maart, zie hier .
Het Commissariaat wijst het bezwaar van de BUN af en handhaaft het besluit dat de BUN € 50.000 uitgegeven omroepmiddelen dient terug te betalen en legt bovendien de BUN een boete op voor dit 'vergrijp' van € 2.500 Dat de BOS en niet de BUN die omroepmiddelen heeft uitgegeven, is daarbij niet relevant, zo stelt het Commissariaat: de BUN is en blijft verantwoordelijk.
==============================================================================
Eerst enigszins als zijlijn: wat zijn de consequenties van dit CvdM-besluit voor Gertjan Mulder?
Het is immers, vanaf 2009, zijn strategie geweest: van het - door de BUN voor haar medeverantwoordelijkheid genomen - onderzoek dat uit moest monden in het resultaat dat er 900.000 boeddhisten zouden zijn tot en met het luchthartig opnemen van de sanctie van het Commissariaat.
Deze strategie is mislukt, feitelijk en moreel.
Ik vind dat dit gevolgen moet hebben voor hem als adviseur van de BOS en vooral voor zijn functie als bestuurslid van de BZI; continueren van die functie lijkt mij onhoudbaar.
==============================================================================
Ik ga het besluit van het Commissariaat voor de Media hier niet samenvatten of analyseren. M'n collega's van *OpenBoeddhisme* hebben dat gisteren al helder gedaan; zie BUN haalt bakzeil bij CvdM en Bestuurlijk trio negeerde signalen .
Hier wil ik het hebben over het vervolg, over de vragen:
' Hoe moet het verder met de BUN en met de BOS na dit CvdM-besluit en hoe moet het verder met de relatie tussen BUN en BOS ?
De voorzitter van de BUN meent een begin van een antwoord op deze vragen te hebben gegeven met de volgende passage in z'n 21-maart-brief:
“ Aan de pessimisten onder ons zou ik willen meegeven dat het goed is het gebrokene in een glas te zien, maar dat er ook altijd weer nieuwe glazen zijn om uit te drinken. Zoals aangekondigd in mijn vorige nieuwsbrief, buigt het huidige, vernieuwde, BUN-bestuur zich samen met het huidige, vernieuwde, BOS-bestuur met open vizier over de relatie BUN-BOS en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden van de BUN. Het dispuut met het CvM is daarbij alleen maar behulpzaam. “
Ik begrijp de beeldspraak van dat gebroken glas en de nieuwe glazen in het geheel niet en denk dat het antwoord op mijn vragen in eerste instantie ligt in een andere vraag:
' Wie gaat die € 52.500 betalen ? '. En wel binnen 6 weken want het besluit van het Commissariaat duldt geen uitstel meer daarvan, ook niet als de BUN in beroep gaat. En: uit welk potje?
Ik kan mij drie scenario's voorstellen:
1. Eind goed al goed
In dit scenario gaat de BUN (met de BOS) in beroep bij de rechtbank en winnen dit beroep: de €52.500 hoeven niet betaald te worden en de proceskosten die de BUN/BOS heeft gemaakt, worden vergoed.
De BUN loopt een behoorlijk risico door in beroep te gaan: het kan ook verloren worden, die kans lijkt me veel hoger dan 50%. En dan komen de proceskosten nog eens bij de € 52.500
En bovendien: het in beroep gaan betekent geen uitstel van betaling. En opnieuw: wie doet dat, of precieser: uit welk potje. Want het is zeker dat de BUN dit bedrag niet heeft, nog niet een kwart er van, denk ik.
2. De BOS betaalt, op basis van de Delegatieovereenkomst
In dit scenario gaan de BOS door in de logica tot nu toe, vanuit de stelling dat de 'Delegatieovereenkomst' de BUN vrijwaart voor gevolgen van het gedrag van de BOS. En dat dus de BOS zich moreel en juridisch verplicht acht te betalen.
Er zit een klein probleem aan deze mogelijke oplossing verbonden: uit welk potje kan de BOS dat betalen? Want aangenomen mag worden dat het Commissariaat de BOS hierin zeer aandachtig in de gaten zal houden en zal voorkomen dat de BOS twee keer dezelfde overtreding (het onderzoek betalen uit omroepmiddelen) zal maken. Misschien denkt de BOS het te kunnen uit het verzamelde kapitaal bij elkaar gebracht door de donateurs van de ' Stichting Vrienden van de BOS ', maar het is lang niet zeker of het Commissariaat dat wel accepteert.
3. De BOS deelt de BUN mee de € 52.500 niet te kunnen en mogen betalen
Dit scenario zal uit meerdere fasen bestaan:
3.1. De aanzegging
Dit begint met het door de BUN-voorzitter aangekondigde overleg 'met open vizier' tussen BUN- en BOS-bestuur.
Hierin deelt de BOS-voorzitter mee: helaas is het voor de BOS niet mogelijk om de door het Commissariaat teruggevorderde €50.0000 plus boet van € 2.500 te betalen. Het besluit van het Commissariaat leidt voor het bestuur van de BOS glashelder tot de conclusie dat dit niet toegestaan is.
De BOS-voorzitter vervolgt waarschijnlijk met zinnen over het moreel blijven steunen van de BUN en over het mee willen denken over oplossingen voor het ontstane financiële probleem van de BUN, maar nogmaals, helaas, …
De liefde is hiermee definitief bekoeld, lijkt mij.
3.2. De BUN probeert haar faillissement te voorkomen
De BUN kan niet betalen en probeert binnen zes weken (dat is: voor eind april) het bedrag bij elkaar te sprokkelen. Bijvoorbeeld door aan de BUN-leden een bijdrage te vragen of aan welgestelde individuele boeddhisten zoals Jean Karel Hylkema.
(Het begint trouwens veel op de Cyprus problemen te lijken)
Of dit lukt, door het ontvangen van giften of langdurige leningen, en dan is de kou uit de lucht.
Of dit lukt niet, en dan start de volgende fase:
3.3. De BUN gaat failliet
Veel gedoe dat ik niet allemaal zal proberen te beschrijven; en dan doel ik vooral op de financiële risico's voor de leden en de (ex-)bestuursleden van de BUN.
De centrale vraag hier is: betekent faillissement ook daadwerkelijk opheffing van de BUN ? Misschien niet onmiddellijk maar - gezien het onderstaande van belang – na een halfjaar of zo toch wel, lijkt mij, maar ik ben een leek op dat gebied (op welk gebied eigenlijk niet?)
En de vervolgvraag: wat betekent dit voor de BOS ?
3.4. Het vertraagde of het snelle einde van de BOS
Het BOS-bestuur zal nagedacht hebben over de voor- en nadelen van de in 3.1. beschreven stap, in simpele taal: het laten vallen van de BUN . Want ze kunnen meegesleept worden in die val, immers: het is de BUN die de zendmachtiging tot eind 2015 bezit en met het voortijdig verdwijnen van de BUN verdwijnt ook die zendmachtiging, en zendtijd en het geld daartoe. Aan de andere kant: het einde voor de BOS als onderdeel van de publieke omroep is toch nabij, na 2015 is het over.
Ik neem aan dat binnen de BOS (zeer 'binnen', we lezen er geen woord over) wordt nagedacht over de toekomst van de BOS buiten de publieke omroep vanaf 2016, waarin internet dan een centrale rol zal moeten gaan spelen. Voor die 'BOS 3.0 ' zal de doelgroep veel groter moeten zijn dan die paar boeddhisten van de BUN.
Kortom: ideaal vanuit BOS-perspectief zou het zijn, de BUN langzaam te laten vallen, pas in de loop van 2014 bijvoorbeeld.
Dat zou er vanuit BOS-perspectief voor pleiten wel de juridische procedure tegen het Commissariaat voort te zetten en bij de rechtbank in beroep tegen de sanctie te gaan (en de € 52.500 ergens te lenen). En die vele maanden durende procedure dan alsnog verliezen.
Kortom: het is allemaal niet zo goed te voorspellen.
Maar een volstrekte harmonie binnenskamers tussen BUN en BOS in de komende vijf weken, en daarna, lijkt mij onwaarschijnlijk.
Misschien wordt het dus wel: tot de dood ons scheidt.
Abonneren op:
Posts (Atom)